Foto Pixabay (CC0)
Populisme: het gezicht van verandering?
6 maart 2017 Anton van Rijn
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2017/2018).
Rozemarijn Brus
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).

Verloren hoop, angsten en belangen. De bevolking gaat op zoek naar een nieuw geluid wanneer zij zich onvoldoende aangesproken voelt door de politieke elite. Populisten bieden dit geluid en worden hierdoor het gezicht van verandering. Links- en rechts-populistische partijen in de Europese Unie (EU) geven gehoor aan de bevolking. Ze plaatsen vraagtekens bij het huidige politieke beleid en zetten hierdoor de EU onder druk.

Populisme. Het woord wordt regelmatig gebruikt, maar is lastig te definiëren. “Er zijn geen vaste kenmerken die een partij, persoon of beweging kunnen omschrijven als ‘populistisch’, hoewel er wel gelijkenissen bestaan”, aldus John B. Judis, journalist en schrijver van The Populist Explosion. Populisme kan ook niet worden gekoppeld aan ‘links’ of ‘rechts’, omdat het zowel links (Podemos in Spanje) als rechts (PVV in Nederland) voorkomt. Het lijkt dus niet een ideologie, maar eerder politieke logica: een manier waarop gedacht kan worden over politiek.

“Populisme is een ‘dunne’ ideologie die er vanuit gaat dat de maatschappij is verdeeld in twee homogene, vijandige groepen: ‘het pure volk’ en de ‘corrupte elite’”, schrijft politicoloog Cas Mudde in The Huffington Post. “Populisten vinden dat politiek over ‘de algemene wil’ van het volk zou moeten gaan.” ‘Het volk’ en ‘de elite’ zijn echter fluïde begrippen – wat die groepen definieert en wie ertoe behoren is vaag en veranderlijk. Populisme gaat niet om het volk en de elite op zich, juist het conflict tussen volk en elite is wat populisme bepaalt. “Door vernieuwing te beloven, wijzen ze naar de fouten in het huidige beleid,” aldus Judis.

Volgens Kees Boonman, politiek commentator bij EenVandaag, kiezen populistische partijen vaak de makkelijke retorische route zonder dat ze kunnen aantonen of wat ze beloven ook haalbaar is. “Als je het zo generaliseert, zijn populistische partijen er niet vanwege hun succes, maar vanwege het falen van de ‘oude’ politiek”.

Links en rechts populisme

Populistische partijen spelen in op gevoelens van onrust. Linkse populisten leggen hierbij de nadruk op economische factoren om een tegenstelling te creëren tussen aan de ene kant het volk en aan de andere kant de financiële sector en de rijke elite. Het zijn de midden- en lagere klassen tegen de top. Rechtse populisten zetten de bevolking tegenover een elite die zij ervan beschuldigen dat ze een derde groep voortrekken. Denk hierbij aan immigranten of moslims. Populisten kijken zowel naar boven, naar de elite die het verkeerd doet, als naar de groep beneden hen, die door de elite wordt voorgetrokken.

“Populisme wordt bijna altijd met een andere ideologie gecombineerd”, schrijft Cas Mudde.  Zo combineren partijen in de EU het met euroscepsis. Zowel linkse als rechtse eurosceptische partijen zijn de afgelopen jaren gegroeid in het Europees parlement. Een duidelijk voorbeeld is het rechtse Front National in Frankrijk: in 2009 verwierf dit 6,3 procent van de stemmen, in 2014 24,7 procent. Sommige van de partijen bestonden nog niet bij de verkiezingen in 2009 en werden in 2014 de EU ingestemd. Zie bijvoorbeeld de Italiaanse Vijfsterrenbeweging, die in 2014 met 21,1 procent van de stemmen in de EU belandde. Waar komt deze steeds groter wordende populariteit vandaan?

Opkomst links populisme: een “radicale transformatie”

In 2009 worden de Zuid-Europese landen flink getroffen door de crisis. In Spanje en Griekenland stijgt de werkloosheid, terwijl de Europese Unie streng toeziet op naleving van de Europese begrotingsregels. Dat betekent bezuinigen, privatiseren en hervormen. Een dergelijke economische crisis “leidt tot een radicale transformatie van het partijlandschap”, schrijft Simon Otjes, wetenschappelijk medewerker van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Otjes deed onderzoek naar een aantal landen waar de crisis toeslaat en waar vervolgens links-populistische partijen opkomen (zie kaart). Kees Boonman, merkt op dat in tijden van crisis ongelijkheid en jaloezie ontstaat: “Waarom hij wel en ik niet?”

In Zuid-Europa komen in de jaren van de crisis links-populistische, eurosceptische partijen op. In Spanje ontstaat ‘Podemos’ uit straatprotesten tegen bezuinigingen en in Griekenland ging de partij ‘Syriza’, die al sinds 2004 bestaat, de strijd aan met het Internationaal Monetair Fonds en de Europese Centrale Bank. In Italië richtte komiek en acteur Beppe Grillo de ‘Vijfsterrenbeweging’ op, waarmee hij in 2014 handtekeningen verzamelde voor een referendum over de terugkeer naar de oorspronkelijke Italiaanse munt, de lire.

Rechts populisme: “namens het volk”

Geert Wilders (PVV) is fervent twitteraar. Korte, vaak provocerende tweets in duidelijke taal zijn zijn specialiteit. “Waar de traditionele partijen gebruikmaken van ongeloofwaardige of onbegrijpelijke taal, bieden populisten in duidelijke taal ‘dat het land weer van óns wordt’”, stelt Boonman. In Noord-Europa is Wilders niet de enige die dit geluid laat horen. Marine Le Pen spreekt met Front National “au nom du peuple”. Deze twee partijen vormen samen met andere Noord-Europese partijen Europa van Naties en Vrijheid (ENF), een rechts-populistische, eurosceptische fractie in de EU. De ENF-partijen willen terug naar een Europa van onafhankelijke staten die alleen op economisch gebied samenwerken.

Hoewel de meeste partijen uit de fractie in 2009 nog niet eens bestonden, gaat het ze in 2014 enorm voor de wind. Een uitzondering is het Italiaanse ‘Lega Nord’, dat aan terrein verloor door de opkomst van de links-populistische ‘Vijfsterrenbeweging’.

Volgens de ENF-partijen is de invloed vanuit Brussel te groot. Hans Vollaard, docent Europese politiek aan Universiteit Leiden: “Rechtse populisten willen niet dat de EU te veel macht heeft, want dat gaat ten koste van de macht en de identiteit van staten. Ze vinden dat het gewone volk weer gehoord moet worden.” Dat populistische partijen op dit moment terrein winnen in Europa is volgens Vollaard meer dan alleen een strategie om zich af te zetten tegen de heersende elite. De ideologie van één volk met één wil gaat niet samen met de verschillende invloeden van buitenaf.

Verschil tussen etnische en civiele natie

Rechts en links populisme verschillen in hun opvatting van een natie, beweert Vollaard. Op rechts zie je een etnische opvatting, wat betekent dat burgers een bepaalde talige, culturele en historische achtergrond moeten hebben. “Dat maakt het moeilijker om migranten op te nemen, want die hebben deze achtergrond niet”, aldus Vollaard. Op links heerst meer een civiele opvatting van een natie. Volgens hen kan iedereen burger worden “als zij zich maar wel houden aan de waarden als gelijke behandelingen van mannen en vrouwen, enzovoort”, legt Vollaard uit.

Tijdens de aankomende Tweede Kamerverkiezingen is juist de etnische notie van een natie van belang. Door de dreiging van terrorisme in Europa, open grenzen en massamigratie is een steeds groter deel van de bevolking gespitst op hoe partijen met deze kwesties om zullen gaan. Linkse partijen, zoals SP en PvdA, houden zich daarom ook meer bezig met migratie en daarbij culturele onderwerpen. Volgens Vollaard kunnen ze echter minder goed uit de voeten met deze issues: “Ze hebben van oudsher niet een etnische opvatting van de natie die de PVV bijvoorbeeld wel heeft.” Voor rechtse partijen is de etnische notie vanzelfsprekender. Cas Mudde schrijft in de Groene Amsterdammer dat de rechtse partijen “zich bezighouden met identiteitspolitiek. Zij leggen de nadruk op sociaal-culturele kwesties”. Dat slaat dus in deze tijd meer aan en kan ook een reden zijn voor het huidige succes van rechts.

De burger is zoekende

Dat de etnische notie bij verkiezingen 15 maart een belangrijke rol speelt, hangt samen met de mensen uit vreemde culturen die het land binnenkomen. De een ziet dit als een verrijking van de Nederlandse cultuur en profiteert van de open grenzen – denk aan de student die overal in Europa kan studeren. De ander ziet dit als een bedreiging. Vollaard: “De angst voor het verliezen van een baan en vooral de onzekerheid voor de volgende generatie zijn de drijfveren hierachter.”

Het lijkt erop dat een deel van de bevolking zich met zijn angsten, hoop en belangen niet aangesproken voelt door de huidige regering. Deze burgers zijn op zoek naar een nieuwe orde. De PVV lijkt hierin het voortouw te nemen in de Nederlandse politiek. Dat is niet gek aangezien in Noord-Europa een grote rechts-populistische beweging populair is. Wilders laat zich uit over zijn eurosceptische houding, zijn mening over massamigratie en zijn standpunt ten opzichte van open grenzen. Daarnaast belooft hij, net als andere rechtse partijen, ruimte te geven aan het volk. De populariteit lijkt echter niet per se aan de partijen zelf te liggen, maar eerder aan het tekortschieten van de heersende elite. Bovendien benoemt Wilders wel problemen maar heeft niet iedereen evenveel vertrouwen in zijn oplossingen. Feit blijft wel dat de burger op zoek is naar een ander geluid. Op zoek naar het gezicht van verandering.