“Veel aspirant-agenten van het korps Rotterdam-Rijnmond stoppen voortijdig met hun opleiding, omdat ze te weinig verdienen.” Zo begint het artikel ‘Aspirant-agenten vlug weg: Grote onvrede over het geringe salaris’ van Gerda Frankenhuis in De Telegraaf van woensdag 18 februari. Opvallend is dat verderop in het artikel ook andere redenen worden genoemd: ‘Veel’ uitval is te wijten aan laakbaar gedrag van de studenten en ‘een aantal’ studenten vindt de opleiding tegenvallen. Maar wat de belangrijkste reden is, wordt in het artikel niet duidelijk, want er worden geen cijfers vermeld. Reden voor de nieuwscheckers om op onderzoek te gaan.

De rode draad van het Telegraaf-artikel is de zeer hoge uitval binnen de opleiding van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond. Dit kost het korps veel geld. Het artikel wekt de indruk dat het tegenvallende salaris de belangrijkste reden is voor aspirant-agenten om met hun opleiding te stoppen. Telegraaf-journalist Gerda Frankenhuis geeft als bron in haar artikel een onderzoek binnen het Rotterdamse korps en het interne blad. Ze vertelt me aan de telefoon dat het om het blad Geboeid gaat en dat ik zelf de politie moet bellen om aan alle informatie te komen.

Verkeerde beroepskeuze

De stafdienst Communicatie van het korps Rotterdam-Rijnmond helpt me verder. De schrijver van het stuk in Geboeid is Roland Ekkers en van hem krijg ik de digitale versie van het nummer toegestuurd.  ‘Klaar voor de start…en weg zijn ze’, zo heet het artikel in Geboeid. Al snel zie ik dat de journalist van De Telegraaf veel informatie uit het stuk direct heeft overgenomen. Enkele citaten, zoals die van de districtchef, zijn letterlijk hetzelfde.

In het artikel in Geboeid worden verschillende redenen gegeven voor de uitval van aspirant-agenten tijdens hun opleiding. Deze zijn onderzocht door de afdeling P&O via exitgesprekken. Ze worden samengevat in een top vijf: verkeerde beroepskeuze staat op de eerste plaats, direct gevolgd door ongepast gedrag. Het lage salaris komt in deze top vijf niet voor.

Ex-agenten

Hoe komt Gerda Frankenhuis dan aan de bewering dat het salaris de belangrijkste reden is? Met deze vraag bel ik haar nogmaals op. Zij wijst me op de volgende zin in het Geboeid-artikel: “Arbeidsvoorwaarden en een laag salaris blijken voor de geïnterviewde ex-collega’s belangrijke redenen om het korps de rug toe te keren.” Dat gaat echter niet over aspirant-agenten die tijdens hun opleiding stoppen.

Naast de beschrijving van de hoge uitval in de opleiding worden in het artikel namelijk ook nog enkele individuele ex-agenten geïnterviewd die na hun opleiding gestopt zijn. Het salaris en de arbeidsvoorwaarden wordt door hen als belangrijke reden aangevoerd. Maar dit speelt pas ná de opleiding, als de agenten erachter komen dat zij meer verwacht hadden van hun salaris. Bovendien, zo blijkt uit een telefoongesprek met Roland Ekkers, geldt deze reden vaak in combinatie met een andere, persoonlijke motivatie om te vertrekken, bijvoorbeeld na een onverwachte herplaatsing binnen het korps.

De suggestie die het artikel in De Telegraaf wekt is dus verkeerd. Een laag salaris is zeker niet de belangrijkste reden voor de hoge uitval tijdens de opleiding. Pas in de beroepspraktijk gaat dit meespelen en gaan sommige agenten op zoek naar een beter betaalde baan. Maar naar de grootte van deze groep is nog geen onderzoek gedaan, aldus Roland Ekkers. Het is dus lastig in te schatten hoeveel agenten het politiekorps daadwerkelijk verlaten vanwege hun salaris.

Het artikel ‘Aspirant-agenten vlug weg: Grote onvrede over het geringe salaris’ uit De Telegraaf van woensdag 28 februari 2009 staat niet online.