Asscher voert campagne voor zaken die al kunnen. En dat weet ‘ie
8 februari 2017 Emma Brink
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).

PvdA-lijsttrekker Lodwijk Asscher propageert dat werkgevers hun werknemers meer flexibiliteit moeten gunnen in het indelen van hun werkuren. Maar daar is al een wet voor.

In Koffietijd zei Lodewijk Asscher: “Er wordt heel veel flexibiliteit gevraagd van werknemers, maar vaak niet zo veel geboden.” Asscher wil dat met de PvdA veranderen. Maar hij lijkt te pleiten voor iets dat al bestaat: De Wet Flexibel Werk is al een jaar geleden door de kamer geloodst door de minister van Sociale Zaken. Had de partijleider van de PvdA dat niet moeten weten?

De Wet Flexibel Werk houdt in dat werknemers het recht hebben om thuis te werken en hun arbeidstijden mogen aanpassen. Dit betekent ook het recht  op een vierdaagse werkweek.

Dit zijn precies de punten waar Asscher voor pleit in zijn huidige campagne. Deze wet is al ruim een jaar van kracht en dat weet de partijleider, de wet is namelijk getekend door de minister van Sociale Zaken. Asscher zelf.

Minimaal verschil

De woordvoerder van Asscher, Simon den Haak, zegt dat er nog niet genoeg gebruik gemaakt wordt van de wet en er daarom afspraken gemaakt moeten worden. Maar wat is een duidelijkere afspraak dan een wet?

Daarnaast benoemt Den Haak dat de PvdA een kleine aanpassing wil doorvoeren, namelijk dat de wet voor álle werknemers geldt. De wet is nu namelijk niet van toepassing voor werknemers die bij een bedrijf werken met minder dan tien mensen. Jim Been, universitair docent economie aan de Universiteit Leiden, stelt echter dat kleinere bedrijven vaak een kleinere ‘pool’ hebben om dergelijke veranderingen op te vangen en het daardoor minder goed kunnen faciliteren.

Asscher zelf tegen de wet

De verwarring wordt nog groter omdat Asscher als minister van Sociale Zaken juist bezwaren had tegen de invoering van de desbetreffende wet. Zo stelde hij in 2015 dat het in de eerste plaats een zaak is tussen werknemers en werkgevers. Asscher beargumenteerde dat in cao’s al veel afspraken worden gemaakt over flexibiliteit, waardoor een wet niet nodig zou zijn.

Onnodig lijkt de wet inderdaad, omdat de FNV al jaren geleden de vierdaagse werkweek heeft weten in te voeren in verschillende sectoren, vertelt  FNV-woordvoerder José Kager. Een wet was daar dus niet voor nodig.

Conclusie

Asscher zegt in campagnetijd dat hij meer flexibiliteit voor werknemers wil. Hier zijn al regels voor vastgesteld in een wet, die nota bene onder zijn bewind tot stand is gekomen. Ten tweede leek het hem en andere deskundigen een overbodige wet. Misschien moet de PvdA zelf flexibel zijn en flexibiliteit voor werknemers uit hun campagnestrategie schrappen.