Grote hoeveelheid stikstof wél schadelijk voor natuur
3 februari 2021 |
Loes Duivenvoorden
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)

Stikstof een probleem? Volgens politiek leider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet, is dat een grote misvatting. Al in november 2019 meende hij in een uitzending van NPO Radio 1 ten onrechte dat stikstof niet slecht is voor de natuur. Datzelfde idee poneerde hij in de Tweede Kamer. Stikstof zou volgens de politicus slechts een voedingsstof zijn voor planten die zelfs in grote hoeveelheden geen kwaad kan. Het tegendeel is echter waar.

Bewering

Stikstof is niet slecht voor de natuur: hoe meer stikstof, hoe beter.

Oordeel

Onwaar

Bron van de bewering

Op 10 december 2020 verschijnt er een nieuwe video op het YouTube-kanaal van Forum voor Democratie met de titel “Baudet over STIKSTOFWET: Dit kabinet laat de boeren BLOEDEN”. Hierin zien we de politicus in de Tweede Kamer reageren op het wetsvoorstel Stikstofreductie en Natuurverbetering: “Zoals ik al vaker heb betoogd, is stikstof op zichzelf helemaal niet slecht voor de natuur”. 

Op de site van de politieke partij valt te lezen dat stikstof “geenszins ‘gevaarlijk’ of ‘milieuonvriendelijk’” is. “Ook de zogeheten ‘actieve stikstofverbindingen’ die worden gevormd bij industriële of agrarische activiteiten – zoals stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) – zijn niet gevaarlijk.”

Op Twitter en in een uitzending van NPO Radio 1 herhaalt Baudet dit idee: “Stikstof is gewoon een voedingsstof voor planten. Het is heel goed dat het er is: hoe meer, hoe beter.” De stikstofcrisis acht Baudet daarom “verzonnen”.

Waarom klopt dit niet?

Om duidelijk te krijgen of stikstof wel of niet slecht is voor de natuur, lopen we een aantal vragen af.

Wat is stikstof nu eigenlijk?

Stikstof is een scheikundig element dat wordt aangeduid met de letter N. Op de website van RIVM lezen we dat dit element in gasvorm (N2) vrijwel overal om ons heen voorkomt: wel 78% van de lucht bestaat uit stikstofgas. Voor planten is die stikstof uitermate belangrijk omdat het een essentieel bouwelement is voor hun eiwitten en DNA. Om benut te worden, wordt de stikstof uiteindelijk omgezet in ammoniak (NH3) of stikstofoxiden (NOx). Bodembacteriën spelen hierin een sleutelrol.

Van nature komen ammoniak en stikstofoxiden slechts in kleine hoeveelheden voor. Verbranding op hoge temperatuur – zoals bij verkeer, industrie en zeevaart – en vervluchtiging uit mest in de landbouw, zorgen voor extra uitstoot hiervan. Daardoor neemt de hoeveelheid ammoniak en stikstofoxiden niet alleen in de lucht, maar ook – via neerslag (depositie) – in de bodem toe. Dit heeft zonder meer consequenties voor de natuur.

Wat zijn de gevolgen van een teveel aan stikstof?

Stikstof is een onmisbaar element. Toch bestaat in de wetenschap consensus over de kwalijke effecten die een teveel aan stikstof in de natuur teweegbrengt. Grofweg worden twee gevolgen onderscheiden: vermesting en verzuring.

Vermesting

De behoefte aan stikstof verschilt per plant. Brandnetels, bramen en pijpenstrootjes kunnen er bijvoorbeeld geen genoeg van krijgen. Zij groeien snel en overwoekeren de planten die minder stikstof nodig hebben, zoals de heide en de orchidee. Op den duur leidt dit tot verschuivingen in plantensoorten. Snelgroeiende soorten verdringen de rest. Hierdoor wordt de vegetatie steeds homogener en verdwijnen insecten die van deze planten afhankelijk zijn – wat op zijn beurt ook weer het verdwijnen van vogels die van deze insecten leven, tot gevolg heeft.

Te veel stikstof zorgt dus voor minder plant- en diersoorten in bepaalde gebieden: de biodiversiteit neemt af. Vooral voedselarme ecosystemen zijn hier gevoelig voor.

Verzuring

Tegenwoordig zit er zoveel stikstof in de bodem, dat er sprake is van verzuring. Bodembacteriën zetten de overmaat aan stikstof namelijk om in zuur dat essentiële voedingsstoffen, zoals kalium en calcium, verdringt. Deze spoelen uit naar het grondwater, waar planten er niet meer bij kunnen. Door deze vorm van bodemverstoring waarbij aluminium en ijzer vrijkomen, wordt de grond langzaamaan giftig. (Zie dit rapport van Wageningen University & Research [pdf] en dit rapport van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek).

Planten die niet tegen een zure bodem kunnen, verdwijnen. Zij die wel overleven, krijgen te maken met allerlei complicaties. Het tekort aan voedingsstoffen leidt namelijk tot verkleuringen en zorgt ervoor dat planten en bomen niet in staat zijn hun celwanden optimaal te ontwikkelen. Het wordt voor hen moeilijk om cruciale processen zoals fotosynthese voort te zetten. Dit heeft tot gevolg dat de vitaliteit van de vegetatie ernstig achteruitgaat waardoor zij minder bestand is tegen droogte, vorst en insectenplagen.

Een bijkomend effect van de verzurende werking van stikstof is het gebrek aan kalk in veel gebieden. Sommige delen van Nederland, zoals de Veluwe, zijn al zodanig verzuurd dat er niet genoeg kalk is voor de dieren die daar leven. Huisjesslakken en pissebedden zijn hierdoor al uit het gebied verdwenen. Gevreesd wordt nu voor de koolmeesjes; uit onderzoek blijkt dat er steeds meer van hen geboren worden met zwakke of gebroken pootjes wegens een tekort aan kalk in hun voedsel. Ook het maken van eierschalen wordt door het ontbreken van voldoende calcium vermoeilijkt.

Conclusie

In combinatie met zuurstof en waterstof vormt stikstof de schadelijke verbindingen ammoniak en stikstofoxiden. Deze leiden in grote hoeveelheid tot vermesting en verzuring. Hierdoor gaat de biodiversiteit ernstig achteruit en zijn planten en bomen door een verzurende grond niet meer in staat de voedingsstoffen op te nemen die ze nodig hebben voor essentiële processen en ontwikkelingen.

Stikstof kan daarom wel schade aanrichten aan de natuur en de bewering “hoe meer stikstof, hoe beter” gaat alleszins niet op.

Met medewerking van prof. dr. ir. Franciska de Vries (UvA & Research), prof. dr. Rien Aerts (VU & Research), dr. Pepijn Veefkind (TU Delft en KNMI), dr. ir. Hans Kros (Wageningen University & Research), ir. Edo Gies (Wageningen University & Research).

Meer lezen

3 februari 2021 |
Loes Duivenvoorden
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)