Factcheck071: Geveltuinen niet bepalend, maar wel bevorderlijk voor biodiversiteit
7 juni 2019 |
Sebastiaan van der Lubben
Politiek verslaggever Leidsch Dagblad.
Geveltuinen 1e Binnenvestgracht Leiden. Foto Jan-Willem Broekema (CC BY-NC-ND 2.0)

Wethouder Martine Leewis (Duurzaamheid, GroenLinks) wil aan de slag met de Groene Kansenkaart voor Leiden. Daarin acht kansen om de stad snel te vergroenen. Een voorbeeld van zo’n Groene Kans is Operatie Steenbreek: tegel eruit, groen erin. Antje Jordan (D66) twijfelde aan het ecologisch nut van dit tegels lichten. Alleen als daardoor netwerken van ecosystemen ontstaan, zou dat volgens Jordan nuttig zijn. Die claim klopt niet.

De claim

Antje Jordan (D66) sprak dinsdag tijdens de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid wethouder Martine Leewis aan op de Groene Kansenkaart. Daarin is volgens het D66-raadslid vooral aandacht voor klimaatadaptatie, maar weinig oog voor biodiversiteit – kritiek waarin D66 niet alleen staat.

Jordan: „Vergroening is niet alleen voor ons om naar te kijken, maar ook voor beesten om in te wonen en soms kan het prikken of jeuken of modderig zijn.” Zij wilde graag een overkoepelende visie van het college op biodiversiteit. „Want al die losse plekjes in de stad waar al die tegels uitgehaald worden (…) daar hebben we uiteindelijk niet zoveel aan als daar niet een netwerk van ecosystemen ontstaat.” Die claim wordt hier onderzocht.

De context

Verstedelijking leidt meestal tot een afname van biodiversiteit, toch kunnen insteden sommige soorten floreren.

Mark Goddard, Andrew Dougill en Tim Benton melden in hun onderzoek (Scaling up from gardens: biodiversity conservation in urban environments. Trends in ecology & evolution, 2009) dat in stadsparken in San Francisco meer bijen voorkomen dan in twee parken buiten de stad.

Britse tuinen zijn favoriete plekken voor bijennesten. In de stad komen gemiddeld zo’n 37 nesten per hectare voor, ongeveer even hoog als op het platteland (20-37 nesten per hectare). Groen in de stad kan een positief effect hebben op populaties van organismen en daarmee op de biodiversiteit.

In de Groene Kansenkaart staan acht kansen om ook Leiden te vergroenen. Denk aan extra bomen (kans 6), de aanleg van tiny forests, moestuinen of sporttuinen (kans 7) of vergroenen met bewoners (kans 1): zestig procent van de stad is namelijk particulier bezit. Daarom de campagne ’steen eruit, groen erin’. Hierbij staat de „beleving van groen (…) meer centraal dan het daadwerkelijk aantal gerealiseerde extra m2 groen.” Maar hebben die ’postzegels’ groen sowieso impact op de biodiversiteit?

De crux

Geveltuintjes kunnen voor bepaalde soorten insecten een belangrijke tussenstop zijn op weg naar een andere populatie of groenplek, bevestigt Ellen Cieraad (universitair docent ecologie Universiteit Leiden).

Al naar gelang de reikwijdte van bijvoorbeeld een insect (van enkele centimeters tot honderden meters en soms nog verder) zijn ’postzegels’ groen tussenstops of stepping stones waar insecten tijdelijk kunnen landen. Insecten gebruiken geveltuintjes dus om van A naar B te ’hoppen’, waardoor zelfs meta-populaties kunnen ontstaan. Een meta-populatie bestaat uit verschillende populaties van insecten die met elkaar zijn verbonden. Populaties organismen die met elkaar in verbinding staan, zijn volgens Cieraad weerbaarder.

Geveltuinen zijn dus niet alleen geschikt voor afvoer van overtollig hemelwater en ter lering en vermaak van de bewoners, ze kunnen ook worden ingezet als corridor voor insecten om plekken in de stad te bereiken waarvan ze zonder geveltuin zijn afgesneden.

Cieraad: „Een geveltuin is geen hotspot van biodiversiteit, maar het groen van de gelichte tegels kunnen weldegelijk aan biodiversiteit in de stad bijdragen. Ze zijn als verbindend element van ecologisch belang.” De tuintjes moeten dan wel natuurvriendelijk worden onderhouden: dus zonder het gebruik van herbiciden en pesticiden.

Conclusie

Geveltuinen zijn geen hotspots van biodiversiteit, maar kunnen gezamenlijk wel een corridor of netwerk voor organismen met voldoende reikwijdte vormen. Insecten kunnen zich zo over grotere afstanden verplaatsen dan zonder geveltuinen en zelfs metapopulaties vormen die hen weerbaarder maken.

Antje Jordan (D66) beweerde dat een geveltuin zonder een netwerk geen nut heeft, Cieraad stelt echter dat de geveltuinen in combinatie met het al bestaande groen in de stad een mogelijk netwerk kunnen vormen en hebben zo bezien ecologisch nut. De claim dat de natuur in de stad niets heeft aan al die losse plekjes klopt dus niet.


Wil je geen enkele factcheck van ons missen? En wil je op de hoogte blijven van nieuws en onderzoek naar nepnieuws, desinformatie en factchecken? Meld je dan aan voor de wekelijkse nieuwsbrief van Nieuwscheckers.

7 juni 2019 |
Sebastiaan van der Lubben
Politiek verslaggever Leidsch Dagblad.