Foto: Rawpixel via Pexels, CC0 License
Intimidatie van huisartsen: ernstig, maar minder omvangrijk dan media suggereren
8 oktober 2018 Lieke Bakker

Zestig procent van de artsen heeft intimidatie door patiënten of derden meegemaakt, meldden diverse nieuwssites op basis van een ANP-bericht. Die conclusie is te kort door de bocht, omdat de enquête waarop dit percentage is gebaseerd vroeg naar “extern ongewenst gedrag”. Intimidatie is daar een onderdeel van.

Bewering

Zestig procent van de artsen in 2017 heeft ooit intimidatie van patiënten meegemaakt.

oordeel: deels onwaar

Bron van de bewering

Meer dan tien verschillende websites brachten op of kort na 17 september een ANP-bericht over intimidatie die artsen op het werk zouden ondervinden. Nu.nl:
Artsen hebben vaker te maken met ongewenst gedrag door patiënten“. RTV Utrecht: “Meer dokters doelwit van intimidatie en getreiter“. “Artsen steeds vaker slachtoffer van intimidatie”, maakte Zorg.nu ervan. Persbureau ANP verwijst naar een nieuwsbericht op Medisch Contact. De ANP-tekst beschrijft nieuwe resultaten van een enquête uit 2017 over intimidatie en pesten op het werk.

“Artsen hebben veel vaker te maken met intimidatie door patiënten of derden. Van de dokters in loondienst heeft 60 procent er al minstens één keer mee te maken gehad. Dat meldt Medisch Contact, dat de ervaringen van artsen liet uitlichten uit de resultaten de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en het CBS. De enquête betreft alleen mensen in loondienst.”

Er blijkt bovendien sprake te zijn van een flinke toename van 48 procent in 2016 naar 60 procent in 2017.

Wat klopt er niet, en wat wel?

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en CBS onderzoekt herhaaldelijk de arbeidsomstandigheden van Nederlandse werknemers. Op verzoek van Medisch Contact heeft TNO de gegevens over artsen in loondienst uit de enquête gelicht. “Liefst 60 procent van de artsen in loondienst is minstens één keer of vaker blootgesteld aan zogenoemd extern ongewenst gedrag”, schrijft Medisch Contact.

“Het gaat bij extern ongewenst gedrag om schelden, pesten, treiterijen, intimidatie. Met name vrouwelijke artsen (65,5 procent) hebben last van dergelijke agressie door patiënten, familie van patiënten of andere mensen van ‘buiten’ de instelling. Maar ook de helft van de mannelijke artsen heeft hier voorgaand jaar mee te maken gehad.”

Medisch Contact noemt ‘intimidatie’ en ‘extern ongewenst gedrag’ terecht als twee aparte verschijnselen. Extern ongewenst gedrag omvat intimidatie door patiënten en derden, maar ook pesten en schelden. In het bericht van ANP en dus in het nieuws op diverse sites wordt die verzameling ongewenste gedragingen vervangen door ‘intimidatie’. Die conclusie is te kort door de bocht.

Vragen uit NEA, die informeren naar het ervaren van verschillende vormen van intern en extern ongewenst gedrag.

Op verzoek van Nieuwscheckers stuurt TNO-onderzoeker en NEA-projectleider Wendela Hooftman de enquêtegegevens van artsen over het ervaren van extern ongewenst gedrag. Artsen rapporteerden in 2017 veel vaker extern ongewenst gedrag dan in 2016: 60 procent, versus 48 procent een jaar eerder.

Gegevens over het ervaren van extern ongewenst gedrag, informatie uit NEA via Wendela Hooftman.

De cijfers uit 2016 zijn gebaseerd op antwoorden van 351 artsen. De cijfers uit 2017 zijn afkomstig van 342 artsen. In 2016 waren volgens gegevens van het KNMG in Nederland in totaal 44.593 gespecialiseerde artsen werkzaam, in 2017 45.969. Het aantal ondervraagde artsen in de NAE-enquête is daarvan een fractie (c.a. 0,75 procent).

Dit lijkt een klein aantal, maar de antwoorden worden gewogen op representativiteit. Dit houdt in dat als er te veel antwoorden van een bepaalde groep zijn, deze een ‘minder zwaar gewicht’ krijgen. De antwoorden in de NEA zijn afkomstig van mensen die zelf deze enquête willen invullen. Dit zouden voornamelijk mensen kunnen zijn die niet tevreden zijn met hun werk. Volgens Wendela Hooftman wordt er niet gewogen op zelfselectie, maar kan zelfselectie volgens haar niet de stijging in 2017 ten opzichte van 2016 verklaren.

Dat 60 procent van de artsen extern ongewenst gedrag heeft meegemaakt, lijkt veel, maar er is ander onderzoek waaruit dezelfde signalen spreken. In 2017 publiceerde de Vrije Universiteit Brussel een masterthesis over agressie van patiënten tegen huisartsen. Dit is gebaseerd op een enquête onder 3726 huisartsen, en hieruit komt zelfs een hoger percentage: 84,4 procent had op enig moment in zijn of haar carrière te maken gehad met verbaal, psychisch, fysiek of seksueel geweld.

Conclusie

De bewering in diverse berichten dat 60 procent van de artsen intimidatie heeft meegemaakt, klopt niet. Zestig procent van de in NEA ondervraagde artsen rapporteert ‘extern ongewenst gedrag’, waar intimidatie een onderdeel van is. Artsen staan in hoge mate bloot aan ongewenst gedrag, maar de cijfers over intimidatie verdienen nuance.

 

Bronnen