Onzekerheid op arbeidsmarkt heeft weinig invloed gehad op het laagste geboortecijfer sinds 20 jaar
22 januari 2021 |
Francis Kleijwegt
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)
Foto: Marjon Besteman-Horn (CC0)

In een interview met het Nederlands Dagblad beweerde Gert-Jan Segers (ChristenUnie) dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt zorgt voor het laagste geboortecijfer sinds twintig jaar. Dat klopt niet: het effect van de onzekere arbeidsmarkt op het geboortecijfer is maar klein en er zijn nog een heleboel andere factoren die zorgen voor een laag geboortecijfer. 

Bewering: Onzekerheid op de arbeidsmarkt zorgt nu voor het laagste geboortecijfer sinds twintig jaar.

Oordeel: Onwaar

Bron bewering

In het Nederlands Dagblad verscheen op 2 januari een interview met Gert-Jan Segers en Carola Schouten van de ChristenUnie, waarin zij de balans opmaken van de afgelopen vier jaar regeren. Ook blikken ze vooruit op een mogelijke nieuwe regeringsdeelname.

Op de vraag wat straks voor de ChristenUnie hoog op de agenda staat als er een nieuw kabinet komt, antwoordt Segers dat de arbeidsmarkt, wonen en de belastingen speerpunten zijn. Vervolgens beweert Segers dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt nu zorgt voor het laagste geboortecijfer sinds twintig jaar:

‘‘We hebben nu het laagste geboortecijfer sinds twintig jaar. Het is niet de taak van de overheid om te zorgen voor veel geboortes. Maar als het CBS aangeeft dat dit komt door onzekerheid op de arbeidsmarkt, zie je dat politieke keuzes vanuit een bepaalde visie hun effect hebben. Dat heeft dus gevolgen voor iets wat je heel gelukkig kan maken: het hebben van een gezin.’’

Waarom klopt dit niet?

In Nederland hebben we inderdaad het laagste geboortecijfer sinds twintig jaar. In 2000 kwamen in Nederland ruim 200 duizend levend geboren kinderen ter wereld. De raming voor 2020 is een stuk lager: iets meer dan 168 duizend kinderen. 

Segers beweert dat de onzekerheid op de arbeidsmarkt hiervoor verantwoordelijk is. Deze onzekerheid op de arbeidsmarkt houdt in dat werknemers geen vast contract, maar een flexibele arbeidsrelatie hebben. Hierbij heb je een flexibel contract waarin de werktijden en duur van het contract niet zijn vastgelegd en het salaris vaak ook lager is. Dit kan zorgen voor meer onzekerheid bij potentiële ouders waardoor zij het krijgen van kinderen kunnen uitstellen en daarmee ook het geboortecijfer laten dalen.  

Afgelopen zomer publiceerde het CBS in samenwerking met het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut) hierover dit onderzoek. De onderzoekers gingen hierin na hoe groot de invloed is van de stijging van het aandeel vrouwen met zo’n flexibel arbeidscontract op het geboortecijfer. ‘‘We hebben onder andere gekeken naar hoeveel kinderen er extra geboren zouden zijn in 2018 als het aandeel vrouwen met een flexibele arbeidsrelatie op hetzelfde niveau was gebleven als in 2010’’, concretiseert Daniël van Wijk, een van de onderzoekers en promovendus bij het NIDI.

Conclusie van dit onderzoek: het effect van deze factor is vrij klein. Als het aantal vrouwen met een flexibele arbeidsrelatie hetzelfde was gebleven als in 2010, dan zou het TFR (total fertility rate), ook wel vruchtbaarheidscijfer genoemd, 0,017 hoger zijn dan dat dit cijfer (1,59) in 2018 daadwerkelijk was. Oftewel er zouden 1668 baby’s meer zijn geboren. ‘‘De stijging van het aandeel vrouwen met een flexibel arbeidscontract verklaart dus een klein, maar niet verwaarloosbaar, deel van de daling in het geboortecijfer’’, concludeert Van Wijk.

Uitleg over TFR (total fertility rate)
Het gemiddeld aantal kinderen dat een Nederlandse vrouw ter wereld brengt. Hierbij wordt dan aangenomen dat de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers die in een bepaald jaar zijn waargenomen gedurende de hele vruchtbare levensloop van een Nederlandse vrouw zouden gelden.

Bij deze resultaten plaatsten Van Wijk en zijn collega-onderzoeker Katja Chkalova wel een aantal kanttekeningen. Zo hebben zij geen zelfstandigen meegerekend. ‘‘En onder flexwerkers worden soms ook zelfstandigen gerekend’’, vertelt de onderzoeker. Daarnaast hebben zij ook geen onderzoek gedaan naar de flexibele arbeidsrelatie van mannen, die natuurlijk ook gevolgen kan hebben voor het geboortecijfer. ‘‘Maar dit  onderzoek van het CBS uit 2017 laat zien dat er geen significant verschil is in de kans om een eerste kind te krijgen tussen mannen met een vast arbeidscontract en mannen met een flexibele arbeidsrelatie’’, vertelt Van Wijk. ‘‘Hieruit kunnen we concluderen dat er in Nederland geen direct effect van een flexibele arbeidsrelatie bij mannen lijkt te zijn op het krijgen van een eerste kind.’’

Daarnaast is in het onderzoek van Van Wijk en Chkalova ook te lezen dat de flexibilisering op de arbeidsmarkt vooral leidt tot minder geboortes onder vrouwen jonger dan 33 jaar. ‘‘Het lijkt er dus op dat vrouwen het krijgen van een kind uitstellen. Het is nog de vraag of dit uitstel in de toekomst ook tot afstel zal leiden of dat het uitstel uiteindelijk zal worden ingehaald’’, vertelt Van Wijk. 

Andere oorzaken

Wanneer er sprake is van uitstelgedrag worden mannen en vrouwen pas later ouders dan de generatie voor hen. ‘‘En dit heeft een tijdelijke daling van het geboortecijfer tot gevolg. Maar het aantal kinderen dat een persoon gemiddeld aan het eind van zijn of haar vruchtbare leven heeft gekregen, blijft dan wel gelijk’’, legt Van Wijk uit. 

Naast de flexibilisering op de arbeidsmarkt, noemt dit onderzoek van het CBS uit 2017 nog andere oorzaken voor dat uitstelgedrag en daarmee ook voor het lage geboortecijfer. Zo heeft het stijgende opleidingsniveau van jonge vrouwen ook invloed hierop. Jonge vrouwen studeren namelijk langer door, verlaten daardoor pas later het onderwijs en stellen daarom het nemen van een kind uit. Daarnaast is er ook een trend onder jongvolwassenen naar minder vastigheid in hun relaties dat ook weer kan leiden tot het uitstellen van een zwangerschap.

Ook heeft de woningmarkt invloed op het geboortecijfer. Doordat het aanbod van woningen laag is, de prijzen hoog zijn en eisen voor een hypotheekverstrekking streng, is het voor starters moeilijk om aan een kindvriendelijke woning te komen. En dit kan dan weer uitstelgedrag tot gevolg hebben. ‘‘Ook kunnen de veranderende opvattingen rondom het stichten van een gezin een rol spelen’’, voegt Van Wijk hieraan toe.

Ook Jan Latten, emeritus hoogleraar demografie aan de UvA, vertelt dat er waarschijnlijk veel meer oorzaken ten grondslag liggen aan het lage geboortecijfer. ‘’Het is een illusie om te denken dat je met een paar oorzaken het volledige beeld krijgt van waarom het geboortecijfer daalt.’’ Daarbij geeft Latten aan dat er naast veel meetbare oorzaken, ook veel oorzaken zijn die moeilijker of zelfs niet te meten zijn. ‘‘Opleidingsniveau en werk zijn de dingen die we makkelijk kunnen meten en in cijfers vatten. Maar of de belangstelling om ooit kinderen te krijgen verandert, is alweer een stuk moeilijker om te meten’’, legt de demograaf uit.

Van Wijk voegt daaraan toe dat er ook sprake kan zijn van indirecte oorzaken die uiteindelijk kunnen leiden tot uitstel en een laag geboortecijfer. ‘‘De economische omstandigheden van een stel kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat zij het samenwonen of trouwen uitstellen. En dit uitstel kan dan het krijgen van kinderen weer uitstellen. Hierdoor kunnen economische omstandigheden ook indirecte invloed hebben op het geboortecijfer.’’ 

Ook geven Latten en Van Wijk alle twee aan dat het uiteindelijk een combinatie is van verschillende factoren die leiden tot uitstelgedrag en dus dat lage geboortecijfer. ‘‘Het zijn inderdaad meerdere factoren die de daling van het geboortecijfer kunnen verklaren’’, concludeert Latten. Van Wijk voegt daaraan toe: ‘‘Het is ook lastig om de invloed van één oorzaak te isoleren, doordat ze zowel elkaar als de beslissing om kinderen te krijgen wederzijds beïnvloeden.’’

Reactie ChristenUnie

De ChristenUnie erkent dat er inderdaad meer oorzaken zijn voor de daling van het geboortecijfer. Daarnaast geeft de partij ook aan dat Segers de onzekere arbeidsmarkt vooral als voorbeeld wilde gebruiken in het interview. ‘‘Segers noemt de onzekerheid op de arbeidsmarkt als voorbeeld om te laten zien dat ‘politieke keuzes vanuit een bepaalde visie hun effect hebben’’’, laat Johannes de Vries, Hoofd Voorlichting van de ChristenUnie, weten.  

Conclusie

De onzekerheid op de arbeidsmarkt heeft dus maar een kleine invloed gehad op het geboortecijfer. De bewering van Segers moet daarom behoorlijk gerelativeerd worden met veel andere indirecte, directe, meetbare en onmeetbare oorzaken van het laagste geboortecijfer in twintig jaar. Daarom beoordelen wij deze bewering als onwaar.

Bronnen

Chkalova, K., & Van Gaalen, R. (2017). Flexibele arbeid en de gevolgen voor relatie- en gezinsvorming. Geraadpleegd van: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/39/flexibele-arbeid-en-relatie-en-gezinsvorming

Te Riele, S., & Loozen, S. (2017). Vruchtbaarheid aan het begin van de 21e eeuw. Geraadpleegd van: https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2017/51/vruchtbaarheid-aan-het-begin-van-de-21e-eeuw

Van Wijk, D., & Chkalova, K. (2020). Minder geboorten door studie en flexwerk? Geraadpleegd van: https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2020/minder-geboorten-door-studie-en-flexwerk-

Op de hoogte blijven van alle factchecks van Nieuwscheckers? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief. Daarin houden we je ook op de hoogte van nieuws en onderzoek over desinformatie en factchecking.

22 januari 2021 |
Francis Kleijwegt
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)