Foto: Pixabay (CC0).
13 duizend Nederlanders moeten de gevangenis nog in? Dat ligt iets genuanceerder
8 maart 2017 Bente Schreurs

Leegstaande cellen lijken te wijzen op minder criminelen. Niets is minder waar, volgens Jan Roos (VNL). Op zondag 12 februari uitte hij zijn zorgen over openstaande vrijheidsstraffen bij Buitenhof: ”Er lopen op dit moment 13 duizend Nederlanders die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten op straat”. Die moeten gestraft worden, vindt Roos, en niet ”thuis op de bank gaan zitten zappen.” Een groot aantal bankhangers, maar klopt dit cijfer wel? En om wat voor zaken en veroordeelden gaat het precies?

Meerdere aspecten van de uitspraak van Roos roepen vragen op. Hij heeft het over veroordeelden  die ”op dit moment” vrij rondlopen, maar gebruikt hij ook actuele cijfers? Roos spreekt over ”Nederlanders”: bedoelt hij daar criminelen met een Nederlandse nationaliteit mee? En gaat het specifiek om criminelen die de gevangenis in moeten? Nieuwscheckers ging op onderzoek uit.

Vijf jaar oud nieuwsbericht

Welke bronnen gebruikt Roos eigenlijk voor zijn uitspraak? Bij Buitenhof zei hij stellig:

”Die 13.000 is een cijfer dat ook gewoon bekend is en dat gebruikt wordt.”

In een mail geeft VNL duidelijker antwoord op de vraag en komt de partij met twee nieuwsartikelen. Het eerste bericht is van NOS. Hierin gaat het over 12.000 vrij rondlopende veroordelen. Het tweede bericht, afkomstig van Nu.nl, noemt ”zeker 15.000 veroordeelden”; dit is gebleken uit gegevens van het Centraal Justitieel Incassobureau. Het aantal van 13.000 dat Roos noemde zit hier ergens tussen in.

Opvallend is dat de berichten zeer gedateerd zijn. Zo is het bericht van Nu.nl geschreven op 1 september 2012 – niet echt ”op dit moment”. Het artikel van NOS baseert zich op gegevens van het ministerie van Veiligheid en Justitie uit november 2014.

Misdaadverslaggever Gerlof Leistra van Elsevier vertelt dat het getal 13.000 dat Roos noemt wat ruim is, maar niet overdreven. Hij verwijst naar de brief van 12 september 2016 van staatssecretaris Klaas Dijkhoff, waarin de meest recente cijfers staan: die van peildatum 2 mei 2016.

Om wat voor zaken gaat het?

In een brief van het ministerie van Veiligheid en Justitie aan EenVandaag   ?   Deze brief [pdf] verstuurde het ministerie van Veiligheid en Justitie nadat EenVandaag een Wob-verzoek had gedaan waarin gevraagd werd om informatie over openstaande vrijheidsstraffen. wordt een onderscheid gemaakt tussen (1) vrijheidsstraffen waarbij actieve opsporing mogelijk en gewenst is, en (2) vrijheidsstraffen die ter signalering geregistreerd zijn.

  • Er zijn 2819 veroordeelden die op de lijst staan van actieve opsporing. Daarbij gaat het om zaken met een vrijheidsstraf van meer dan 120 dagen en/of waarbij de veroordeelde waarschijnlijk in Nederland verblijft.
  • Er zijn 8946 veroordeelden die ter signalering zijn geregistreerd. Het gaat hierbij om veroordeelden met een buitenlands of onbekend adres en een resterende straf van minder dan 120 dagen. Dat ze ‘gesignaleerd’ staan betekent dat ze worden aangehouden op het moment dat ze aanraking komen met politie of justitie.

Deze categorieën bij elkaar opgeteld brengt de teller op 11.765 openstaande straffen.

Wat betekent dit? Onder andere dat Jan Roos dichter bij het juiste aantal zit dan de presentatrice van Buitenhof, Marcia Luyten. Zij had het over 2353 openstaande straffen. Dit aantal van 2353 is lager dan het aantal dat we hierboven in dit artikel noemen (2819).   ?   In een brief aan de Eerste Kamer van 6 december 2016 laat staatssecretaris Dijkhoff weten dat 466 veroordeelden zijn opgespoord. Als we die 466 aftrekken van de 2819 gezochten, komen we uit op 2353 openstaande vrijheidsstraffen die Luyten in Buitenhof noemt. ”Een kwart van wat u zegt”, zegt Luyten tegen Roos. Dit aantal gaat echter om het aantal veroordeelden waarbij actieve opsporing gewenst is, omdat zij een strafrestant hebben van meer dan 120 dagen én waarschijnlijk in Nederland verblijven. Het totale aantal dat blijkt uit de brief van het ministerie van Justitie en Veiligheid is 11.765, en zit dus dichter bij de 13.000 die Roos noemt.

Overigens gaat het bij deze cijfers niet om allemaal mensen die zijn veroordeeld tot een gevangenisstraf. De woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Karen Temmink, legt uit dat het ook geldboetes (bijvoorbeeld voor verkeersovertredingen) kunnen zijn, die hoger en hoger worden als ze niet betaald worden. Uiteindelijk kan de officier van justitie die boetes omzetten in hechtenis. Hetzelfde geldt voor taakstraffen: als die niet uitgevoerd worden, worden ze omgezet in hechtenis.

Hoeveel boetes en taakstraffen omgezet worden in hechtenis is niet bekend, omdat het ministerie van Veiligheid en Justitie de specifieke percentages van de verschillende typen vrijheidsstraffen niet openbaar wil maken

Nederlandse veroordeelden?

Hoe zit het met de nationaliteit van de veroordeelden? Roos spreekt over ”13.000 Nederlanders”, maar veel veroordeelden zijn helemaal niet Nederlands. In de brief van het ministerie van Veiligheid en Justitie uit 2014 staat: ”Uit de analyse blijkt dat bij veroordeelden zonder binding met Nederland, de uitval significant hoger is”.  ?    Dit zijn personen die ofwel nooit een inschrijving in het BRP hebben gehad (a), dan wel personen die ten tijde van de veroordeling niet waren ingeschreven in het BRP en die niet beschikken over de Nederlandse nationaliteit (b). In 2014 mochten er van de 12.000 vrij rondlopende veroordeelden 6200 helemaal niet structureel in Nederland zijn, omdat ze niet beschikken over de Nederlandse nationaliteit of verblijfsrecht in Nederland. In de brief van 2016 wordt geen specifiek getal genoemd van veroordeelden die zonder twijfel in het buitenland verblijven.

Conclusie

Moeten alle vaders nu massaal hun dochters van de straat houden, omdat er inderdaad 13.000 Nederlandse criminelen op straat lopen die nog een gevangenisstraf moeten uitzitten? Dat is wat Jan Roos suggereert. Wat blijkt: 76% van de veroordeelden moet een straf van minder dan 120 dagen uitzitten en heeft een buitenlands of onbekend adres. Velen bevinden zich dus waarschijnlijk niet eens in ons land. Die dochters kunnen dus nog best op de Nederlandse straten blijven spelen.