In oktober wegen we het minst. Althans dat zeggen Het Laatste Nieuws, het AD en Metro. Omdat we in de zomer getraind hebben voor een strak lichaam en nog niet toe zijn aan het winterse lekkers zoals warme chocomel, vertaalt dat zich in minder kilo’s op de weegschaal.  Nieuwscheckers consulteerde voedingswetenschappers en concludeert: ja, voor en na de feestdagen wegen we meer, maar dat we in oktober het minst wegen staat niet vast. En de beweringen over die strakke beach body en chocomel komen voor rekening van de journalisten: het onderzoek zegt er niets over.

Het nieuws is gebaseerd op een onderzoek van Cornell University. De onderzoekers hielden het gewicht van bijna 3000 mensen uit de Verenigde Staten, Duitsland en Japan een jaar lang nauwlettend in de gaten. Daarbij keken ze onder andere naar het gewichtspatroon rond de belangrijke feestdagen van elk land: Thanksgiving in Amerika, Kerstmis in Duitsland en de Gouden Week in Japan. Tijdens en na deze feestdagen, waarbij veel gegeten wordt, was een duidelijke stijging in gewicht te zien. De conclusie luidt dat deze stijging vlak na de feestdagen ontstaat en in de helft van de gevallen aanhoudt tot of zelfs na de zomer.

Toevalsdeukje

De conclusie lijkt solide en misschien wel ietwat aan de voorspelbare kant, zo meent ook Martijn Katan, emeritus hoogleraar in de voedingsleer aan de Vrije Universiteit: “Het verhaal dat Amerikanen in oktober het lichtst zijn en Duitsers in september is niet onderbouwd, dat kan net zo goed een toevalsdeukje in de gewichtscurve zijn.” Hij ziet er eerder een PR-trucje van de onderzoekers in, om zo in het nieuws te komen. “Dat moeten wetenschappers tegenwoordig, helaas.” Katan legt de schuld niet bij de media.

Liesbeth Smit, voedingswetenschapper, heeft weinig kritiek op het onderzoek zelf: “Het is een simpel onderzoek. Het lijkt ook heel logisch.” Wel zet ze vraagtekens bij de proefpersonen: “Drieduizend participanten is waarschijnlijk genoeg om een trend te zien, maar ze zeggen niet wie de participanten zijn. Zijn ze random gekozen? Zijn het specifieke mensen?”

Belangenconflict

Smit vindt het ook raar dat er zo weinig bekend is over de proefpersonen. Enkel de gemiddelde leeftijd, het percentage participanten met overgewicht en de verdeling in geslacht zijn naar buiten gebracht. Zo is de gemiddelde leeftijd per land 42 jaar en is de minderheid van de participanten vrouw. Smit denkt dat de onderzoekers hun participanten niet willekeurig gekozen hebben: ”Als je een random steekproef doet, zou het in principe ongeveer 50 procent vrouw moeten zijn. De onderzoekers zouden kunnen aandragen dat  de participanten niet willekeurig zijn geweest.”

De data, ontdekt Nieuwscheckers, zijn geleverd door draadlozeweegschalenverkoper Withings, die ook een van de drie onderzoekers betaalde – een belangenconflict dat AD en Metro niet vermelden.

Over de uitkomst zegt Smit dat het enige dat significant is, dat de participanten meer wegen tien dagen na een feestdag dan tien dagen voor een feestdag. Ze vindt dit een logische verklaring. Mensen eten meer tijdens de feestdagen en komen daardoor aan. Dat mensen in oktober het minst wegen is niet significant vastgesteld, zegt Smit. Ofwel, het was nooit de bedoeling van de onderzoekers om dit gegeven specifiek te onderzoeken en daarbij oorzaken te ontdekken. Dat de participanten het minst wogen in oktober, zagen de onderzoekers misschien achteraf aan hand van de grafiek waarin het gewichtspatroon te zien is, meent Smit.

Nattevingerwerk

Hans van Trijp, hoogleraar in consumentengedrag aan de Universiteit van Wageningen, vindt de twee zelfbedachte redenen van het AD, HLN.be en Metro voor de gewichtsafname in oktober niet getuigen van goede journalistiek. De eerste reden is dat we na de zomer nog een strak ‘bikinilijf’ hebben, de tweede dat we in oktober nog geen zin hebben in warme chocomel met slagroom. Van Trijp: ”Je kan van gekkigheid alles verzinnen. Als je het echt wil weten, moet je gewoon goed onderzoek doen.”

Van Trijp vindt bovendien dat journalisten in hun berichtgeving bij de daadwerkelijke resultaten van een onderzoek moeten blijven: ”Maar dat is soms een beetje saai. Die journalisten moeten ook hun boterham verdienen, toch?” Smit noemt het vooral ”slechte journalistiek”: “Nou, ik zie die redenen niet in het onderzoek staan. Dat zou ook niet heel erg wetenschappelijk zijn. Dat is allemaal verzonnen door journalisten. Het is nattevingerwerk.”

Ook over de reden dat mensen in oktober nog een strak lichaam hebben door meer te sporten in de zomer, is Smit bijzonder kritisch. Als je door het trainen meer spiermassa aanmaakt, is dat immers zwaarder dan vetmassa. Hierdoor zou je in oktober misschien wel meer kunnen wegen dan tijdens de zomermaanden, zegt de voedingswetenschapper. Metro meldt tevens dat mensen in oktober sowieso minder eten dan tijdens andere periodes van het jaar. Smit: ”Daar moet je heel kritisch over zijn, want het kan zijn dat mensen dan wel meer sporten.”

Brian Wansink, een van de onderzoekers, reageert tegenover Nieuwscheckers: “De media verzinnen graag hun eigen redenen waarom dit [mensen wegen het minst in oktober] gebeurt.” Ook stelt Wansink dat hij zijn collega’s niet hebben getracht redenen te ontdekken: “We wisten alleen hoeveel ze wogen, wanneer ze zich wogen en uit welk land ze kwamen.”

Reactie AD

Mark Langeslag, nieuwschef van AD.nl, laat weten: “Wij hebben een redactionele samenwerking met onze Persgroep-zusterkrant Het Laatste Nieuws in Vlaanderen waarmee we artikelen uitwisselen. Daar is dit artikel geschreven.” Het Laatste Nieuws en Metro hebben niet gereageerd op een verzoek om commentaar.

Conclusie

Het is al met al een simpel en logisch onderzoek. Na de feestdagen wegen we meer, daar is geen speld tussen te krijgen. Maar concluderen dat we in oktober het minst wegen is niet onderbouwd. Het kan een toevalsdeukje zijn in de curve, meent Katan. Volgens Smit en Van Trijp is het vooral slechte journalistiek. Er kan volgens hen niets anders worden gezegd dan dat de weegschaal na de feestdagen een paar (kilo)gram meer aangeeft. Dus juich niet te vroeg en stap ook in oktober op de weegschaal.