Bron: FaceMePLS (CC BY 2.0).
Waarom het verlagen van de AOW-leeftijd een dubieuze belofte is
9 februari 2017 Lotte Burger
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).
Vera Geenen
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).

De AOW-leeftijd wordt de komende jaren stapsgewijs verhoogd naar 67 jaar. SP, 50Plus en PVV zijn het niet eens met de maatregel van het huidige kabinet en willen die leeftijd juist weer verlagen naar 65 jaar. Maar is dat eenvoudig waar te maken? Ja, zeggen de partijen. Lastig, zeggen wetenschappers.

De Nederlander wordt steeds ouder. Daarom gaat de pensioenleeftijd sinds 2013 elk jaar omhoog. Met deze maatregel zal die leeftijd in 2050 op 71 jaar uitkomen. Dit is volgens de overheid nodig om de pensioenen betaalbaar te houden. Toch blijft het een veelbesproken onderwerp op de agenda van de oppositiepartijen.

Economische gevolgen

Voorstanders van het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar zijn de partijen SP, 50Plus en PVV. Maar de vraag is of het economisch verstandig is. Volgens het Centraal Planbureau (CPB)   ?   De effecten omtrent het verlagen van de AOW-leeftijd naar 65 jaar staan op blz. 17 en 18 in de Startnotitie voor KiK [pdf]. kost de verlaging van de AOW-leeftijd jaarlijks zo’n 12 miljard euro. “Het is straks aan de partijen die aan de coalitietafel zitten om te kijken waar we dat geld vandaan halen”, zegt Henk Krol, lijsttrekker van de 50Plus, in het programma Buitenhof. Exacte plannen daarvoor geeft Krol niet.

Juist dat geeft een dilemma, zegt econoom Jim Been van de Universiteit Leiden: “We kunnen het wel doen, maar ik denk dat we ons dan heel veel problemen op de hals halen, door langetermijnontwikkelingen als levensverwachting en vergrijzing. Een lagere AOW-leeftijd zou betekenen dat jongeren heel veel premie moeten betalen of dat we ouderen juist heel veel moeten korten.”

Volgens Tweede Kamerlid Paul Ulenbelt (SP) hoeven jongeren niet meer premie te betalen en komt het extra geld uit de ruimte die is ontstaan uit andere aspecten van de begroting van de SP. Terwijl de 50Plus nog niet weet hoe zij de kosten wil opvangen, heeft de SP daar al wel ideeën over: zij wil onder meer maatregelen treffen tegen belastingontwijking van grote bedrijven en door het invoeren van een miljonairstaks. Ook wil de partij meer belasting heffen op grote bedrijven.

Volgens hoogleraar pensioenrecht Erik Lutjens brengen die maatregelen hele andere discussies op gang. Het zou niet goed zijn voor het bedrijfsleven als de belastingen nog verder omhooggaan. “Met als gevolg dat sommige managers niet meer in Nederland gaan werken, omdat ze te veel belasting moeten betalen.” Maar ook dat bedrijven zich niet meer in Nederland willen vestigen, wat weer gevolgen heeft voor de internationale concurrentiepositie. “Daar oordeelt het CPB allemaal over, daar kan ik niks over zeggen”, aldus Tweede Kamerlid Ulenbelt.

Financieel gat

Volgens de SP is de maatregel noodzakelijk, omdat doorwerken voor mensen in zware beroepen niet altijd mogelijk is. Bovendien zegt de partij dat het verschil in gezondheid tussen hoog- en laagopgeleiden alleen maar groter wordt als zij langer doorwerken. ‘Je ziet dat mensen weliswaar ouder worden, maar dat geldt niet voor alle inkomensgroepen evenveel’, vertelt Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP).

Vanaf de jaren tachtig houdt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bij hoe oud Nederlandse burgers gemiddeld worden. Daarnaast kijkt de instantie naar het aantal gezonde levensjaren. Uit deze gegevens blijkt dat zowel de levensverwachting als het aantal gezonde levensjaren de afgelopen jaren is toegenomen. ‘75 is het nieuwe 65. Vroeger waren mensen van 65 jaar al oud, maar tegenwoordig zou je iemand beledigen als je dit zou zeggen’, aldus David van Bodegom, verouderingswetenschapper bij Leyden Academy.

Tegelijkertijd bevestigt Van Bodegom dat er verschillen zijn in de levensverwachting van verschillende inkomensgroepen. ‘De hoogopgeleide rijkste 20 procent leeft gemiddeld 7 jaar langer dan de laagopgeleide armste 20 procent. Dat is al een groot verschil. Maar als je kijkt naar het aantal gezonde levensjaren van beide groepen, is het verschil bijna 20 jaar.’

Van Bodegom snapt dat er een financieel gat ontstaat. Doordat mensen steeds ouder worden, moet er langer pensioen worden uitgekeerd. Dit moet de overheid op de een of andere manier opvangen. Het verhogen van de AOW-leeftijd zou een oplossing kunnen zijn. Hierbij wordt rekening gehouden met het soort arbeid dat iemand verricht.

Flexibilisering als oplossing?

Sommige partijen komen met een ander idee voor de AOW-leeftijd: flexibilisering. Mensen met een zwaar beroep kunnen eerder stoppen; of mensen kunnen ervoor kiezen om een paar jaar later met pensioen te gaan. Als iemand eerder met pensioen wil, kan hij een doorwerkbonus   ?    De FNV wil een doorwerkbonus van 2000 euro per jaar bieden aan werkenden tussen de 60 en 65 jaar. Zo kunnen zij hun inkomensverlies opvangen als ze eerder met pensioen willen. inzetten die hij tot zijn zestigste kan opsparen, staat in het plan van vakbond FNV over een flexibel pensioen.

Het invoeren van een flexibele AOW-leeftijd brengt kritiek met zich mee. Volgens ondernemingsorganisatie VNO-NCW blijft het plan te duur als mensen met een zwaar beroep eerder met pensioen gaan. Het VNO-NCW stelt dat generieke maatregelen namelijk een complete groep of generatie willen ontzien, in plaats van individuen die het binnen een groep nodig hebben.   ?   Bijvoorbeeld: de stratenmaker die nu rond de 60 jaar is, heeft een heel ander beroep gehad dan de beginnende stratenmaker van nu. Deze wordt namelijk veel meer ondersteund door techniek. En dan nog kan de een gemakkelijk door tot de AOW-leeftijd terwijl de ander al 10 jaar daarvoor klachten heeft. Ook volgens hoogleraar Lutjens is de goedkoopste en gemakkelijkste manier een vaste AOW-leeftijd. Maar wel een die economisch haalbaar is.

Conclusie

De belofte om de AOW-leeftijd terug te brengen naar 65 jaar lijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Vooral economisch gezien bestaat er veel discussie over de haalbaarheid van het idee. Half februari moet uit de doorrekening van het CPB blijken hoe alle politieke partijen hun plannen willen en kunnen gaan betalen. Tot die tijd blijft het verlagen van de AOW-leeftijd een onzekere belofte.