Foto Frans Berkelaar (Flickr, CC BY-ND 2.0)
Is de helft van het Nederlandse leger niet inzetbaar?
13 maart 2017 Martijn Kousen
Student master Journalistiek en Nieuwe Media, Universiteit Leiden (2016/2017).

Thierry Baudet wil orde op zaken stellen bij Defensie. Want, zo zou volgens Baudet uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer blijken, 54 procent van de legeronderdelen is niet capabel door ontbrekende munitie en onderdelen. Een deel van de eenheden is inderdaad niet operationeel gereed. Toch haalt het leger volgens minister van Defensie Hennis Plaschaert de inzetbaarheidsdoelstellingen.

Thierry Baudet, de partijleider van Forum voor Democratie, zei 12 februari in het programma Business Class: “Maar ook gewoon puur de inzetbaarheid van het Nederlandse leger. Volgens de Rekenkamer is op 54 procent van de onderdelen het Nederlandse Leger gewoon niet capabel. Dat betekent onderdelen missen, kogels missen. Alexander Pechtold vindt dat grappig, wij vinden dat een schande. Dat moeten we echt op orde brengen”

Wat onderzocht de Rekenkamer?

Elk jaar doet de Algemene Rekenkamer onderzoek naar de verantwoording van de ministers. Centraal staan de vragen of het beleid de gewenste resultaten heeft, of de zaken goed geregeld zijn op het departement en of het geld wordt besteed volgens de regels. Uit navraag bij de Rekenkamer blijkt dat Thierry Baudet refereert aan dit Verantwoordingsonderzoek 2015. Het onderzoek over 2016 is nog niet beschikbaar.

De Rekenkamer onderzoekt onder andere in hoeverre de krijgsmacht de inzetbaarheidsdoelstellingen kan realiseren die worden opgesteld door de minister van Defensie. Hierin staat welke missies en taken de krijgsmacht moet kunnen uitvoeren:

  • Bescherming van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied, met inbegrip van het Koninkrijk in het Caribisch gebied.
  • Bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit.
  • Ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, zowel nationaal als internationaal.

Aan de hand van deze doelstellingen bepaalt Defensie hoeveel eenheden gereed moeten zijn. Nieuwscheckers bekeek Kamerbrieven, Kamervragen en bestuurlijke reacties. In een brief aan de Tweede Kamer legt Minister van Defensie Janine Hennis Plasschaert uit:

De inzetbaarheidsdoelstellingen zijn uitgewerkt in een gereedheidsnorm per type operationele eenheid. De norm geeft het aantal te leveren operationeel gerede eenheden weer. Als deze ‘norm OG’ per eenheid wordt gehaald, kan ten aanzien van de gereedheid worden voldaan aan de inzetbaarheidsdoelstellingen.

De Rekenkamer laat aan Nieuwscheckers weten niet zoals Baudet van ‘capabel’ te spreken, maar, net als Defensie, van ‘gereedheid’ en ‘inzetbaarheid’.

Problemen bij de krijgsmacht

Het onderzoek van de Rekenkamer meldt dat het nodige verbeterd moet worden bij Defensie:

Om te kunnen beschikken over een moderne krijgsmacht zal Nederland niet alleen moeten werken aan het verbeteren van de gereedheid (en dus aan het onderhoud van materieel), maar ook aan het tijdig vervangen en vernieuwen van materieel. In de afgelopen jaren is echter veel minder geïnvesteerd in het verbeteren van het materieel dan beoogd.

Tot zover niks aan te merken op de opmerking van Baudet. Want uit het onderzoek van de Rekenkamer blijkt wel degelijk dat het slechter gesteld is met de krijgsmacht dan een aantal jaar geleden.

Wat zeggen de cijfers?

Uit de ontleding van de Algemene Rekenkamer blijkt dat in 2015 59 procent van de eenheden operationeel gereed was en dus in staat om doelstellingen te realiseren. Dit was in 2013 nog 77 procent. Dat betekent dat 41 procent niet operationeel gereed was in 2015. Als je de ‘operationele gereedheid’ en ‘capabel’ als synoniemen zou behandelen, is 41 procent niet capabel. Dan zit Baudet daar met 13 procent naast.

De operationele gereedheid moet 100 procent zijn om aan alle inzetbaarheidsdoelstellingen volledig te voldoen. In een brief aan de Rekenkamer laat Hennis Plaschaert echter weten dat de inzetbaarheidsdoelstellingen wel worden gehaald, maar mét beperkingen. Met andere woorden: zelfs met een niet geheel inzetbare krijgsmacht worden de doelstellingen gehaald.

“De beperkingen op het gebied van de materiële gereedheid manifesteren zich bij alle krijgsmachtdelen. De problematiek verschilt per wapensysteem. De belangrijkste oorzaken zijn de beschikbaarheid van reservedelen, verwervingsachterstanden en de beschikbaarheid van schaars technisch personeel”, informeert de minister de Kamer in 2015.

Inmiddels is er meer geld aan de begroting van Defensie toegevoegd. Het effect daarvan was in het eerste deel van 2016 nog niet zichtbaar. Dat zal ook nog enkele jaren duren.

Nieuwscheckers concludeert

Thierry Baudet zegt dat 54 procent van de onderdelen van het Nederlandse Leger niet capabel is. Uit onderzoek waarin wordt gesproken van operationele gereedheid blijkt echter dat dit een stuk lager ligt. 41 procent van de krijgsmacht was in 2015 niet operationeel gereed. Of dit een verspreking was of dat Baudet de cijfers niet paraat had, blijft onduidelijk. Na drie keer bellen, één voicemail en mailen kon Forum voor Democratie nóg geen reactie geven.

Nieuwscheckers concludeert dat de cijfers van de Algemene Rekenkamer meer context verdienen dan uit de quote van Baudet blijkt. Er is namelijk een verschil tussen ‘gereed’ en ‘capabel’. Want het gaat uiteindelijk niet om de gereedheid, maar om de doelstellingen die moeten worden behaald en die worden tot op heden, dan wel met beperkingen, behaald.