EU-coronahulpfonds is niet illegaal, zoals Europarlementslid Eppink (JA21) claimt
4 februari 2021 |
Daan Koopen
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)
Foto: PxHere

Op 16 december doet Derk Jan Eppink in het Europees Parlement meerdere beweringen over het herstelfonds dat door de EU is opgesteld om noodlijdende landen in de coronacrisis een financiële injectie van honderden miljarden euro’s te geven. Volgens de Europarlementariër van JA21 is dat herstelfonds illegaal, omdat het in strijd zou zijn met meerdere artikelen van het Verdrag van Rome (EEG). Volgens de artikelen die Eppink zelf als bron noemt, zijn zijn beweringen onwaar, en heeft het fonds wel degelijk juridische poten om op te staan.

De beweringen
1. Het hulpfonds is gebaseerd op artikel 122 van het Verdrag van Rome, en dat is bedoeld voor natuurrampen.

2. De Europese Commissie mag volgens artikel 311 van het Verdrag geen geld lenen op de kapitaalmarkt, maar doet dat voor het hulpfonds toch.

3. Het herstelfonds heeft geen voorwaarden

Oordeel: onwaar

Bron van de beweringen

Eppink sprak op 16 december in het Europees Parlement en twitterde daar een dag later over.

Bewering 1: Het hulpfonds is gebaseerd op artikel 122, en dat is bedoeld voor natuurrampen.

In zijn bijdrage in het Europees Parlement zegt Derk Jan Eppink dat het corona-hulpfonds is gebaseerd op artikel 122 van het Verdrag van Rome. Dat artikel is volgens Eppink puur bedoeld voor rampen als bosbranden of overstromingen, en ‘niet voor de mega overdracht van gelden zonder voorwaarden.’ Artikel 122 heeft inderdaad betrekking op natuurrampen, maar daarmee is nog niet alles gezegd.

In artikel 122 staat:

“In geval van moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door natuurrampen of buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, kan de Raad op voorstel van de Commissie, onder bepaalde voorwaarden financiële bijstand van de Unie aan de betrokken lidstaat verlenen.”

Omdat de Europese Commissie heeft besloten dat de coronapandemie een dergelijke buitengewone gebeurtenis is die lidstaten niet alleen kunnen bevechten, is het fonds niet in strijd met artikel 122.

Eppink, om een reactie gevraagd:

“U gaat wel heel kort door de bocht bij de aanvaarding dat u het terecht vindt dat een bepaling die normaal gezien voor bosbranden of overstromingen gebruikt wordt in de begroting, nu gebruikt wordt om een bedrag van 750 miljard op de kapitaalmarkt op te halen. Een bedrag dat ongeveer 70% bedraagt van de meerjarenbegroting (2021-2027). Dat staat in geen enkele verhouding tot de omvang van de bedoeling van artikel 122.”

“Artikel 122 is juist bedoeld voor deze uiterst ongewone omstandigheden”, legt hoogleraar Europees recht Gareth Davies (Vrije Universiteit) uit. “Zo kunnen samenhangende maatregelen worden genomen om lidstaten te ondersteunen, mits de omstandigheden dat toelaten. Natuurrampen zijn daar een voorbeeld van, maar ook een epidemie valt binnen de categorie van onverwachte, economisch desastreuze en niet zelf veroorzaakte rampen waarvoor artikel 122 in leven is geroepen.”

Bewering 2:  De Europese Commissie mag volgens artikel 311 geen geld lenen op de kapitaalmarkt, maar doet dat voor het hulpfonds toch.

Volgens hoogleraar EU-wetgevingsvraagstukken Ton van den Brink  van de Universiteit Utrecht trekt Eppink de verkeerde conclusie uit artikel 311. In dat artikel staat namelijk niet expliciet vermeld dat de Europese Unie geen geld mag lenen op de kapitaalmarkt, maar dat de begroting altijd volledig uit eigen middelen moet bestaan.

Van den Brink legt uit dat de Raad van Ministers sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 in staat is om nieuwe categorieën eigen middelen beschikbaar te stellen. Daaronder kunnen ook leningen vallen. De bewering van Eppink over artikel 311 is daarom onjuist.

Eppink reageert dat artikel 311 wel degelijk is geschonden in de naam van het hulpfonds.

“Ik heb beide juridische documenten ook gelezen, alsook juridisch advies ingewonnen. Daaruit kwam de conclusie dat het EU-verdrag wel degelijk geschonden wordt. Want volgens het artikel mag de Europese Commissie lenen, maar niet op deze schaal. De lidstaten staan namelijk garant voor de leningen die de Europese Commissie afsluit op de kapitaalmarkt. Overigens kunnen de lidstaten zelf ook tegen gunstige voorwaarden terecht op de kapitaalmarkt, en is er dus geen enkele reden om een fonds van deze opvang in het leven te roepen. Tot slot kunnen de lidstaten ook nog beroep doen op het ESM.”

Ook hier is professor Davies het oneens met Eppink:

“‘Eigen middelen’ betekent  in artikel 311 dat de Unie geen geld kan uitgeven op de basis dat een andere partij, in dit geval de lidstaten, dat zullen bekostigen. De Unie moet zelfvoorzienend zijn in haar budget. Dat betekent echter niet dat de Unie niet mag lenen als ze (i) toestemming hebben van de Europese Raad (dat hebben ze), (ii) ze het geld zelf lenen en (iii) de capaciteit hebben om die schuld zelf terug te betalen.”

Bewering 3: Het herstelfonds heeft geen voorwaarden

Volgens Eppink zitten aan het herstelfonds geen voorwaarden voor de lidstaten die van het fonds gebruik willen maken. Dit is incorrect. Lidstaten kunnen alleen aanspraak maken op geld uit het herstelfonds als ze een plan van besteding inleveren bij de Europese Commissie. De Commissie beoordeelt de plannen en legt de bevindingen voor aan de overige lidstaten. Die lidstaten stemmen of het geld wordt toegekend.

Eppink beargumenteert tevens dat de gestelde ‘boterzachte voorwaarden’ onderworpen zijn aan het oordeel van de Commissie, ‘waaruit volgt dat praktisch gesproken maximaal drie maanden tijdwinst wordt geboekt kan worden en het hele verhaal uiteindelijk doorgaat.’

Volgens Davies is dat niet het geval, maar zijn lidstaten waarschijnlijk sneller geneigd om te klagen over de hoeveelheid regels en voorwaarden waaraan ze moeten voldoen om het geld te krijgen:  

“Artikel 12 tot en met 18 zijn duidelijk in het feit dat lidstaten die een lening willen aanvragen, eerst aan een aanzienlijk aantal voorwaarden en regels moeten voldoen. Ze moeten met gedetailleerde plannen komen waarin staat hoe ze het geld willen uitgeven, en wat op lange termijn de voordelen zijn voor de efficiëntie, welvaart etc. De Commissie kan om wijzigingen in de plannen vragen. In de praktijk zal dit een vrij intensief proces zijn waarbij de Commissie de leningen gebruikt om economische hervormingen te forceren binnen de lidstaten. Het is het tegenovergestelde van boterzachte voorwaarden. Sterker nog, het is niet onwaarschijnlijk dat de lidstaten zullen klagen over de eisen van de Commissie.”

Conclusie

Het corona-hulpfonds van de EU bestaat om noodlijdende lidstaten financiëel te ondersteunen. Het fonds is samengesteld uit leningen die door de Raad van Ministers zijn goedgekeurd. De EU stelt daarnaast hoge eisen aan lidstaten die gebruik willen maken van het beschikbare geld. Het fonds is niet in strijd met artikel 122 of artikel 311 van het Verdrag van Rome, en is dus anders dan europarlementariër Eppink beweerde, niet illegaal.

4 februari 2021 |
Daan Koopen
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2020/2021)