Een op de vijf jongeren heeft ervaring met geweld in een relatie. Althans, dat concludeert de GGD Rotterdam-Rijnmond uit internationaal onderzoek en een eigen internetenquête. Onder andere De Telegraaf, het AD en verscheidene regionale media hebben dit nieuws van de GGD overgenomen. Maar zijn deze cijfers te vertrouwen? Nieuwscheckers probeert er achter te komen. Dat valt niet mee: ook de GGD zelf weet het niet precies.

“Zo’n 20% van de jongeren bleek op basis van de uitslag in de gevarenzone te zitten met scheve relatieverhoudingen en kreeg het advies om hulp te zoeken”, aldus een persbericht van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Zij kunnen het slachtoffer worden van verkeringsgeweld. Om jongeren hierover te informeren worden zij met posters, radiospotjes en flyers geattendeerd op de website loveralert.nl, die sinds eind 2009 in de lucht is. Jongeren kunnen daar informatie inwinnen over relatiegeweld en een test doen om de risicofactor van hun relatie te testen. De resultaten van de eerste 5100 van deze relatietests komen overeen met het gemiddelde dat is aangetoond in internationaal onderzoek, aldus Jetze Janssen, communicatieadviseur bij de GGD. En een op de vijf is volgens zijn collega sowieso “de landelijke maatstaf voor huiselijk geweld.” De afdeling communicatie kan Nieuwscheckers echter niet vertellen uit welk onderzoek dat gebleken is.

Onderzoek

Het internationale onderzoek waar de GGD in het persbericht naar verwijst is, aldus een van de GGD-voorlichters,  “Dating Violence: a critical review of the literature” van de Amerikanen Lewis en Fremouw (Clinical Psychology Review, 2001). Zij bespreken een groot aantal onderzoeken naar verkeringsgeweld. Hun belangrijkste conclusie is echter dat deze elkaar vaak tegenspreken en dat het daarom lastig is om een betrouwbare cijfers te noemen.  Hoewel uit het allereerste onderzoek naar verkeringsgeweld uit 1981 inderdaad bleek dat een op de vijf studenten ervaring heeft gehad met (fysiek) geweld in een relatie, wordt deze uitkomst in dezelfde alinea  in twijfel getrokken. Uit een ander onderzoek (Roscoe & Callahan, 1985) bleek namelijk dat maar 9 procent van de studenten ervaring heeft gehad met relatiegeweld. En in weer een ander onderzoek – dat ook verbale agressie liet meetellen – was dat 65 procent.

Kortom, de cijfers zijn onzeker en de bewering van de GGD dat de resultaten van hun enquête overeenkomen met internationaal onderzoek, is onjuist. De GGD verwijst ons naar een publicatie die de schokkende cijfers – een op de vijf – juist in twijfel trekt. Waarom de GGD zich dan toch op dit artikel baseert, kan communicatiemedewerker Dominique Goedegebuure ons niet vertellen: ”Het is een onderzoek dat landelijk circuleert.”

Ook jongens slachtoffer

Het is opvallend dat de GGD een studie uit 2001 heeft gebruikt. Er bestaat namelijk ook een meer recente uit 2008, van Shorey, Cornelius en Bell. Nog opvallender is echter dat in een eerder persbericht van de GGD vermeld wordt dat 84 procent van de slachtoffers van verkeringsgeweld vrouw is – jongens lopen dus óók risico.  Zowel de studie van Lewis en Fremouw, als die van Shorey, Cornelius en Bell vermelden namelijk dat er bewijs is gevonden dat vrouwen evenveel (zo niet vaker) de dader zijn van verkeringsgeweld.  De resultaten van de enquête van de GGD komen dus voor een groot deel juist niet overeen met ‘internationaal onderzoek’. De afdeling communicatie – een beleidsmedewerker krijgt Nieuwscheckers nog steeds niet te spreken – houdt zich echter bij het standpunt dat meisjes vaker het slachtoffer zijn van verkeringsgeweld dan jongens.

De test

De relatietest op de website loveralert.nl bestaat uit 12 meerkeuzevragen over het gedrag van de lover in kwestie.  Onder ‘verkeringsgeweld’ volgens de definitie van de GGD vallen zowel lichamelijk  als verbaal geweld en vernedering. Maar een duidelijk signaal van (aankomend) geweld is volgens de GGD ook als je vriendje wel erg snel in de relatie toekomstplannen gaat maken of “Je voelt je niet helemaal OK in je relatie.”

Nergens wordt direct gevraagd of de ‘lover’ je wel eens mishandelt of misbruikt. Goedegebuure: “Dat is omdat wij ons richten op preventie. Uit de test blijkt of er alarmbellen af zouden moeten gaan.” Het persbericht uit november beweert echter: “Uit onderzoek blijkt dat één op de vijf jongeren geconfronteerd wordt met geweld in een relatie, zoals slaan, dwingen tot seks, extreme jaloezie en vernedering in het openbaar.” Maar zulke conclusies kun je niet trekken uit een test die zich alleen concentreert op ‘signalen’.

Aan het eind van de test wordt naar je leeftijd gevraagd. De leeftijd van de geënquêteerde kan 1 tot 100 jaar zijn en heeft geen invloed op de uitkomst. “Dit is omdat we willen weten of er mensen van andere leeftijden zijn die ook behoefte hebben aan een dergelijke campagne”, aldus Goedegebuure. Ook kan je de test een onbeperkt aantal keren doen. De resultaten die gebruikt zijn in het persbericht  zijn afgeleid van de eerste 5100 mensen die de test hebben gedaan. Nieuwscheckers vroeg of de GGD rekening heeft gehouden met vervuiling van de resultaten, bijvoorbeeld door meervoudig invullen of door geënquêteerden die niet in de doelgroep van de campagne vallen. Goedegebuure: “Er is rekening is gehouden met een percentage vervuiling.” Een verantwoording van de gebruikte methode kan de GGD echter niet laten zien.

Rammelen

De relatietest, de conclusies uit deze test en het besluit zich op maar één internationaal onderzoek te baseren, rammelen dus aan alle kanten. Waarom nemen journalisten zo’n zwak verhaal kritiekloos over?  Chantal Antonio van De Telegraaf nam het persbericht van de GGD over voor haar artikel:  “Als het een persbericht is, dus van de instelling zelf, neem je dat aan. Ik zag weinig reden om na te bellen.” Maar juist omdat persberichten vanuit de instelling zelf komen, is de informatie vaak gekleurd. Het had dus geen kwaad gekund als de journalisten met een kritische blik naar de informatie hadden gekeken.

De afdeling communicatie van de GGD Rotterdam-Rijnmond heeft het niet makkelijk met Nieuwscheckers en is slecht voorbereid op vragen van journalisten die het naadje van  de kous willen weten over cijfers en onderzoek. Communicatiemedewerker Martine van Opstal: “Ach, ‘onderzoek’ is een groot woord.” Communicatiemedewerker Dominique Goedegebuure: “Loveralert is geen onderzoek, het is een campagne.”