Belastingbetaler draait in principe niet op voor opruimkosten kernenergie
12 maart 2021 |
Anne Werkman
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)
Martin Vorel via LibreShot

Een van de voornaamste standpunten van GroenLinks is het aanpakken van de klimaatcrisis. Volgens de partij moet dit niet gebeuren met het opwekken van kernenergie. Waarom niet? Omdat de belastingbetaler dan opdraait voor de opruimkosten van kernenergie, stelt GroenLinks. De verwerkingskosten van radioactief afval van kerncentrales worden echter in principe betaald door de vervuiler.

Bewering 

De belastingbetaler moet vaak de opruimkosten van kernenergie betalen.

Oordeel

Deels onwaar.

Bron van de bewering

Op de site van GroenLinks staat over kernenergie: “Bovendien blijkt uit het verleden dat de belastingbetaler vaak opdraait voor de opruimkosten.”

De bewering staat op een pagina waar de partij beargumenteert waarom zij tegen het bouwen van een nieuwe kerncentrale is. Als eerste argument gaat de partij in op de bouwkosten en andere financiële lasten, waaronder de opruimkosten. Daarnaast geeft kernenergie volgens GroenLinks problemen voor volgende generaties en zijn de gevolgen van een eventuele kernramp niet te overzien.

Waarom is dit deels onwaar? 

Een kerncentrale genereert radioactief afval vanaf het moment dat deze energie opwekt. Dit afval wordt in Nederland beheerd door de organisatie COVRA. Het verwerkingsproces werkt eigenlijk hetzelfde als bij andere afvalsoorten. Ewoud Verhoef, adjunct-directeur van COVRA: “Als een bedrijf afval produceert, of dat nou radioactief is of niet, gaat dat naar een afvalverwerker en daar wordt voor betaald. De kosten worden dus vergoed door de vervuiler zelf. Het bedrijf dat het radioactieve afval veroorzaakt, betaalt COVRA voor zowel de inzameling, verwerking, opslag en de uiteindelijke ondergrondse eindberging.”

Het principe is dus dat de vervuiler betaalt. Maar in 1996 heeft de staat wel 50 miljoen gulden geïnvesteerd om de continuïteit van COVRA te waarborgen (dit komt neer op ongeveer 22,7 miljoen euro). “De investeringen in installaties en gebouwen waren onrendabel geworden doordat sinds de bouw in 1988 het overheidsbeleid gericht op minimalisatie het aanbod aan radioactief afval halveerde”, vertelt Verhoef. Daarna is COVRA in 2002 volledig overgenomen door de staat. Op dit moment is COVRA financieel onafhankelijk en krijgt dus geen steun van de overheid. 

Stel dat er een nieuwe kerncentrale wordt gebouwd, dan zullen zowel de kosten van de bouw als van het afval door de uitbater betaald worden. Het Planbureau voor de Leefomgeving concludeerde uit onderzoek dat het voor bedrijven financieel niet aantrekkelijk is om een kerncentrale te bouwen. Dit zal dan ook niet gebeuren zonder subsidie van de overheid. Het kan dus zijn dat bij een toekomstige kerncentrale de belastingbetaler indirect meebetaalt aan de bouw en het afvalverwerkingsproces. Maar de verwerking van het afval is slechts een deel van het proces. Daarnaast moet een kerncentrale namelijk ook ontmanteld worden. Voor de ontmanteling wordt door producenten (de vervuiler) en de uitbater van de kerncentrale geld opzij gezet. 

Er zijn op dit moment drie werkende kernreactoren in Nederland, waarvan twee onderzoeksreactoren (Hoge Flux Reactor en Hoger Onderwijs Reactor) en één actieve kerncentrale (Borssele). Daarnaast is er de kerncentrale Dodewaard die in 1997 is gesloten en sinds 2005 deels ontmanteld en veilig ingesloten. Aangezien de ontmanteling van Dodewaard nog niet is begonnen, dit staat gepland in 2045, kan er nog niet veel gezegd worden over de financiën hiervan. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is de organisatie die er vanuit de overheid op toeziet dat kerncentrales aan alle veiligheidseisen voldoen. De ANVS legt uit: “De Kernenergiewet stelt dat de vergunninghouder iedere vijf jaar financiële zekerheid dient te actualiseren. Hiermee moeten de geschatte kosten van de ontmanteling en hoe dit betaald gaat worden aangegeven worden. Dit moet vervolgens goedgekeurd worden door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Financiën. De N.V. Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland (GKN) is vergunninghouder van de kerncentrale Dodewaard, en moet de financiële zekerheid stellen. GKN heeft nog niet kunnen aantonen hoe de ontmanteling gefinancierd gaat worden.”

De discussie over wie dit gaat betalen is dan ook al enige tijd gaande. ANVS vertelt dat er op dit moment een procedure loopt over de aanvraag van financiële zekerheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Begin dit jaar is er een zitting geweest en er wordt binnenkort een uitspraak verwacht. Als blijkt dat GKN niet voldoende financiële middelen heeft om de ontmanteling te bekostigen, wordt er gekeken hoe GKN dit kan aanvullen. De overheid wil de restrisico’s minimaliseren, maar als er niet genoeg geld is zal zij het tekort moeten aanvullen.

EPZ, de eigenaar van de kerncentrale Borssele, heeft een eigen ontmantelingsfonds opgezet om de kosten te kunnen dekken tegen de tijd dat het proces van start gaat. Elk jaar wordt er 15 miljoen euro in het ontmantelingsfonds gestort. Dit bedrag, samen met het tussentijdse rendement, zorgt ervoor dat er in 2031 het doel van 600 miljoen euro gehaald zal worden. De wet eist dat de ontmanteling in 2034 begint. 

Conclusie 

Dat een kerncentrale veel geld kost is inmiddels wel bekend. Maar de conclusie die GroenLinks trekt is niet helemaal terecht. De verwerkingskosten van radioactief afval van kerncentrales worden betaald door de vervuiler. Bovendien heeft er nog geen ontmanteling plaatsgevonden en valt er dus nog niets te zeggen over wie dit uiteindelijk betaalt. De kosten van de eindberging zijn inbegrepen in de tarieven van COVRA, de vervuiler betaalt dus vooraf voor alle opruimkosten. Wel heeft de staat miljoenen gestoken in COVRA en is er dus op die manier eenmalig meebetaald door de belastingbetaler: de regering heeft ongeveer 22,8 miljoen euro toegekend aan COVRA, als financiële ondersteuning. 

EPZ, de vergunninghouder van kerncentrale Borssele, lijkt de financiering voor de toekomstige ontmanteling goed op orde te hebben. De situatie in Dodewaard ligt ingewikkelder, maar zoals al genoemd valt er nog niets te zeggen over wie de kosten van de tweede fase van ontmanteling en eindberging betaalt. Het is echter wel zo dat de overheid moet betalen wanneer blijkt dat de vervuiler zelf niet de middelen heeft. 


12 maart 2021 |
Anne Werkman
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)