Kosten van leefstijlgerelateerde ziektes bedragen geen derde van de zorguitgaven in Nederland
17 februari 2021 |
Nina Winkel
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)

Om de zorgkosten te verlagen moeten we een gezonde levensstijl bevorderen, schrijft de Partij voor de Dieren in het verkiezingsprogramma. Volgens de partij is een derde van de zorgkosten namelijk te herleiden naar leefstijlgerelateerde ziekten. In werkelijkheid is dit percentage hooguit twintig procent van de totale zorguitgaven is.  

Bewering

Een derde van de zorgkosten is te herleiden naar leefstijlgerelateerde ziekten.

Oordeel

Onwaar

Bron van de bewering

Het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren beschrijft de problematiek in de zorg. Een groot probleem volgens de Partij voor de Dieren is de betaalbaarheid van de zorg, aangezien de kosten almaar stijgen. De partij wil de hoge zorgkosten drukken door de stijging van leefstijlgerelateerde ziekten een halt toe te roepen.

“Nu al is wel een derde van de zorgkosten te herleiden naar leefstijlgerelateerde ziekten, en de verwachting is dat dit nog met miljarden op zal lopen als we niet ingrijpen.” 

Volgens een woordvoerder van de Partij voor de Dieren is de claim gebaseerd op een uitspraak van Hugo de Jonge, minister van Volksgezondheid. In het coronadebat in de Tweede Kamer op 2 september 2020 zei hij: 

“Een derde van de uitgaven die we op dit moment doen aan onze zorg, heeft te maken met leefstijlgerelateerde ziekten.” 

De woordvoerder van de Partij voor de Dieren voegt toe: “De Kamer moet erop kunnen vertrouwen dat de informatie van minister De Jonge klopt.” 

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft niet gereageerd op de vraag van Nieuwscheckers waarop deze uitspraak gebaseerd is.

Waarom klopt de bewering niet?

De Partij voor de Dieren legt in het verkiezingsprogramma niet uit welke ziekten als leeftstijlgerelateerd worden beschouwd. Wel worden obesitas, diabetes type 2, longziekten en hart-en vaatziekten genoemd als ziekten die in deze categorie vallen. 

Leefstijlgerelateerde ziekten worden veroorzaakt door de manier waarop we leven. Onderzoek van het RIVM maakt onderscheid tussen vier leefstijl-en leefomgeving-gerelateerde factoren die bijdragen aan de zorguitgaven. Deze zijn gedrag, persoonsgebonden factoren, arbeid en milieu. De eerste twee zijn van belang voor het bepalen van de zorguitgaven van leefstijlgerelateerde ziekten, aangezien deze tot ziekten leiden die het gevolg zijn van leefstijl. De andere twee categorieën zijn daarentegen gerelateerd aan de leefomgeving. 

De categorie ‘gedrag’ bestaat uit vier factoren: roken, ongezonde voeding, weinig beweging en alcoholgebruik. De categorie ‘persoonsgebonden factoren’ maakt onderscheid tussen hoge bloeddruk, hoge bloedsuikerspiegel, overgewicht, cholesterol en lage botdichtheid. 

Je kunt de verschillende persoonsgebonden en gedragsfactoren niet zomaar bij elkaar optellen. Deze factoren hebben namelijk een grote overlap, vertelt Henk Hilderink, Topexpert Toekomstverkennen Volksgezondheid bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). In 2018 was hij projectleider van het onderzoek. “Bijna 50% van de Nederlanders heeft overgewicht, maar dat is niet volledig toe te schrijven aan ongezond gedrag. Sommige mensen hebben hier meer aanleg voor.” Dit betekent dus ook dat niet alle persoonsgebonden factoren het directe gevolg zijn van leefstijl.

Volgens het RIVM zijn de uitgaven voor leefstijlgerelateerde ziekten een stuk lager dan een derde van de totale zorguitgaven. Het laatste onderzoek over de kosten van ongezond gedrag komt uit 2018, waarvoor het RIVM de cijfers uit 2015 gebruikt. In dat jaar bedroegen de totale zorguitgaven 85,8 miljard euro. Het percentage dat veroorzaakt wordt door leefstijlgerelateerde ziekten ligt niet hoger dan 20%.

Kosten ongezond gedrag

In totaal bedragen de zorguitgaven voor de categorie ‘gedrag’ in 2015 8,6 miljard euro. Deze uitgaven zijn allemaal een direct gevolg van ongezond gedrag. De kosten voor persoonsgebonden ziekten bedragen in totaal 9,9 miljard euro in 2015. 

Naast het feit dat niet mogelijk is de hele categorie persoonsgebonden factoren toe te wijzen aan ongezond gedrag, bestaat er ook nog overlap met de categorie ‘gedrag’. De kosten uit de twee categorieën kunnen daarom niet zomaar bij elkaar opgeteld worden. Als we dit wel doen bedragen de uitgaven voor ongezond gedrag in 2015 zo’n 19%, legt Hilderink uit. “Dit is dus een overschatting, omdat hier nog geen correctie is uitgevoerd. In werkelijkheid zal het percentage lager uitvallen.” 

Ontwikkelingen

De Partij voor de Dieren schrijft ook in het verkiezingsprogramma dat de uitgaven voor leefstijlgerelateerde ziekten de komende jaren met miljarden stijgen als we niet ingrijpen. 

Hilderink verwacht echter niet dat de zorguitgaven van ongezond gedrag een extreme stijging zullen vertonen. In de toekomst gaan we zowel positieve als negatieve ontwikkelingen in het gedrag zien. Zo daalt het percentage rokers, maar dit betekent niet dat de zorguitgaven onmiddelijk dalen. “We zien vaak dat de schade al eerder ontstaan is.” 

Het percentage van mensen met overgewicht zal daarentegen gaan stijgen, maar ook in dit geval kan het een tijdje duren voordat de gevolgen zichtbaar worden. Toch zal dit niet tot een relatieve stijging in de zorguitgaven van leefstijlgerelateerde ziekten leiden. 

“Absoluut gezien stijgen deze kosten wel degelijk, maar relatief gezien zal er weinig veranderen. De algehele zorguitgaven stijgen elk jaar met zo’n 3%. We verwachten dat de zorguitgaven in 2040 verdubbeld zijn ten opzichte van nu, maar dat is in lijn met deze stijging van 3%. Dit is niet anders dan we de afgelopen decennia al waarnemen.”

De zorguitgaven voor ongezond gedrag zullen ook in deze lijn meestijgen, zonder extreme uitschieters. 

Waar is de verdubbeling van de zorguitgaven dan wel door te verklaren? Twee derde van de groeiende kosten is het gevolg van ontwikkelingen in de technologie in bredere zin, zoals dure behandelingen voor kanker. Een derde van deze stijging komt door demografische factoren, zoals vergrijzing en de groei van de bevolking. 

Levensverwachting

Belangrijk is daarom ook om vast te stellen dat het bevorderen van gezond gedrag niet voor een daling van de zorgkosten zal leiden. Op korte termijn zullen de zorgkosten dalen, maar op de lange termijn zullen de zorgkosten zelfs stijgen, beschrijft het RIVM in een rapport uit 2012 over de zorkosten van ongezond gedrag [pdf].

De levensverwachting wordt namelijk hoger. Zo stijgt door het uitbannen van roken de levensverwachting voor mannen met 2,1 jaar en voor vrouwen met 1,3 jaar. Mensen krijgen hierdoor te maken met een grotere kans op ouderdomsaandoeningen die juist relatief duur zijn, zoals dementie. De grootste risicofactor voor deze ziekten is namelijk leeftijd. 

Door ongezond gedrag uit te bannen leven we langer, maar neemt ook de hoeveelheid ongezonde jaren toe. Dit betekent dat de zorgkosten niet zullen dalen: de extra kosten overtreffen de kostenbesparingen.

Conclusie

De zorguitgaven voor leefstijlgerelateerde ziekten bedragen niet een derde van de totale zorguitgaven. In werkelijkheid gaat het om maximaal twintig procent en groeien deze uitgaven gestaag mee met de totale zorguitgaven. De uitspraak in het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Dieren is dus onwaar.

17 februari 2021 |
Nina Winkel
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)