‘We kappen met factcheckers’, maakte Mark Zuckerberg op 7 januari bekend. Daarmee komt, om te beginnen in de VS, een einde aan een samenwerking die eind 2016 begon, na onthullingen over nepnieuws en desinformatie op Facebook tijdens de verkiezingsstrijd tussen Donald Trump en Hillary Clinton. In Nederland gingen Nieuwscheckers en NU.nl destijds berichten checken voor Facebook. Nieuwscheckers stopte daarmee begin 2018, NU.nl in 2019.
Ook in de EU heeft Meta al voorbereidingen getroffen om het beleid te veranderen door een risicoanalyse in te leveren bij de Europese Commissie, een voorwaarde voor aanpassingen in de moderatie. Ook het voortbestaan van de Oversight Board, die als een soort onafhankelijke Hoge Raad oordeelt over moderatiebeslissingen, is onzeker.
Meta zal verwijzingen naar factchecks vervangen door ‘Community Notes’ zoals die op X: korte correcties, gegenereerd door gebruikers. Het beleid tegen haatdragende taal is al versoepeld: ook in Nederland mag je op Facebook en Instagram nu bevolkingsgroepen zoals migranten uitmaken voor syfilis en poep. ‘Kakkerlakken’ mag dan weer niet. Ruim baan voor de vrijheid van meningsuiting, die volgens Zuckerberg te lang is onderdrukt.

Meta modereerde, niet factcheckers
Zuckerberg schetst in de speech waarin hij deze koerswijziging aankondigt een misleidend beeld van het werk van factcheckers en hun relatie met Meta. Hij framet maatregelen tegen valse berichten als inmenging van buitenaf – o.a. door de regering-Biden en de Europese Commissie – die met ideologisch gedreven censuur de vrijheid van meningsuiting beknotten.
In werkelijkheid zocht Meta samenwerking met factcheckers bij het aantreden van de eerste regering-Trump. Aangesloten factcheckers moesten zich committeren aan principes van politieke neutraliteit en transparantie. Factcheckers beoordeelden berichten die door gebruikers of door de algoritmen van Meta werden gerapporteerd als potentieel vals, maar die factchecks waren maar een van de vele signalen op basis waarvan Meta berichten (of pagina’s en accounts) minder zichtbaar maakte of verwijderde.
Meta, niet factcheckers, was en is verantwoordelijk voor de moderatie van Facebook, Instagram en andere platforms. Zo staat het ook op de site van Facebook. Met factchecks doet het bedrijf eerder te weinig dan te veel, zoals we bij Nieuwscheckers deze week nog zagen toen we een clickbaitbericht over moslimvriendelijke, hondenvrije zones in parken kapotcheckten. Het bericht was in december ook gecheckt door dpa, maar slechts een van de vele posts, van een individuele gebruiker, is voorzien van een factchecklabel. Zestig andere, ongelabelde, van clickbaitondernemers, staan nog steeds op Facebook. Onder de succesvolste staan 1.300 reacties.

Factcheckers in financieel zwaar weer
De voortekenen waren er: in december doneerde Zuckerberg een miljoen dollar voor de inauguratie van Trump en de afgelopen weken benoemde hij Trumpgetrouwen op leidinggevende posities. Toch overviel zijn afscheidsboodschap de factcheckorganisaties die voor het bedrijf werken. Factcheck-koepel IFCN werd amper een uur voor de bekendmaking op de hoogte gesteld door Meta.
Dat veel factcheckers financieel afhankelijk zijn van Meta, was al langer een punt van zorg. Het bedrijf heeft factchecken uitbesteed aan organisaties in meer dan honderd landen en ging er prat op daar tussen 2016 en 2022 meer dan 100 miljoen dollar aan te hebben gespendeerd. Een peiling over 2023 door koepel IFCN, waaraan 80 procent van de lidorganisaties deelnam, wees uit dat Meta voor meer dan de helft (63,5%) van de leden de voornaamste bron van inkomsten was. Welke gevolgen zal dit hebben, nu Meta de contracten met haar toin Amerikaanse factcheckpartners in maart beëindigt en factcheckers in de EU en elders op termijn hetzelfde moeten vrezen?
Een van de factcheckers die voor de Amerikaanse markt werken, is Lead Stories, met tachtig werknemers. ‘Een belangrijk deel, maar minder dan de helft van de inkomsten van Lead Stories, komt van Meta’, zegt factchecker Maarten Schenk desgevraagd. Een andere bron van inkomsten is TikTok. Voor PolitiFact, met een staf van 30 personen, was Meta een van de voornaamste bronnen van inkomsten. Voor Factcheck.org droeg Meta in 2024 zo’n tien procent bij van het jaarbudget van 1,8 miljoen dollar.
Factcheckers in EU: geldzorgen
Hoewel Meta haar factcheckers in Europa nog niet de wacht heeft aangezegd, zien zij de bui al hangen. Organisaties die meer bronnen van inkomsten hebben, rekenen zichzelf gelukkig. Thomas Hedin van het Deense Tjekdet mailde Nieuwscheckers: ‘Op Tjekdet zal het geen zware economische impact hebben. Inkomsten van Meta maken ongeveer tien procent uit van ons totale budget. We gaan dus niet failliet. Maar ik moet wel het budget bijstellen en dat geld ergens anders vinden.’
‘Als ik me niet vergis, was het Third Party Fact-Checking programma van Meta goed voor ongeveer een derde van de inkomsten in 2024’, zegt Giovanni Zagni, directeur van de Italiaanse organisaties Facta.news en Pagella Politica, tegen Nieuwscheckers. ‘Niets is zeker over wat er in Europa gaat gebeuren of wanneer, maar het zal natuurlijk nodig zijn om noodplannen op te stellen in de nabije toekomst. De continuïteit van onze werkzaamheden waarborgen op hetzelfde professionele niveau zal onze eerste prioriteit zijn dit jaar.’
Wake-up call
Ondanks de geldzorgen zijn de factcheckers het erover eens: het werk moet doorgaan. De woordvoerder van het Griekse Ellinika Hoaxes: ‘Deze beslissing kan de uitvoering van het werk bemoeilijken en een zeer grote uitdaging kan blijken voor factcheckorganisaties, waarvan er veel sterk afhankelijk zijn van deze financiering, is de grotere zorg de verminderde capaciteit om de waarheid hoog te houden op cruciale momenten zoals verkiezingen.’
Hedin van Tjekdet: ‘Wij gaan, uiteraard, gewoon door met het factchecken van berichten op de platforms van Meta, maar we raken een technische shortcut kwijt om gebruikers te waarschuwen dat een feitelijke bewering die ze hebben gezien, bijvoorbeeld op Facebook, nuance mist of compleet onjuist is. Naar mijn mening maakt het besluit van Meta het juist belangrijker dan ooit om content op hun platforms te factchecken.’
Voor factcheckers en voor overheden en organisaties die hechten aan hun werk is 2025 een wake-up call: er was en is dringend behoefte aan andere financiering dan door bedrijven. Giovanni Zagni, tevens directeur Factchecken van EDMO, het Europese netwerk dat desinformatie monitort en bestrijdt: ‘Diversificatie van inkomstenbronnen en het ontwikkelen van duurzame businessmodellen is volgens mij al jaren de belangrijkste kwestie voor de factcheckgemeenschap, en ik denk dat die een beetje verwaarloosd is. Door deze aankondiging kunnen we er niet meer omheen. We zullen zien wat de toekomst brengt, maar 2025 lijkt een gedenkwaardig jaar te worden voor factchecking, even belangrijk als 2016.’
Wat gebruikers van Facebook en Instagram gaan merken van het nieuwe factcheckbeleid is nog ongewis. De versoepelde richtlijnen voor haatdragende taal zijn al wel van kracht. Transgender mensen aanduiden als ‘het’: geen probleem. Homo’s abnormaal of ziek noemen: okee. Migranten als vuilnis of kanker: alles mag onder de nieuwe vlag.