Wordt maar 20% van de misdrijven opgelost? SGP en de crime van ambigue misdaadcijfers
13 februari 2017 Marlies Vording
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).
Michael Rizkalla
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).

Hoeveel misdrijven lost de recherche per jaar op? Als we het partijprogramma van de SGP moeten geloven, ligt dat percentage onder de 20 procent in de afgelopen kabinetsperiode. De partij is van plan dit ‘substantieel te verhogen’. Maar klopt dat percentage wel?

In het verkiezingsprogramma schrijft de SGP:

‘‘De capaciteit voor het oplossen van misdrijven (de recherche) moet worden vergroot teneinde het lage percentage opgeloste misdrijven van minder dan 20% binnen de komende kabinetsperiode zeer substantieel te verhogen.’’

Meerdere rapporten

Het probleem van misdaadcijfers is dat er meerdere instanties zijn die eigen cijfers publiceren. Zo is er het rapport Criminaliteit en rechtshandhaving, dat is opgesteld door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), het CBS en de Raad voor de rechtspraak. Hierin staat onder meer dat een misdaad pas als ‘opgehelderd’ kan worden beschouwd, wanneer de politie op zijn minst één verdachte kan aanwijzen.

Dat betekent niet dat er altijd een dader wordt vervolgd. “Lang niet altijd is er voldoende bewijs om iemand daadwerkelijk voor de rechter te krijgen”, verklaart Désirée Wilhelm, woordvoerder van het OM. Wanneer bewijs ontbreekt, kan er immers niemand worden vervolgd.

Wilhelm voegt daaraan toe: “Het OM vervolgt verdachten. Die kunnen meerdere misdrijven hebben gepleegd.” Het kan dus zo zijn dat één vervolging van een verdachte gebaseerd is op meerdere misdrijven. Al met al schommelt het percentage opgeloste misdrijven volgens het rapport tussen 2012 en 2015 rond de 25 procent.

Ander beeld

Dit komt niet overeen met de kleine 20 procent waar de SGP het over heeft. Hoe komt dat? Volgens SGP-woordvoerder Willem de Wildt is de uitspraak gebaseerd op twee rapporten. Naast het bovengenoemde document, maakt de partij gebruik van een tweede bron: de Discussienotitie opsporing en vervolgingstekort van het OM. Hierin wordt een ander beeld geschetst, doordat alleen de zaken die resulteren in een strafrechtelijke vervolging meewegen. De zaken die nog in behandeling zijn, tellen hierin nog niet mee. Daardoor ligt het percentage opgeloste misdrijven een stuk lager, rond de 18 procent.

Volgens De Wildt zou het werkelijke aantal vervolgingen uit misdrijven overigens nog een stuk lager kunnen liggen. “Het percentage geregistreerde criminaliteit is slechts een zeer beperkt deel van de daadwerkelijke criminaliteit”, legt hij uit. Een groot deel van de zaken komt nooit voor de rechter, omdat er geen aangifte is gedaan bij de politie. Een kanttekening die hierbij gemaakt kan worden, is dat we nooit zeker kunnen weten om hoeveel misdrijven het hier gaat en hoe ernstig ze zijn. Of de daders – indien er wel aangifte was gedaan – überhaupt berecht zouden worden, is dus maar de vraag.

Conclusie

De stelling van de SGP klopt strikt genomen niet helemaal. Het waarheidsgehalte hangt af van de manier waarop de term ‘oplossen’ wordt benaderd. De partij stelt dat het percentage van opgeloste misdrijven onder de 20 procent ligt, maar zegt daar niet bij dat het hier gaat om het aantal zaken dat strafrechtelijk vervolgd is. Het aantal opgehelderde zaken ligt wat hoger, rond de 25 procent.