Foto: ELEVATE via Pexels
Zijn bijna alle studenten risicodrinkers? Ja, maar dat zegt niet zoveel.
21 september 2018 Arno van 't Hoog

Studenten lusten een glaasje, maar het bericht in het Algemeen Dagblad dat 85 procent in de categorie risicodrinker valt, klinkt als uitzonderlijk veel. We doken in het alcoholonderzoek op zoek naar een verklaring. De bewering op zich blijkt waar. Maar doordat typisch studentengedrag zoals borrelen zwaar meetelt in de test, ontstaat wel een overschatting van wie er echt risico loopt. Met een nieuwe norm voor studenten zal het percentage risicodrinkers in de toekomst gaan dalen.

Bewering

Momenteel valt in Amsterdam en Zwolle 85 procent van de Nederlandse studenten in de categorie risicodrinker.

oordeel: deels onwaar

Bron van de bewering

Het einde van de introductieweken op de universiteit was voor het Algemeen Dagblad aanleiding om aandacht te besteden aan het gewone studentenleven, waarbij de krant vooral denkt aan stevig drankgebruik. “Typisch studentengedrag, maar ook gedrag dat een keerzijde kan hebben als studenten in die periode een alcoholprobleem ontwikkelen.” Daarbij wordt onderzoek onder studenten van Hogeschool Windesheim en de Universiteit van Amsterdam aangehaald, dat risico’s van drankgebruik in kaart brengt om studieproblemen en verslaving voortijdig te signaleren. De bron van het bericht is onderzoekster Jolien Dopmeijer van Hogeschool Windesheim in Zwolle.

Metro bracht een soortgelijk bericht met een steviger kop: “Overgroot deel studenten kans op drankprobleem.” In het artikel wordt ook uitgelegd dat risicovol alcoholgebruik bij 85 procent van de studenten invloed kan hebben op gezondheid en  studieprestaties. In het voorjaar van 2018 werden soortgelijke percentages – 87 a 88 procent – genoemd in berichten van Trouw, Nu.nl en RTLNieuws, wederom gebaseerd op screeningsonderzoek van Windesheim.

Wat klopt er niet, en wat wel?

Enquêtes onder studenten leveren inderdaad herhaaldelijk een percentage van zo’n 85 procent risicodrinkers. Wie de methode en resultaten van dit onderzoek wil nalezen, kan terecht in de Factsheet Onderzoek Studieklimaat, gezondheid en studiesucces 2017. Dit is een enquête onder 3134 studenten van Windesheim in Zwolle, en op die resultaten is het bericht in het AD mede gebaseerd, bevestigt Dopmeijer.

Bron van deze percentages is de zogenaamde Audit-C vragenlijst die beginnende alcoholproblematiek of probleemdrinkers in kaart brengt. Audit-C stelt drie eenvoudige vragen met een puntenscore per antwoord (zie afbeelding), die opgeteld tot een score leidt tussen 0 en 12. Bij mannen geldt een score van 5 of hoger als een signaal voor risicovol alcoholgebruik, bij vrouwen is dat een score van 4 of hoger.

Vragen en scoring van de Audit-C test. Bron: Jellinek.

Aparte norm voor studenten

Dat studenten zo hoog scoren, is volgens Dopmeijer te verklaren uit typisch studentengedrag. “Studenten gaan borrelen, en drinken dan in korte tijd meer dan zes eenheden, in een behoorlijk tempo. Als je dat één keer per week doet, scoor je gelijk twee punten en ga je snel richting de groep van risicovol alcoholgebruik.”

Volgens Dopmeijer maakt de huidige norm te weinig onderscheid: “Als je echt probleemdrinkers wilt identificeren, dan moet je kijken naar een andere scoring. Dat wil niet zeggen dat de richtlijnen voor verantwoord alcoholgebruik niet meer voor studenten gelden, maar we denken dat er een andere normering nodig is om de echte risicogroep eruit te filteren. Het is namelijk zo dat veel studenten tijdelijk meer drinken, maar na verloop van tijd een evenwicht vinden met een gematigder alcoholgebruik. Niet iedere student loopt dus hetzelfde risico.”

Dopmeijer ontwikkelt in haar promotieonderzoek een nieuwe norm, met een ander puntentotaal voor studenten. “De score voor risicovol drinkgedrag voor studenten komt dan hoger te liggen dan vier of vijf punten in de Audit-C lijst, maar hoe hoog, dat kan ik nu nog niet zeggen. Met zo’n nieuwe studentennorm gaat het percentage risicovol drinkgedrag dus dalen.”

Vergelijking met CBS-cijfers

Volgens Dopmeijer is niet de omvang van de drankconsumptie doorslaggevend of een student in de categorie ‘risicovol alcoholgebruik’ terecht komt. Die beoordeling hangt samen met andere persoonlijke omstandigheden en drinkgewoontes, en hun invloed op bijvoorbeeld studieprestaties. Je kunt die risicoschatting dus niet goed naast de statistieken voor drankgebruik onder studenten leggen, zegt Dopmeijer. Het aandeel overmatige of zware drinkers is dus logischerwijs stukken lager dan 85 procent. Het gemiddelde aantal glazen alcohol onder drinkende studenten ligt overigens in de CBS-statistieken op 1,1 tot 1,5 glas per dag.

Alcoholgebruik onder studenten in het MBO, HBO en WO. Bron tabel: Trimbos / CBS

Conclusie:

Het klopt dat circa 85 procent van de studenten in de categorie risicovol drankgebruik zit, als je de standaardtest gebruikt. De bewering is dus waar. Tegelijkertijd is de test zo streng dat deze uitslag weinig zegt. Het merendeel van de drinkende studenten loopt namelijk geen grote risico’s. Daarom willen onderzoekers een nieuwe norm ontwikkelen voor alcoholgebruik onder studenten, zodat de echte probleemgevallen eerder gesignaleerd kunnen worden. Zodra die norm is geaccepteerd gaat het percentage risicovolle drinkers omlaag.