Bron: Flickr Creative Commons
Kamerlid oordeelt te vroeg over baankansen na sluiting sociale werkplaatsen
2 oktober 2018 Thomas Borst

Sinds de sluiting van sociale werkplaatsen is de kans voor langdurig werklozen om een baan te vinden sterk gedaald. Dat stelt stelt 50PLUS-Kamerlid Corrie van Brenk in een recente column. De cijfers waarop de stelling is gebaseerd, weerspiegelen echter de situatie van vier jaar geleden; een periode die niet vergelijkbaar is met het huidige gunstige economische klimaat. De stelling van Van Brenk is niet te checken, omdat actuele data nog gepubliceerd moeten worden.

Bewering

‘Sociale werkplaatsen waren een mooie springplank om mensen te begeleiden naar gewoon werk. Had je voorheen [voor de invoering van de Participatiewet] 50% kans op een baan, nu na de sluiting van de WSW-instroom nog maar 30%.’

oordeel: niet te checken

Bron van de bewering

Op 12 september schreef Van Brenk onder de kop ‘Repareer het staaltje liberaal wensdenken’ een column op de website van 50PLUS. De bron van haar cijfers, laat de persvoorlichting van de partij desgevraagd weten, is de rapportage ‘Van sociale werkvoorziening naar Participatiewet’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Dit rapport is in september 2018 gepubliceerd.

Waarom is dit niet te checken?

Op 1 januari 2015 werd de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) vervangen door de Participatiewet. Door de beleidswijziging werden sociale werkplaatsen gesloten en kregen gemeenten de verantwoordelijkheid voor de werkvoorziening voor werklozen met of zonder arbeidsbeperking. Doel van de Participatiewet was zoveel mogelijk mensen terug naar de arbeidsmarkt te begeleiden.

Het SCP-rapport van begin september beschrijft de economische effecten van de sluiting van sociale werkplaatsen. De percentages die Van Brenk noemt, komen (grotendeels) overeen met de cijfers uit het rapport. Daarin staat: ‘Uit de tweede berekening, waarin de wachtlijsters van december 2014 zijn afgezet tegen vergelijkbare WSW-wachtlijsters uit eerdere jaren, blijkt dat het verlies van de WSW-indicatie leidt tot een sterk verminderde kans op werk. De kans om in de navolgende twee jaren aan een baan te komen, daalt van 51% voor de wachtlijsters uit 2010 naar 30% voor die uit 2014.’

SCP-woordvoerder Irma Schenk legt uit dat bovengenoemde percentages zijn gebaseerd op de periode vlak voor en na de invoering van de Participatiewet. In het stuk impliceert Van Brenk met het woord ‘nu’ dat de baankansen in de huidige economische situatie nog steeds 30% zijn. Dat valt echter niet af te leiden uit het ht SCP-onderzoek, omdat de percentages daaruit zijn gemeten op basis van de laatste maanden van 2014 en de eerste van 2015. Het onderzoek is een tussenevaluatie die tijdelijke effecten beschrijft. Het SCP publiceert volgend jaar de eindevaluatie, zo bevestigt Schenk. Daaruit zal blijken welke gevolgen de wet heeft voor de huidige baankansen.

Conclusie
Het klopt dat de afschaffing van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) de baankansen fors (met 41%) heeft gereduceerd – maar dit gebeurde drie jaar geleden, in een periode van financiële onzekerheid, tussen de kredietcrisis en Griekse eurocrisis. Die situatie is niet te vergelijken met het huidige tijdperk van economische voorspoed. Hoe de sluiting van de WSW-instroom op dit moment uitpakt, wordt volgend jaar pas duidelijk. Daarom beoordelen we de bewering over de huidige baankansen als (nog) niet te checken.

Bronnen