Hoe een hoax over Nederland Hongaarse media blijft bezighouden
18 januari 2021 |
Menno van den Bos
freelance journalist
Screenshot Blikk.hu.

Nederlandse meisjes vluchten naar Hongarije om aan therapie tegen verkrachtingen te ontsnappen, zo was in november te lezen in het Hongaarse nieuws. Het verhaal werd verspreid door regeringsgezinde media, die Nederland als schrikbeeld lijken te zien.

Het verhaal: vanwege het grote aantal verkrachtingen door migranten biedt de Nederlandse overheid jonge vrouwen therapie aan om hen hierop voor te bereiden. Uit protest dragen die vrouwen een T-shirt met de tekst: ‘Ik heb geen therapie nodig, ik moet gewoon naar Hongarije’. In dat land zijn immers veel minder migranten. Onder de tekst staan de contouren van Hongarije, omgeven door een lauwerkrans.

Te gek om waar te zijn – en dat is het dan ook niet. Toch duikt dit verhaal al jaren op in Hongaarse media, waaronder op de tweede grootste nieuwssite van het land. Het meest recente geval is een opiniestuk in het Hongaarse dagblad Magyar Hirlap, afgelopen november.

Zoals vaker bij desinformatie bevat het verhaal een kleine kern van waarheid: het T-shirt bestaat echt. Het heeft alleen niets met therapie te maken, laat staan met migranten. Webshops verkopen ze als vakantie-item in talloze varianten, zoals: ‘Ik heb geen therapie nodig, ik moet gewoon naar Italië.’ Van Singapore tot Egypte en van Renesse tot Hellevoetsluis: elke denkbare trekpleister zit erbij. Behalve T-shirts zijn er ook broodtrommels en mokken.

Ontstaan

Hoe kan uit zoiets onschuldigs zo’n grimmig en hardnekkig nepnieuwsverhaal ontstaan?

Het verhaal over de therapie duikt voor het eerst op in september 2016. Dan publiceert de nieuwssite Pesti Srácok een artikel van redacteur Kata Jurák met de kop: ‘Dit is waarom Nederlandse meisjes naar Hongarije willen’. Bronvermelding ontbreekt. Wel staat er een plaatje van het T-shirt bij, met daaronder de credit ‘Facebook.com’.

Opvallend genoeg beseft de schrijver wel dat dit soort T-shirts er in allerlei versies zijn, maar doet dit bij haar schijnbaar geen alarmbellen rinkelen. Ze schrijft: “Nederlanders blijken bijna overal heen te willen, zelfs Bulgarije, Venezuela, Egypte of Albanië, om maar niet te hoeven meedoen aan het staatsprogramma.”

In 2017 belandt het verhaal opnieuw in het Hongaarse nieuws: dagblad Magyar Idők schrijft erover. In 2018 plaatst ook Origo.hu – volgens gegevens van het Reuters Digital News Report de derde populairste nieuwssite van Hongarije – het verhaal, waarna het wordt overgenomen op sites van regionale kranten. Boven sommige versies staat een foto van meisjes in oranje outfits op Koningsdag of op een bootje in de gracht. Ook enkele Engelstalige weblogs brengen het nepnieuws, zoals het extreemrechtse Gates of Vienna. In november is het dus voor het laatst raak – voorlopig.

Heeft Kata Jurák het verhaal uit haar duim gezogen? Na een bericht op Twitter geeft ze het emailadres van de hoofdredactie. Die reageert niet.

Ook Magyar Hírlap, dat het nepnieuws in november bracht, lijkt geen zin te hebben zich te verantwoorden. Een telefoniste geeft wat telefoonnummers van redacteuren. Maar waar de een niet opneemt, is de ander überhaupt niet bereikbaar. Daarna neemt ook de telefoniste niet meer op: oproepen gaan naar het antwoordapparaat. Ook mailen blijkt vergeefs.

Googelen dan maar, naar de tekst uit het T-shirt. Dat leidt tot de conclusie dat de ‘bron’ van Pesti Srácok hoogstwaarschijnlijk een Facebook-bericht uit 2016 was op de pagina ‘Twitshirt’, met daarbij een link naar een webwinkel. In de reacties taggen Nederlanders Hongaarse kennissen. 

De foto die nieuwssite Pesti Srácok in 2016 gebruikte

In Juráks artikel staat een foto van een scherm waarop het T-shirt is te zien. Omgekeerd zoeken via Google zoeken levert de volledige versie op, waarop inderdaad te zien is dat dit de post van Twitshirt is en dat die pagina dus vermoedelijk Juráks bron is:

Ergens tussen de Twitshirt-post en het artikel van Pesti Srácok heeft iemand het verhaal van de therapie tegen verkrachtingen erbij gefantaseerd. Mogelijk Jurák zelf. Er gaat ook een meme rond waarin de Twitshirt-foto is voorzien van een tekst over de therapie – vermoedelijk gebaseerd op het stuk van Pesti.

Narratief

Dat deze hoax in Hongarije aanslaat is niet verbazend, zegt de Hongaarse politicoloog en mediawetenschapper Peter Bajomi-Lazar. “Pesti Srácok en Magyar Hírlap behoren tot de vele rechtse pro-regeringsmedia in Hongarije die echokamerjournalistiek bedrijven: ze echoën de standpunten van de Fidesz-regering van premier Viktor Orbán. Daarbij hebben ze zich gespecialiseerd in berichtgeving die vals of deels vals is”, vertelt hij via Skype.

Bajomi-Lazar is oprichter van het wetenschappelijke tijdschrift Médiakutató en deed in het verleden onderzoek aan de universiteit van Oxford. Hij onderzocht de anti-migratiecampagne die Orbán sinds 2015 – toen de vluchtelingencrisis losbarstte – voert. “Orbáns campagne werd gepapegaaid in de Hongaarse media, die verhalen gingen publiceren over verkrachtingen en geweld door migranten in West-Europa.”

Het verhaal over de Nederlandse meisjes sluit daar naadloos op aan, zegt Bajomi-Lazar. Met zo’n verhaal wordt een schrikbeeld ondersteund van een door migranten overrompeld Europa, met Hongarije als laatste bastion. Terwijl landen als Nederland bereid zijn vluchtelingen op te nemen, draait Orbán aan de ophaalbrug.

Kapstok

In het artikel van Pesti Srácok fungeert het T-shirt inderdaad als kapstok voor een anti-migratie-betoog. Jurák maakt van haar politieke hart geen moordkuil: in haar biografie op Twitter staat naast #journalist en #christian ook de hashtag #viktororban. In 2018 tweette ze: ‘I trust in #Orban government. #stopsoros’, verwijzend naar de linkse Hongaars-Amerikaanse magnaat en filantroop George Soros, de favoriete zondebok in radicaal-rechtse kringen.

Ook bij andere media is de aandacht voor het T-shirt duidelijk politiek gemotiveerd. Het artikel in Magyar Hírlap van november is zelfs ronduit racistisch. De auteur mijmert over zijn vroegere bezoeken aan Nederland, toen de straten nog niet “krioelden van de vreemdelingen met een andere cultuur”. Hij ziet de rebellerende Nederlandse meisjes graag naar zijn land komen, als zijnde “individuen van onze soort, de witte Europese mens”.

Wilders

Hongaarse media schrijven jaarlijks tientallen artikelen over Nederland, zo leert een zoekactie op de grote sites. Over de prestaties van Michael van Gerwen, het oplopende aantal coronabesmettingen en zelfs de nieuwe zeesluis in IJmuiden. Maar het gretigst berichten ze over (im)migratie, zoals een nieuwtje over kunstsubsidie aan migranten. “Nederlanders hebben niets beters te doen dan ‘kunstenaarsmigranten’ helpen overleven”, schrijft Origo spottend. Veel berichten over migratie komen van het persbureau V4NA, in 2019 opgericht door figuren uit de kring van Orbán.

Vaak wordt geschreven dat gewone Nederlanders tegen migratie zijn, maar dat het ze wordt opgedrongen. Het is dan ook niet zozeer Nederland, maar vooral de Nederlandse politiek die wordt aangevallen. Zo dreigde Viktor Orbán in 2019 om anti-Frans Timmermans-posters op te hangen, à la de posters met toenmalig voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker, waarop hij met Soros afgebeeld stond.

Ook de vorig jaar gestopte Europarlementariër Judith Sargentini van GroenLinks was vaak kop van Jut. Zo kopte Pesti Srácok: “Sargentini is hier absoluut niet in geïnteresseerd: de meeste pedofiele porno van de wereld wordt in Nederland bewaard” en maakte de regering een reclamespotje waarin Sargentini te zien is met – wie anders – George Soros.

Vriendelijker zijn de media voor Geert Wilders, een van Orbáns grootste fans. Zowel in 2020 als in 2018 werd Wilders geïnterviewd door de krant Magyar Nemzeti, voorheen Magyar Idők (dat ook over het T-shirt schreef). Wilders bezocht Orbán afgelopen zomer – inclusief zonnige selfie – en in december kreeg hij een bezoekje van Orbáns minister van BuZa.

Magyar Nemzeti interviewde onlangs ook VVD-Kamerlid Bente Becker – “we streven een heel strikt immigratiebeleid na”, vertelde zij – en Thierry Baudet, die in het gesprek klaagt over “vreselijke Nederlandse denktanks met links met George Soros” (en onlangs ook met de nationale radio sprak). Orbán noemt hij een held. Zoals Nederland het schrikbeeld van Hongarije is, zo blijkt Hongarije een gidsland voor Hollands nieuwrechts.

Informeel

Hongarije werd niet altijd gedomineerd door pro-regeringsmedia. Zo hoorden Origo en Beol een aantal jaar geleden nog bij bona fide Duitse uitgevers. Inmiddels zijn ze in Hongaarse handen. Zulke wisselingen van de wacht zijn er veel geweest, zegt Bajomi-Lazar. “Formeel voldoen de nieuwe eigenaren aan de wetten omtrent beïnvloeding van de pers, maar in het informele circuit wordt dat omzeild.”

De pro-regeringsmedia gaan intimiderend te werk, zegt Bajomi-Lazar. “Academici en intellectuelen als ik zijn vaak het doelwit. Ze zetten ons neer als huursoldaten van Soros.” Hij heeft dit zelf herhaaldelijk ondervonden. “Het begint met nieuwsartikelen en het eindigt met intimiderende e-mails en berichtjes. Ik ben voorzichtiger geworden in wat ik zeg.” 

Bereik

De invloed van het nepnieuws over het T-shirt is niet exact te meten. De circulatie van kranten als Magyar Hírlap en Magyar Idők is volgens Bajomi-Lazar in elk geval niet te vergelijken met die van kranten in landen als Nederland. Wel ging het bericht flink rond op Facebook. Een post met het artikel van Pesti Srácok uit 2016 werd 1700 keer geliket en ruim 780 keer gedeeld. Twee linkjes naar andere berichten met het nepnieuws respectievelijk 800 en ruim 1.000 keer. Het vaakst gedeeld werd de eerdergenoemde meme: 2.700 keer. Opvallend: onder die post waarschuwen tientallen mensen de rest dat het om nepnieuws gaat.

De potentiële invloed van een verhaal als dit zit hem ook in traditionelere kanalen die het overnemen, zegt Bajomi-Lazar. “Een website als Pesti Srácok is klein, maar hun verhalen worden soms wel opgepikt door de Hongaarse publieke omroep. Of door regionale media. En in de regio, waar Orbáns achterban woont, hebben pro-Orbán-media een monopolie. Online zijn er nog wel onafhankelijke media, maar die lezen mensen op het platteland niet.” 

Een voorbeeld van zo’n onafhankelijke site is Átlátszó. Tot voor kort was er ook de nieuwssite Index – maar die werd afgelopen zomer overgenomen door een Orbán-gezinde eigenaar, die de redactie ontsloeg. De journalisten lieten het er niet bij zitten en begonnen direct een opvolger: Telex

Op een welkome ontvangst hoeft Telex niet te rekenen: Viktor Orbán noemde voorganger Index eerder een “nepnieuwsfabriek”.

Op de hoogte blijven van alle factchecks van Nieuwscheckers? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief. Daarin houden we je ook op de hoogte van nieuws en onderzoek over desinformatie en factchecking.

18 januari 2021 |
Menno van den Bos
freelance journalist