Ondanks belofte van minister De Jonge blijft het priktempo in Nederland achter bij andere Europese landen
20 januari 2021 |
Simon Grijzenhout
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)

Nederland was het laatste land van de Europese Unie dat begon met vaccineren. Dit kwam minister Hugo de Jonge op veel kritiek te staan en hij moest daarvoor het boetekleed aantrekken. Maar in de loop van januari zou dat verschil tussen de EU-lidstaten verbleken, verkondigde hij bij Jinek op 6 januari, de dag dat de vaccinaties van start gingen in Nederland. De leveringen van de vaccins worden namelijk eerlijk verdeeld over de EU. Maar het tempo van het vaccineren ligt in Nederland nog altijd lager dan in de rest van de EU.

Bewering:

De leveringen van vaccinaties bepalen de snelheid van het vaccineren en niets anders

Oordeel:

Onwaar

Bron van bewering:

Op 6 januari werd de eerste prik van Nederland uitgedeeld aan de verzorgende Sanna Elkadiri. Deze triomf voor Hugo de Jonge, de minister van Volksgezondheid, werd ietwat overschaduwd doordat juist die dag in Washington het Capitool bestormd werd. Toch was de eerste coronavaccinatie in Nederland een historisch moment. Op V-day mochten De Jonge en Elkadiri dan ook samen bij de talkshow van Eva Jinek aanschuiven. Daar legde De Jonge nog eens uit hoe ingewikkeld de puzzel was die gelegd moest worden met de verschillende vaccins en verschillende in te enten groepen.

Toen Jinek hem vroeg of Nederland nu dan voor lag op de anderen, antwoordde De Jonge dat dat niet het geval was. Afgezien van de start, is het tempo in de Europese Unie “in zekere zin ongeveer gelijk”. Hij zei dat ieder land “in de loop van januari pas een beetje op stoom begint te komen, omdat dat gewoon te maken heeft met de leveringen. De leveringen bepalen de snelheid van het vaccineren en niets anders.” Twee dagen later bevestigde Mark Rutte dit nog eens in gesprek met de NOS. Rutte benadrukte dat de logistiek helemaal op orde was, dus dat het tempo alleen nog bepaald werd door de leveringen.

Waarom klopt dit niet?

Om eerlijk en gelijktijdig te kunnen vaccineren hadden de lidstaten besloten om via de Europese Unie vaccins in te kopen. Zo zou er geen concurrentie ontstaan en kon de commissie een gezamenlijke lage prijs regelen. Na de eerste leveringen werden de vaccins dus eerlijk verdeeld over de landen, op basis van het aantal inwoners. Zo kan iedereen op hetzelfde tempo vaccineren.

Nederland begon als laatste lidstaat van de Europese Unie met vaccineren, omdat de logistiek was ingesteld op een ander vaccin. Daar waren dingen fout gegaan, maar vanaf het moment dat het vaccineren ook in Nederland was begonnen, zou het verschil met andere landen snel worden goed gemaakt, aangezien de logistiek nu op orde was. Als alleen de leveringen nu nog doorslaggevend zijn, zou elk EU-land ongeveer hetzelfde percentage moeten hebben gevaccineerd. Dat is niet het geval.

De cijfers zijn afkomstig van Our World in Data en worden voortdurend geactualiseerd, waardoor ze een goed beeld geven van de huidige stand van zaken. Ze combineren de meest recente cijfers van nationale instanties om vergelijkingen te maken tussen landen. In Nederland komen de cijfers van het RIVM. Bij sommige landen loopt het verstrekken van de cijfers een paar dagen achter. Op het moment van publicatie loop Nederland een dag achter op de meeste landen.

Volgens onderstaande grafiek staat Nederland 26e van de 27 EU-lidstaten met een percentage van 0,44% van de Nederlandse bevolking dat ten minste één vaccinatiedosis heeft ontvangen. Alleen Bulgarije doet het minder goed. Denemarken heeft al 2,94% van de bevolking één dosis gegeven, zeker 6,5 keer meer dan Nederland. Ook landen als Malta, Slovenië en Italië doen het goed.

Dit zou in theorie nog steeds te maken kunnen hebben met de langzame start in Nederland. Maar van de inhaalslag die Nederland had moeten maken is ook nog geen sprake. In onderstaande grafiek is te zien hoe groot het aandeel mensen van een land is dat per dag gevaccineerd wordt. Over de laatste zeven dagen vaccineerde wederom alleen Bulgarije minder mensen per dag (per hoofd van de bevolking). Dit betekent dat de rest van de landen in de laatste week alleen maar is uitgelopen op Nederland. Het gemiddelde van een land als Litouwen ligt bijvoorbeeld drie keer hoger.

Er zijn op dit moment ongeveer 400.000 vaccins geleverd in Nederland, maar er zijn slechts 75.000 mensen geprikt. Volgens de GGD zijn er op dit moment geen logistieke problemen meer. Alle vaccins die zij van het ministerie van Volksgezondheid krijgen worden uitgedeeld volgens de opdracht van het ministerie. In reactie bij de NOS geeft het RIVM aan dat het sneller inplannen van afspraken risico’s met zich meebrengt, omdat toekomstige leveringen onzeker zijn. Mensen die een eerste prik hebben ontvangen, moeten drie weken later nog een keer geprikt worden voor optimale werking. Als er nu sneller gevaccineerd wordt, is er een risico dat die tweede prik niet gegeven kan worden.

Conclusie

Het vaccineren in Nederland gaat trager dan in grote delen van Europa, dat is een feit. Dat past kennelijk bij de strategie van het ministerie van Volksgezondheid, maar dat is wel een keuze. Het is niet zo dat dit enkel afhangt van de leveringen, zoals Rutte en De Jonge beweerden. Dat hebben de andere Europese landen bewezen.

Op de hoogte blijven van alle factchecks van Nieuwscheckers? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief. Daarin houden we je ook op de hoogte van nieuws en onderzoek over desinformatie en factchecking.

20 januari 2021 |
Simon Grijzenhout
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)