Uurtje Engelse les aan kleuters levert nauwelijks voordeel op
15 maart 2019 |
Arende de Wit
Foto: Wammes Waggel (CC BY-SA 3.0).

Kunnen kleuterscholen beter stoppen met een uurtje Engelse les per week? Volgens een persbericht van de Radboud Universiteit Nijmegen wel. Diverse media besteedden er aandacht aan. Het is inderdaad zo dat een uurtje Engels per week aan kleuters nauwelijks voordeel oplevert.

Bewering

Een uur Engelse les per week voor kleuters levert geen duidelijk voordeel op ten opzichte van leerlingen die pas in groep 7 beginnen met Engels.

Oordeel

Waar

Bron van de bewering

Op 22 februari promoveerde Claire Goriot op dit onderwerp. Naar aanleiding daarvan gaf de Radboud Universiteit een persbericht uit. RTL berichtte op 14 februari over dit onderzoek en stelde dat scholen net zo goed kunnen ophouden met een uurtje Engelse les per week aan kleuters, omdat blijkt dat ze nauwelijks betere resultaten halen dan leerlingen die pas in groep 7 beginnen. BNR Nieuwsradio, NRC, het ND, de Volkskrant, het BD en anderen besteedden ook aandacht aan het onderzoek.

Waarom is dit waar?

Het onderzoek van Goriot wees uit dat er op essentiële gebieden van de hersen- en taalvaardigheid geen verschil is tussen leerlingen die in groep 1 een uurtje Engels hebben en leerlingen die daar pas in groep 7 mee beginnen. In haar proefschrift onderzocht Goriot processen die nodig zijn om informatie te verwerken, de bewustheid van kinderen van verschillende klanken en het vermogen van kinderen om verschillende Engelse klanken te onderscheiden. Meertalige kinderen zouden zich op deze drie gebieden anders ontwikkelen dan eentalige kinderen. Goriot onderzocht of dit ook geldt voor kinderen die vanaf jonge leeftijd beperkt Engels krijgen.

Voor elk van deze deelgebieden vond Goriot geen verschil tussen leerlingen die beperkt Engels vanaf groep 1 krijgen en leerlingen die Engels krijgen vanaf groep 7. Ze keek daarbij dus niet naar taalgebieden als lees- en luistervaardigheid en de beheersing van Engelse grammatica.

Goriot testte tijdens deze drie deelonderzoeken ook de woordenschat van de verschillende groepen. Daar kwamen gemengde resultaten uit. Goriot concludeert hieruit zelf dat er wel verschillen zijn, maar dat deze vaak klein zijn en niet opgaan voor alle leeftijdgroepen.

Beperkingen

RTL Nieuws besteedde geen aandacht aan het feit dat Goriot slechts een deel van de taalvaardigheid had onderzocht. Andere media wezen hier wel op. Goriot keek ook niet naar de specifieke vaardigheden van de docenten, bijvoorbeeld de manier waarop zij verschillende klanken aanbieden aan kinderen. Ze is zich bewust van de beperkingen van haar onderzoek en stelt dat er op andere gebieden wel verschil zou kunnen zijn.

Goriot is tevreden over de manier waarop haar onderzoek in de media is gekomen, zegt ze desgevraagd. “Ik heb alle krantenartikelen voor publicatie gecontroleerd op onjuistheden. De informatie die erin staat klopt veelal, maar ik heb niet kunnen voorkomen dat ik soms niet helemaal precies geciteerd ben, of dat er een wel erg stellige kop boven een artikel staat. De media richtten zich voornamelijk op de Engelse taalvaardigheid. De andere dingen die ik heb onderzocht zijn ingewikkelder en minder interessant voor het grote publiek. Ik snap dus dat media daar niet over bericht hebben.”

Sponsjes

Elena Tribushinina, universitair docent Engelse Taalkunde aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in onder andere vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto), is blij dat de media het onderzoek van Goriot hebben opgepakt. “Er is vaak veel aandacht in de media over hoe geweldig het is om vroeg te beginnen. Kinderen in groep 1 zouden leren als sponsjes, terwijl leerlingen in groep 7 zouden zijn vastgeroest in het Nederlands. Het is mij nog steeds een raadsel waarom dat zo in de media komt, want het is nergens op gebaseerd.” Veruit de meeste grote wetenschappelijke projecten op dit gebied laten namelijk zien dat (beperkt) vvto weinig zin heeft.

Tribushinina heeft een vermoeden waarom de media vaak zo positief zijn. “Bij spontane tweedetaalverwerving heeft het veel voordelen als je jong begint, maar dat is een situatie waarbij je veel input krijgt. Misschien dat mensen onderzoek naar natuurlijke tweedetaalverwerving nemen en dat toepassen op taal als schoolvak. Een uurtje per week is echter absoluut niet voldoende om het voordeel van impliciet leren, dat we bij jonge kinderen zien, te benutten.”

Inhalen

In het ergste geval kan vroeg beginnen met Engels zelfs negatief uitpakken. Uit Duits onderzoek bleek dat sommige leerlingen die vroeger begonnen, werden ingehaald door leerlingen die later begonnen. Ook voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis zou op de kleuterleeftijd met Engels beginnen nadelig kunnen zijn, al zijn daar nog geen harde wetenschappelijke bewijzen voor.

Voor kinderen met een normale ontwikkeling stelt Tribushinina dat een uurtje Engels geen kwaad kan. “Als het kinderen helpt om de communicatiedrempel te verlagen is het ook goed, maar de grote onderzoeken laten zien dat het niet zoveel oplevert.”

Conclusie

Goriot heeft niet alle aspecten van de taalvaardigheid onderzocht. Ze richtte zich op processen rond informatieverwerking, het herkennen en onderscheiden van klanken en de woordenschat. Internationaal wetenschappelijk onderzoek toonde echter al vaker aan, ook voor andere gebieden, dat een uur Engelse les per week op jonge leeftijd niet of nauwelijks effect heeft. We beoordelen de bewering daarom als waar.

Bronnen

Goriot, C.M.M. (2019). Early-English education works no miracles. Cognitive and linguistic development of mainstream, early-English, and bilingual primary-school pupils in the Netherlands. Proefschrift, Radboud Universiteit.

Jaekel, N., M. Schurig, M. Florian, M. Ritter. (2017). From Early Starters to Late Finishers? A Longitudinal Study of Early Foreign Language Learning in School. Language Learning, 67, 631-64.

Muñoz, C. (2010). On how age affects foreign language learning [pdf]. Advances in Research on Language Acquisition and Teaching: Selected Paper: 39-49.

15 maart 2019 |
Arende de Wit