300 duizend Jezidi op de vlucht, tienduizenden in het Sinjar-gebergte, honderden vrouwen en kinderen levend begraven en tientallen doden op straat. Een situatie die alles behalve overzichtelijk was en voor media nauwelijks controleerbaar, maar waarover gruwelijke berichten zijn verspreid. Wat is er waar van deze verhalen en waar zijn de bewijzen?

Op 10 augustus meldde Mohammed Shia Al-Sudani, de Iraakse minister van Mensenrechten, aan persbureau Reuters dat er in Irak 500 Jezidi-vrouwen en -kinderen zouden zijn vermoord door de Islamitische Staat (IS). Velen van hen zouden levend zijn begraven. Daarnaast zouden honderden vrouwen zijn ontvoerd om als slaaf te werken. De Iraakse minister zou beschikken over beeldmateriaal dat deze gruwelijkheden onomstotelijk bewijst.

Op de vraag of dit beeldmateriaal daadwerkelijk bestaat, ging Reuters niet in. Alternatieve stemmen werden niet aangedragen. Desalniettemin namen verschillende internationale media dit bericht over, zonder aandacht besteden aan het feit dat de uitlatingen van de minister in het persbericht niet of nauwelijks zijn geëvalueerd. Ook in Nederland dook het bericht overal op: van NU.nl tot NRC Handelsblad.

Wat er waar is van de uitspraken van Al-Sudani, is volgens oorlogsjournalist Jan Eikelboom (Nieuwsuur) niet geheel duidelijk: ‘Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurd is, maar harde, onafhankelijke bewijzen zijn er niet. Alleen een aantal oncontroleerbare ooggetuigenverklaringen.’ Wel heeft de Amerikaanse academicus Matthew Barber, schrijvend voor Syria Comment, vanuit Irak het slavenverhaal op Twitter bevestigd.

Op diezelfde 10 augustus sprak National Public Radio met de Iraakse plaatsvervangende minister van Mensenrechten, die het getal 500 nuanceerde: ook mensen die waren gestorven wegens gebrek aan eten en drinken waren hierin opgenomen. Ook vond hij het lastig te zeggen hoeveel vrouwen er waren ontvoerd om als slaaf te moeten werken.

Kamil Amin, woordvoerder van het Iraakse ministerie van Mensenrechten, beaamde dit tegenover CNN: ‘It’s difficult to be accurate about these numbers, but initially we have reported 500 Iraqi Yazidis have died from either ISIS direct killings or from starvation and dehydration.’ CNN vermeldde niet in staat te zijn om het genoemde dodental en de bewering dat Jezidi levend waren begraven te verifiëren.

Slachtoffers
Volgens Judit Neurink, correspondent in Noord-Irak voor onder andere Trouw, is het bovendien een tactiek van de IS om angst en verwarring te zaaien: ‘De verhalen over geweld waren voldoende om duizenden (…) op de vlucht te doen slaan, waarna hun dorpen en steden eenvoudig konden worden opgenomen,’ schreef ze begin oktober in Vrij Nederland over de vluchtende Jezidi in Sinjar. Uit de woorden van een Koerdische strijder maakte ze op dat IS gevangen Jezidi-vrouwen hun telefoons teruggeeft om ze zelf informatie te laten verspreiden, waardoor de boodschap een angstige lading krijgt.

Doordat de informatievoorziening voor een groot deel bestaat uit dergelijke boodschappen van slachtoffers, is de berichtgeving rondom de vluchtende Jezidi volgens Wladimir van Wilgenburg wat overdreven. Van Wilgenburg, woonachtig en werkend in Noord-Irak als freelancejournalist, wijst daarnaast op de ontoegankelijkheid van het gebied: ‘Er is geen enkele organisatie die precies weet hoeveel mensen zich bevonden in dat gebied. De IS heeft bovendien geen woordvoerder en staat geen journalist toe om het gebied te bezoeken. Daardoor is hoor en wederhoor onmogelijk.’

Als houvast in de schimmigheid wendden veel (Nederlandse) media zich tot de uitspraken van de Iraakse minister van Mensenrechten Al-Sudani. Zijn beweringen werden daarbij niet zozeer aangenomen als waarheidsgetrouw, maar men vergat deze te voorzien van de nodige nuance – die nota bene voornamelijk van het Iraakse ministerie van Mensenrechten kwam.

Verschillende cijfers
Hoewel niemand kon weten om hoeveel Jezidi het precies ging, deden verschillende cijfers de ronde. Zo ging er op 5 augustus een emotionele oproep de wereld over vanuit het Iraakse parlement. Parlementariër Vian Dakhil, zelf Jezidi, deed een smeekbede om de vluchtende Jezidi te helpen. In een interview met Nieuwsuur vertelde ze dat er 300 duizend Jezidi-vluchtingen waren opgejaagd door de IS. 100 duizend zouden er zelfs al mogelijk zijn vermoord.

Volgens Nieuwsuur-verslaggever Jan Eikelboom stroken deze aantallen niet met de waarheid: ‘Er zijn hoogstens enkele tienduizenden Jezidi gevlucht. Voor de genoemde dodentallen is nooit enig bewijs gevonden.’ Veel (Nederlandse) media lieten deze getallen inderdaad links liggen, of beschouwden ze slechts als ‘de uitspraak van’. Maar om hoeveel Jezidi het dan wel ging, was geen overeenstemming.

Zo meldde NRC Handelsblad dat er zo’n 170 duizend Jezidi op de vlucht waren geslagen. AD.nl meldde 300 duizend vluchtende Jezidi. Beiden verwijzen naar The Guardian. Opvallend is dat AD.nl niet de nuancering maakt die NRC Handelsblad en The Guardian wel maken: 300 duizend vluchtelingen, waarvan een groot gedeelte (zo’n 170 duizend) Jezidi zou zijn.

De Telegraaf meldde 140 duizend vluchtende Jezidi. De krant volgde hierin het ANP, dat ze op zijn beurt had overgenomen van de buitenlandse persbureaus Reuters en Bloomberg. Deze baseerden hun cijfers op een persbericht van Unicef. Volgens Marco van der Laan, chef van Telegraaf.nl, heeft De Telegraaf niet de gewoonte om berichtgeving van het ANP (of Reuters) te checken. ‘Daar ontbreekt gewoon de tijd voor en wij beschouwen het ANP (en Reuters) als een betrouwbare leverancier.

In perspectief
Gezien de complexe situatie en de ontoegankelijkheid van het gebied zijn de Jezidi lastig in kaart te brengen. Wanneer de tijd schaars is al helemaal; bij gebrek aan tijd gaan Nederlandse nieuwsmedia vooral uit van persbureaus, andere media en officiële instanties, die hun informatie grotendeels baseren op ooggetuigen en slachtoffers. Vergeten wordt vaak om iedere uitspraak in perspectief te zien, en om te benadrukken dat niet iedere bewering heilig is.