Worden we echt allemaal steeds banger en onzekerder?
8 februari 2017 Bente Schreurs
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).
Steffi van den Elsen
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2017/2018).

Politici hebben er een handje van om te beweren dat gevoelens van angst en onzekerheid toenemen in de samenleving. Maar er zijn geen cijfers die dit onderbouwen.

Angst is een hot topic. Zeker voor politieke partijen. Volgens het CDA-verkiezingsprogramma neemt het gevoel van angst, onzekerheid en gebrek aan vertrouwen in de samenleving toe. Ook het SGP-programma zegt dat uit alle onderzoeken blijkt dat de onveiligheid en criminaliteit dicht bij huis voor veel burgers hoog scoort in de probleemlijsten. Maar op welke cijfers zijn deze beweringen gebaseerd?

Wat zegt de politiek?

Op 7 februari was CDA-lijsttrekker Sybrand Buma te gast bij Stand.nl op Radio 1 om de volgende stelling te verdedigen: ”Nederland heeft behoefte aan een morele revolutie.” Volgens het CDA zorgen terrorisme, georganiseerde misdaad en alledaagse vormen van overlast en criminaliteit voor een toenemend gevoel van onveiligheid.

Ook de SGP is bezorgd over de veiligheidsgevoelens van Nederlanders. In hun partijprogramma staat:

“Uit alle onderzoeken blijkt dat de onveiligheid en criminaliteit dicht bij huis voor heel veel burgers hoog scoort in de probleemlijsten. Geruststellende cijfers veranderen daar niks aan.”

Volgens Willem de Wildt, beleidsmedewerker van de SGP, bestaat er een kloof tussen formele cijfers en de gevoelens van burgers in de praktijk. De Wildt komt dit regelmatig tegen in onderzoeken en mediaberichten. Hij heeft het over een rapport van de politie en het OM.

Irrelevant onderzoek

Het rapport noemt inderdaad een ‘kloof’: de totale criminaliteit die feitelijk plaatsvindt en het aandeel dat wordt aangepakt door de politie en het OM zou ver uit elkaar liggen. Hoe komt dat? Mensen doen bijvoorbeeld geen aangifte van cybercrime – en dat is een groeiend probleem. Een ernstige ontwikkeling, maar met veiligheidsgevoelens van burgers heeft het vrij weinig te maken. De SGP heeft het over “alle onderzoeken” die aantonen dat de onveiligheid voor burgers hoog scoort in de probleemlijsten, maar het enige onderzoek dat De Wildt noemt, gaat hier niet eens op in.

In het doorlopende onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal Cultureel Planbureau staat dit wel. Hierin wordt bijgehouden wat voor Nederlanders de grootste problemen en politieke prioriteiten zijn. ‘Criminaliteit en veiligheid’ scoort relatief laag en vormt vooral steeds minder een probleem. Dat geldt niet voor immigratie en integratie, wat misschien meer met aanslagen te maken heeft dan met een werkelijk gevoel van veiligheid. Dat roept de vraag op: waar gaat die angst en onzekerheid nu eigenlijk over?

De veiligheidsgevoelens waar politici over praten, omvatten meer dan enkel angst op straat. In het radiogesprek met Buma wordt gesproken over sociologische onderzoeken naar gevoelens van veiligheid. Die hangen vaak samen met meer persoonlijke onzekerheidsgevoelens. Zijn mensen bang voor terrorisme en straatgeweld, of gaat het ook om zorgen over onze eigen financiën en zorgverzekering?

Wetenschappelijk medewerker van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Lonneke van Noije is gespecialiseerd in het onveiligheidsgevoel. Zij zegt:

“Het is heel goed mogelijk dat zorgen zijn toegenomen, maar dat wil niet zeggen dat mensen zelf ook angstiger zijn geworden. Dit algemene gevoel van onveiligheid is de laatste jaren juist redelijk constant, en is in elk geval niet toegenomen.”

Dat is ook terug te zien in de cijfers van het CBS. Dat zijn overigens geen hele recente cijfers; de meest recente cijfers van het CBS gaan over 2015, die van het afgelopen jaar zijn pas in maart 2017 bekend.

Een toekomstig onderzoek van het SCP gaat zich richten op de inhoud van die onveiligheidsgevoelens. ‘‘Hierin staat specifiek de angst voor slachtofferschap (van geweld) centraal, wat we vergelijken met dit algemene gevoel van onveiligheid.’’

Vage cijfers

Wellicht is de woordkeuze het probleem. Politici strooien graag met uitspraken over onveiligheidsgevoelens, maar het is onduidelijk waar ze over praten. Van Noije legt uit:

“Er wordt – zeker door politici – al snel gezegd dat mensen zich onveiliger voelen, terwijl de een misschien bozer is, de ander bezorgder, en weer een ander afkeurender over een bepaalde kwestie.”

Een recent voorbeeld is de uitspraak van Buma bij WNL afgelopen zondag. Hij sprak over Nederland als:

“een land dat economisch wel vooruit gaat, maar waar heel veel onzekerheid en onrust in zit. Denk aan die 32% in Nederland die ook vindt ‘doe maar zeven moslimlanden even niet’. Dat toont aan dat er echte zorgen zijn.”

Waar dat percentage vandaan komt, is niet bekend. Helaas heeft het CDA ons hierover geen opheldering gegeven.

Het is dus onduidelijk waar de partijen hun standpunten over het groeiende onveiligheidsgevoel op baseren. Zowel het CDA als de SGP kunnen geen duidelijke bronnen geven die hun standpunten ondersteunen.

Conclusie

Kunnen we nu stellen dat we ons in 2016 allemaal angstiger, onveiliger en onzekerder zijn gaan voelen? Tot het CBS in maart met nieuwe cijfers komt kunnen we daar weinig over zeggen. En dat geldt ook voor politici.