Foto: Flickr/Dave Fayram (CC BY-SA 2.0)
Er is geen enkel bewijs dat steeds meer jonge jongens verslaafd raken aan porno
12 juli 2018 Fiorella Opromolla
Redacteur Nieuwscheckers

Twee muisklikken, een geslaagde zoekactie en hoppa: je bent op een pornosite. Door de komst van internet en smartphones is pornografie overal en te allen tijde te vinden. Maar het gevaar daarvan ligt op de loer, stelde seksuologe Eveline Stallaart enkele weken geleden bij RTL Boulevard. Steeds meer jonge jongens zouden namelijk verslaafd zijn aan pornografie, en dat kan problemen opleveren in hun verdere seksleven.

Bewering

Steeds meer jonge jongens zijn verslaafd aan pornografie.

oordeel: niet te checken

Bron van de bewering

In de uitzending van RTL Boulevard van zondag 24 juni vertelde seksuologe Eveline Stallaart dat een pornoverslaving steeds vaker voorkomt onder jongeren. Het item werd ingeleid met een reeks fragmenten uit bekende films en interviews van Amerikanen die een seksverslaving hebben gehad.

“Het is écht een serieus probleem. Het is heel heftig wat voor invloed porno heeft op het brein, überhaupt bij volwassenen, maar ook zeker voor jongeren.” Volgens Stallaart kan overmatig porno kijken het (seks)leven veranderen. “Jonge jongens zijn nieuwsgierig. Ze krijgen een verkeerd beeld van hoe seks kan zijn. Dat wordt voor hen dan ook de norm.”

Maar wanneer wordt het problematisch? “Als je merkt dat je veel porno kijkt en het je leven kan beïnvloeden”, aldus de seksuologe. Wat veel is, verschilt volgens haar per persoon.

Het verhaal van Stallaart was gebaseerd op het boek Het Pornobrein, van Gary Wilson. De nieuwste editie – vertaald naar het Nederlands – kwam begin deze maand uit.

Waarom is dit niet te checken?

Daar waar je vroeger zo onopvallend mogelijk een pornoblaadje uit het tijdschriftenrek van de plaatselijke boekenwinkel moest grissen, biedt internet nu de mogelijkheid om altijd en overal pornografisch materiaal te bekijken. Maar dat geldt niet alleen voor volwassenen, want ook kinderen zijn op jonge leeftijd al actief op internet.

Uit onderzoek van Goodson, McCormick en Evans (2001) blijkt dat mannelijke studenten vaker pornografisch materiaal bekijken dan vrouwelijke studenten. De reden die zij daarvoor geven, is dat mannen nieuwsgieriger zijn naar seks dan vrouwen. Daar voegt Albright (2008) tevens aan toe dat vrouwen aangeven meer negatieve gevolgen te ondervinden aan het kijken van porno, zoals een negatief zelfbeeld, kritische houding van een partner en verhoogde druk om pornografisch getinte handelingen te verrichten. Mannen beaamden inderdaad kritischer te zijn over het lichaam van hun partner, en minder zin te hebben in seks.

Het Pornobrein

Gary Wilson refereert in zijn boek Het Pornobrein naar diverse onderzoeken waarin wordt gekeken naar de effecten van pornografisch materiaal op het brein. Wilson werkt als docent en bestudeert al jarenlang de neurochemie van verslaving. Hij is geen academisch onderzoeker, maar werkte wel mee aan verschillende wetenschappelijke publicaties.

Onder meer het onderzoek van Levin, Lillis en Hayes (2012) komt in het boek ter sprake. Zij onderzochten welke effecten het kijken van pornografie heeft op psychosociale problemen als bijvoorbeeld depressie, stress en angst. 157 mannelijke middelbare scholieren werden voor het onderzoek ondervraagd. Er bleek een significant verband te zijn tussen het kijken van porno en het ondervinden van bovengenoemde problemen. Jongens die meer porno keken, bleken dus vaker problemen te hebben. Wilson pleit dan ook voor een goede aanpak van pornoverslaving.

Cijfers

Om vast te stellen of inderdaad meer jonge jongens verslaafd zijn aan porno, zoeken we naar cijfers. Pornoverslaving is echter geen erkende diagnose.   ?   Seksverslaving of pornoverslaving zijn niet opgenomen in de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, kortweg de DSM-5, de officiële classificatie van psychische stoornissen. “Het wordt dan ook niet als zodanig geregistreerd”, vertelt Rianne Kasander, programmamanager bij Verslavingskunde Nederland.

In een rapport van Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) dat Kasander ons toestuurt, is seksverslaving opgenomen in de categorie ‘overige verslavingen’. Uit de analyse blijkt dat vier procent van de hulpaanvragen afkomstig is van mensen die een nicotine-, game-, seksverslaving of eetstoornis heeft. Van dat aantal hulpaanvragen is slechts 11 procent verslaafd aan seks.

Omdat het rapport van LADIS informatie bevat over hulpaanvragen en dus niet over het totaal aantal verslaafden, valt daar niet uit af te leiden hoeveel mensen verslaafd zijn aan porno en of dat aandeel is toegenomen. Ook ontbreekt informatie over de leeftijd.

Porno leerzaam?

Rutgers, het kenniscentrum op het gebied van seksualiteit, laat weten ook geen concrete cijfers te hebben van het aantal pornoverslaafden in Nederland. “Er is tot op heden nog geen prevalent onderzoek gedaan naar pornoverslaving”, vertelt Noor Bloem, communicatieadviseur bij Rutgers. “Wel hebben we onderzoek gedaan naar seksualiteit bij jongeren onder de 25 jaar en zijn er ook vragen gesteld over pornografie. Uit de resultaten valt echter niet te concluderen dat meer jongeren porno kijken.”

Wel is het volgende terug te lezen in het rapport van Rutgers:

“Eén op de vijf jongens en één op de tien meisjes vindt dat je van porno leert wat seks is. Bijna driekwart van de jongeren vindt dat seks in porno niet hetzelfde is als echte seks. Jonge jongeren en jongeren uit het praktijkonderwijs denken vaker dat je van porno leert wat seks is. Meer jongens dan meisjes vinden porno opwindend. Bijna de helft van de meisjes en een kwart van de jongens vindt porno vies.”

Ook de NVVS, Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuologie en het Trimbos Instituut beschikken niet over cijfers van het aantal pornoverslaafden in Nederland.

Conclusie

De afgelopen twintig jaar is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de relatie tussen pornografie en de mens. Of het aantal jonge jongens dat verslaafd is aan porno is toegenomen in Nederland, valt echter niet te checken. Aangezien pornoverslaving geen erkende diagnose is, wordt het niet als zodanig geregistreerd. Uit contact met verschillende instanties, waaronder het Trimbos Instituut en Rutgers, blijkt dat er geen cijfers bestaan van het aantal pornoverslaafden in Nederland.

Bronnen