Foto: Peter van der Sluijs (CC)
De cijfers van Wilders over criminaliteit onder Marokkaanse jongeren
11 maart 2017 Jamie Schemkes
Redacteur Nieuwscheckers (2017).

Zondag 26 februari toog Geert Wilders naar Duitsland voor een interview met televisiezender Das Erste, waarin de PVV-lijstrekker stevig ondervraagd werd door journalist Markus Preiß. Ook de omstreden ‘minder Marokkanen’-uitspraak uit 2014 kwam aan bod, en Wilders zag zijn kans schoon de uitspraak te verdedigen met een aantal schokkende cijfers over criminaliteit onder Marokkanen. Maar kloppen die cijfers wel? Nieuwscheckers zou Nieuwscheckers niet zijn als we die niet even goed onder de loep zouden nemen.

Geert Wilders (15.30 minuten):

“Moroccans are overrepresented in all the wrong statistics. The Moroccan youth, under the age of 22, 60% of them have been arrested at least once by the police.”

Gezien het feit dat de PVV tot op heden niet heeft geantwoord op onze vraag waar Wilders bovenstaande cijfers vandaan heeft, is Nieuwscheckers zelf op zoek gegaan.

Cohortanalyse

De zestig procent die Wilders noemt, komt hoogstwaarschijnlijk uit het Jaarrapport Integratie 2012 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Omdat normale verdachtenpercentages een inkijk geven in het percentage verdachten in één jaar, maar het in dit geval nuttig is de verdachtencijfers voor een langere periode te bekijken, voert het CBS ongeveer een keer per jaar een zogenoemde ‘cohortanalyse’ uit. Hiermee kan een beeld worden geschetst van crimineel gedrag over de levensloop van personen.

Voor de cohortanalyse van het CBS uit 2012 zijn de jongeren gevolgd die in 1996 12 jaar waren (en dus zijn geboren in het jaar 1984) en die tot 2010 zonder onderbreking in Nederland woonden. Onder de Marokkaanse jongeren uit 1984 is 39,5% tussen de leeftijd van 12 en 26 jaar één of meer keren verdacht geweest van een misdrijf. Een stuk lager dan de 60% die Wilders aanhaalde dus.

Maar hier is een belangrijke nuance te maken, namelijk dat deze cohortanalyse laat zien dat het onderscheid in sekse zeer relevant is. Onder de Marokkaanse vrouwelijke jongeren uit 1984 was 18% tussen hun 12e en 26e levensjaar eens verdachte geweest, tegenover  – jawel – 61% van de Marokkaanse jongens uit deze categorie.

Klopt het dus dat zestig procent van alle Marokkaanse jongemannen onder de 22 minstens één keer is gearresteerd door de politie? Dat Wilders het heeft over ‘onder de 22 jaar’ terwijl het Jaarrapport Integratie 2012 het heeft over ‘onder de 26 jaar’ zullen we maar beschouwen als een detail.

Een belangrijkere kanttekening is dat het cijfer van 61% uit het Jaarrapport Integratie 2012 niet over alle Marokkaanse jongeren gaat, maar louter over de groep die is geboren in 1984. Op basis van deze cohortanalyse is dus niet met zekerheid te zeggen dat dit percentage geldt voor alle Marokkaanse jongemannen.

Geert Wilders (15.40 minuten):

“They (Marokkaanse jongvolwassenen, red.) are 22 times overrepresented when it comes to street crimes and things like that.”

Het is onduidelijk wat Wilders precies bedoelt met de uitspraak ‘Marokkaanse jongvolwassenen zijn 22 keer vaker gerepresenteerd in straatcriminaliteit en dat soort dingen’. Tweeëntwintig keer vaker dan welke groep? En wat verstaat hij onder ‘straatcriminaliteit en dat soort dingen’?

Uiteraard zijn er cijfers over verschillende typen misdrijven die worden gepleegd, en er zijn cijfers over de representatie van verschillende herkomstgroepen in de criminaliteit. Helaas zijn deze niet gecombineerd terug te vinden, laat Frank van Gemert, onderzoeker en universitair docent op het gebied van Culturele Criminologie aan de Vrije Universiteit, weten. “Etniciteit wordt niet geregistreerd als het gaat om specifieke typen misdrijven.”

“Mogelijk dat Wilders verwijst naar een lokale studie die ik niet ken. Landelijk gezien is het verband er wel, maar lang niet zo sterk als gesuggereerd door Wilders”, zegt Joanne van der Leun, hoogleraar Criminologie aan de Universiteit Leiden. “De meest betrouwbare bronnen zijn het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Die komen zeker niet met dit soort hoge cijfers van oververtegenwoordiging.”

Cijfers jeugdcriminaliteit

Cijfers over het aantal aanhoudingen in het algemeen onder verschillende herkomstgroepen vinden we inderdaad bij het WODC. In het rapport Monitor Jeugdcriminaliteit 2010 [pdf] van het WODC zijn de ontwikkelingen in jeugdcriminaliteit tussen 1996 en 2010 opgenomen. In dit rapport is het aantal verdachten gerelateerd aan hun aandeel in de populatie, namelijk per 1000 personen van de betreffende bevolkingsgroep.

Het rapport laat zien dat het aantal aanhoudingen in 2008 onder jongvolwassenen (18 t/m 24 jaar) een hoogtepunt bereikt door de groep Marokkanen. Het aandeel verdachten onder de groep Marokkanen is in dat jaar met 116 per 1000 Marokkaanse personen veruit het grootst.

Om te kijken of de Marokkanen met dit aantal inderdaad 22 keer vaker gerepresenteerd zijn dan welke groep dan ook, kijken we naar de herkomstgroep met het laagste aantal aanhoudingen per 1000 personen van de betreffende groep. Dat zijn de autochtonen, die met 30 maal in 2008 inderdaad een stuk minder vaak aangehouden zijn. De Marokkanen zijn volgens deze cijfers dus niet 22 keer vaker gerepresenteerd dan de autochtonen, maar ‘slechts’ 4 keer vaker.

Onder minderjarigen ligt het hoogtepunt in 2007 met 90 aanhoudingen per 1000 personen, wederom door de groep Marokkanen. Onder de groep die het laagst vertegenwoordigd is, wederom de autochtonen, is dit 20 op 1000. Ook onder de minderjarigen zijn de Marokkanen dus niet 22 keer vaker gerepresenteerd dan de laagste groep. Van Gemert onderbouwt deze cijfers met de uitspraak: “22 keer vaker, dat is echt uit de lucht gegrepen.”

Uit hetzelfde interview checkten we de uitspraak van Wilders dat we in Nederland per hoofd van de bevolking het meeste zouden bijdragen aan de Europese Unie.