‘Nederlander is eurokritisch, maar steunt geen Nexit’ – waar komen deze cijfers vandaan?
15 mei 2019 |
Thomas Borst
Redacteur Nieuwscheckers
Bron: Pixabay

De publieke steun voor de Europese Unie fluctueerde de afgelopen jaren in Nederland behoorlijk. Hoewel Nexit-voorstander Forum voor Democratie de grootste partij werd bij de meest recente verkiezingen, is een ruime meerderheid van de Nederlanders tegen een vertrek uit de EU. Maar wie onderzoeken het maatschappelijk vertrouwen in de EU eigenlijk en hoe komen zij tot hun conclusies?

‘Mooi om Nederland in de Europese kopgroep te zien van de Eurobarometer,’ twitterde D66-lijsttrekker Sophie in ’t Veld vorige maand. Maar meer eurosceptische partijen dwepen juist met cijfers over afbrokkelende steun voor het Europese project. Als we de politici van links tot rechts mogen geloven, schommelen de EU-opvattingen in Nederland behoorlijk. Maar wat klopt daarvan? En waarom komen gerenommeerde onderzoeksinstituten met verschillende conclusies? Een inventarisatie van de meest recente studies:

I&O Research
Een recent onderzoek (april 2019) naar EU-steun werd uitgevoerd door bureau I&O Research. Uit de studie blijkt onder meer dat 29 procent van de Nederlanders zich betrokken voelt bij een stembusgang naar de Europese Parlementsverkiezingen, 33 procent vertrouwen heeft in het Europees Parlement en dat PvdA-eurocommissaris Frans Timmermans de grootste bekendheid geniet van alle Nederlandse lijsttrekkers: 69 procent van de Nederlanders kent Timmermans. Een vertrek uit de Unie wordt door 72 procent afgewezen bij een referendum – een stijging van 5 procent in vergelijking met 2016. Deze vraag werd uitsluitend voorgelegd aan respondenten die eerder hebben aangegeven ook daadwerkelijk te zullen stemmen bij een referendum. Toch heersen er ook grieven tegen de EU: 47 procent van de ondervraagden zegt ontevreden te zijn (ten opzichte van 65 procent in 2016) en vindt dat de Europese integratie te ver is gegaan.

De enquête is gehouden onder 1.672 Nederlanders van achttien jaar en ouder. Zij vulden deze vragen in van vrijdag 19 tot en met woensdag 24 april 2019. In het onderzoek zijn de deelnemers gewogen op basis van geslacht, leeftijd, opleiding, regio en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen. De meeste respondenten (1500) komen uit een steekproef van het I&O Research Panel; de overige 172 deelnemers zijn benaderd door I&O Research. Zowel het benaderen als het enquêteren gebeurt online. De respondenten geven niet uitsluitend hun mening over de EU, maar worden ook gepeild over andere onderwerpen, zoals een verbod op plastic tassen. I&O Research voerde het onderzoek op eigen initiatief uit.

Kantar
Dat is niet het geval bij de Eurobarometer, die in opdracht van het Europees Parlement wordt uitgevoerd door Kantar. Het onderzoek vond plaats tussen februari en maart van dit jaar. In totaal zijn 26.966 persoonlijke interviews in alle lidstaten afgenomen, waarvan 1026 in Nederland. Uit dit onderzoek blijkt dat de EU-steun in Nederland een stuk hoger ligt dan I&O Research peilde: 86 procent van de respondenten zou bij een referendum kiezen om in de EU te blijven. Van de ondervraagden beschouwt 84 procent de EU als ‘een goede zaak’ en 83 procent denkt dat Nederland voordelen behaalt uit het lidmaatschap. Er komt een overwegend positiever beeld over de EU naar voren dan uit het I&O-onderzoek.

Dat heeft volgens Martin Schalkwijk, coördinator van de Eurobarometer in Nederland, verschillende oorzaken. ‘We maken geen gebruik van ons panel voor dit onderzoek, maar trekken een steekproef van alle Nederlanders, die we vervolgens telefonisch benaderen. Als ze willen meewerken, sturen we een interviewer,’ zegt Schalkwijk. ‘Dat heeft voordelen, iedereen heeft bijvoorbeeld een even grote kans om in de steekproef terecht te komen, maar net als elke benaderingswijze heeft het ook enkele minpunten. Zo zijn respondenten bij face-to-face interviews sneller geneigd sociaal-wenselijke antwoorden te geven dan bij online enquêtes.’

I&O-onderzoeker Peter Kanne deelt die analyse. ‘Als je mensen persoonlijk vraagt welke bladen ze lezen, krijg je oververtegenwoordiging van Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer en ondervertegenwoordiging bij Playboy. Bij online onderzoek krijg je een eerlijker beeld.’ Ook denkt Kanne dat het Europees Parlement als opdrachtgever de respons kan beïnvloeden, deze kan selectiever worden. ‘Mensen doen eerder mee omdat ze zich betrokken voelen bij het onderwerp. Dat concludeerde bijvoorbeeld ook het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in september: “Mensen met weinig interesse in de Europese Unie zouden kunnen afhaken”.’

SCP
Het SCP is een onafhankelijk instituut dat beleidsonderzoek uitvoert. Regelmatig in opdracht van een ministerie, maar de onafhankelijkheid van de onderzoekers is wettelijk vastgelegd. Het SCP peilt in opdracht van de Voorlichtingsraad (een adviesorgaan van het kabinet) ieder kwartaal een respondentenpanel naar persoonlijke, politieke en maatschappelijke opvattingen: de vraagstelling varieert van veiligheid op straat en economie tot immigratie. Er vindt een telefonische voorselectie plaats, daarna volgen online en schriftelijke enquêtes. In het laatste kwartaal wordt een aanvullend panelonderzoek gehouden met telefonische vervolginterviews om bepaalde onderwerpen te verdiepen.

Aan het meest recente SCP-onderzoek in het eerste kwartaal van 2019 deden 1226 respondenten mee: 53 procent van hen vindt het Nederlandse EU-lidmaatschap een ‘goede zaak’, 20 procent is het daar niet mee eens en 27 procent oordeelt neutraal. De meerderheid steunt een EU-lidmaatschap, maar is tegelijkertijd kritisch: 46 procent vindt dat ‘politiek Den Haag te veel macht heeft overgedragen aan Europa’, 21 procent verwerpt die stelling, de resterende respondenten hebben geen mening.

Hoewel het onderzoek van de Eurobarometer grotendeels gelijktijdig plaatsvond met de SCP-studie, verschillen de uitkomsten behoorlijk: het percentage respondenten dat de EU als ‘een goede zaak’ beschouwt, valt bij de Eurobarometer 31 procent hoger uit. Volgens het SCP ‘ligt het percentage van de Eurobarometer altijd hoger’. ‘Dat komt vermoedelijk door verschillen in vraagstelling en door de aard van het onderzoek,’ aldus een SCP-onderzoeker.

Universiteit van Amsterdam
Hoewel de verschillende studies gevarieerde inzichten aan het licht brengen, is ook een bepaalde consensus te ontwaren: de gemiddelde Nederlander wil niet uit de EU vertrekken, maar is tegelijkertijd kritisch over Europese integratie. Zo luidt ook een van de bevindingen uit een recente studie van de Universiteit van Amsterdam: ’80 procent van de Nederlanders heeft een tamelijk genuanceerde EU-houding’ – waarbij genuanceerd een combinatie van optimisme en kritisch vermogen is. Respondenten gaven bijvoorbeeld aan heil te zien in een Europees klimaatbeleid, maar bleken tegelijkertijd negatief te zijn over de Europese aanpak van de migratiecrisis. Uit de studie blijkt ook dat één op de vijf respondenten bij een referendum voor een vertrek zou stemmen en dat slechts 20 procent van de ondervraagden tevreden is over de wijze waarop de huidige EU functioneert.

Het onderzoek is in opdracht van de UvA uitgevoerd door Kantar. UvA-hoogleraar Claes de Vreese geeft leiding aan het onderzoek, dat onderdeel is van het project Europinions. De studie is mogelijk gemaakt dankzij subsidies van het European Research Council (een wetenschappelijk adviesorgaan van de EU) en de UvA zelf. Voor het onderzoek zijn 1.600 Nederlanders online geënquêteerd, dit begon in september 2017 en loopt door tot de Europese Parlementsverkiezingen in mei. Het respondentenpanel wijkt af van de groep ondervraagden van de Eurobarometer (ook door Kantar uitgevoerd).

Voor het onderzoek met de UvA is gebruik gemaakt van het internationale panel van Kantar zelf, waaruit deelnemers zijn benaderd om de vragenlijst in te vullen. Diezelfde respondenten kunnen een aantal weken later opnieuw gevraagd worden voor een onderzoek naar een ander thema; van een hogere betrokkenheid vanwege de specifieke onderwerpkeuze (EU) kan dus geen sprake zijn. ‘De kans dat de respondenten van dit onderzoek ook de Eurobarometer hebben ingevuld, is zeer klein,’ aldus een Kantar-onderzoeker.

Conclusie
Een analyse van de meest recente onderzoeken naar EU-steun in Nederland laat wisselende resultaten zien. In het maatschappelijke debat klinken zowel eurokritische als pro-Europese geluiden en beide opvattingen worden breed gedragen in Nederland. Een overzicht van de belangrijkste conclusies:

  • Bij een referendum over het Nederlandse EU-lidmaatschap zal volgens de bestudeerde studies een meerderheid voor een langer verblijf stemmen.
  • Geen enkele recente peiling of onderzoek wijst op voldoende publieke steun voor een Nexit: in de onderzoeken varieert het percentage dat tegen uittreding is van 72 procent tot 86 procent.
  • Toch blijkt ook dat de Nederlandse bevolking kritisch is over de Europese samenwerking.
  • In verschillende onderzoeken ondersteunt een meerderheid van de respondenten stellingen die inhouden dat de integratie te ver is gegaan of dat het nationale parlement te veel politieke invloed heeft afgestaan aan Europese instituten.
  • Meer dan de helft van de Nederlanders beschouwt de EU als ‘een goede zaak’, maar tegelijkertijd is er kritiek op het functioneren. Het percentage dat tevreden is over de huidige EU verschilt van 20 tot 32 procent.

De methode van onderzoeken verschilt van persoonlijke interviews tot online enquêtes, of een gemengde variant van beide methoden. Een onderzoek in opdracht van het Europees Parlement leidt tot positievere EU-kwalificeringen, maar dit heeft mede te maken met de opzet: in interviews zijn respondenten eerder geneigd sociaal wenselijke – pro-Europese – antwoorden te geven. Respondenten die uitsluitend aan EU-peilingen meedoen oordelen positiever vanwege persoonlijke betrokkenheid. Deelnemers die niet geïnteresseerd zijn in de EU, zullen minder snel op de uitnodiging voor die onderzoeken ingaan, terwijl ze wel bereid zijn mee te werken aan peilingen over andere onderwerpen.

15 mei 2019 |
Thomas Borst
Redacteur Nieuwscheckers