Koopkracht gepensioneerden veel minder hard gedaald dan 50Plus beweert
18 januari 2021 |
Manon Blonk
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)
foto: Jeffcapeshop via Flickr CC BY-NC-ND 2.0

De koopkracht van gepensioneerden is de afgelopen tien jaar gedaald met zo’n twintig procent, aldus het verkiezingsprogramma van 50Plus. Dit percentage geldt echter alleen voor een daling in koopkracht van pensioenen, die voor een deel is gecompenseerd door de koopkrachtontwikkeling van AOW-uitkeringen. De daadwerkelijke koopkrachtdaling voor gepensioneerden is daardoor veel minder hoog dan de twintig procent die 50Plus noemt.

Bewering

De afgelopen 10 jaar hebben gepensioneerden zo’n 20 procent koopkrachtverlies geleden.

Oordeel

Onwaar

Bron van de bewering

Volgens het verkiezingsprogramma van 50Plus hebben gepensioneerden de afgelopen 10 jaar zo’n 20 procent koopkrachtverlies geleden, maar bij dit percentage wordt geen bron genoemd.

Waarom klopt deze bewering niet?

Gevraagd naar een bron noemt een woordvoerder van 50Plus een artikel uit het Financieel Dagblad (betaalmuur). Kop: “Pensioenen in tien jaar tijd met 20% uitgehold”, wat doet vermoeden dat er de bewering een kern van waarheid bevat. Maar dit blijkt toch anders te liggen.

Om dit goed te begrijpen is het van belang om te bekijken waaruit het inkomen van gepensioneerden over het algemeen bestaat. Als je met pensioen gaat, ontvang je een zogenoemd ‘basisinkomen’: de AOW-uitkering (Algemene Ouderdomswet). Daarnaast hebben gepensioneerden meestal een ‘aanvullend inkomen’ opgebouwd bij de werkgever(s) gedurende hun loopbaan: het aanvullend pensioen. De hoogte van dit aanvullend pensioen verschilt per persoon.

Het artikel in het Financieel Dagblad legt uit dat de hoogte van aanvullende pensioenen al jaren stilstaat, terwijl het prijspeil al jaren stijgt. Hierdoor is de koopkracht van pensioenen gedaald: met één pensioeneuro kon je in 2019 één vijfde minder kopen dan in 2008. Dat is in ruim tien jaar tijd inderdaad een koopkrachtdaling van zo’n 20 procent. 

Maar in het artikel is ook te lezen dat de daadwerkelijke koopkracht van gepensioneerden gemiddeld veel minder hard is gedaald. Dat komt doordat de hoogte van de AOW-uitkering, in tegenstelling tot de pensioenen, wél wordt aangepast aan de stijging van het prijspeil. Hierdoor is de daadwerkelijke koopkracht van gepensioneerden veel minder hard gedaald dan de 20 procent uit het 50PLUS-programma, namelijk gemiddeld zo’n 4,5 procent.

Overigens zijn de verschillen in koopkrachtontwikkeling tussen gepensioneerden groot. Zo is de koopkracht van gepensioneerden met een laag aanvullend pensioen (5.000 euro of minder) tussen 2008 en 2017 met 4,8 procent gestegen, maar de koopkracht van gepensioneerden met een hoger aanvullend pensioen (20.000 euro of meer) is in diezelfde periode afgenomen met 11,9 procent.

50Plus benadrukt in een reactie dat gepensioneerden er in koopkracht minder op vooruit zijn gegaan dan werkenden, maar dat doet niets af aan de onjuistheid van de bewering uit het programma. 

Conclusie

De bewering dat gepensioneerden de afgelopen tien jaar zo’n 20 procent koopkrachtverlies hebben geleden is onjuist. Gemiddeld verloor deze groep zo’n 4,5 procent aan koopkracht. Gepensioneerden met een aanvullend pensioen van 20.000 euro of meer gingen er het meest op achteruit: voor hen nam de koopkracht af met 11,9 procent.

Hoewel er dus geen sprake is van een koopkrachtverlies van 20 procent, is de koopkrachtontwikkeling voor deze groep relatief gezien zeer ongunstig. De koopkracht van werkenden ging er gemiddeld genomen namelijk wel op vooruit.

Op de hoogte blijven van alle factchecks van Nieuwscheckers? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief. Daarin houden we je ook op de hoogte van nieuws en onderzoek over desinformatie en factchecking.


18 januari 2021 |
Manon Blonk
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)