Onaardig door te veel sporten? Dat is niet onderzocht
31 oktober 2019 |
Femke van Amerongen
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2019-2020)
Simone van der Lee
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2019-2020)
Foto: Pixabay

Van te veel sporten word je onaardig, schreef een handvol Nederlandse sites naar aanleiding van nieuw Engels onderzoek. Dat wees uit dat overmatig trainen mensen impulsiever maakt. Maar dat je daardoor ook minder aardig wordt, is onjuist, zeggen de onderzoekers zelf. Bovendien ging hun onderzoek alleen over topsporters.

Bewering

Van te veel sporten word je onaardiger

Oordeel: Onwaar

Bron van de bewering

Verschillende Nederlandse websites, waaronder Libelle.nl, Margriet.nl, amayzine.nl, glamour.nl, franska.nl, 100pmagazine.nl flaironline.nl en welingelichtekringen.nl melden dit op basis van een onderzoek. ‘Je hersenen kunnen dus opbranden tijdens het sporten. Een deel van je hersenen kan dan veel minder actief zijn, waardoor je na het sporten impulsiever handelt en onaardig reageert op anderen’, beweert Libelle.

Ook verschillende buitenlandse nieuwsmedia maken melding van het onderzoek. Volgens CNN kan jezelf fysiek of mentaal overwerken er voor zorgen dat je het bevredigen van je behoeftes niet kunt uitstellen, wat weer kan leiden tot slechte keuzes op het gebied van eetgewoontes, persoonlijke verzorging en financiën. Maar dat je van te veel sporten onaardiger zou worden, wordt in deze nieuwsmedia echter niet vermeld.

De nieuwsberichten zijn gebaseerd op een onderzoek van Bastien Blain en collega’s, dat verscheen in Current Biology. Het idee komt van de Franse overheidsinstantie INSEP (Institut National du Sport, de l’Expertise et de la Performance), dat onder andere olympische sporters traint. Het INSEP bracht op 26 september een persbericht uit over de studie.

Voor het onderzoek werden twee groepen van totaal 37 triatlon-atleten met elkaar vergeleken. Een controlegroep kreeg gedurende negen weken een normale training, de andere groep drie weken een 40 procent langere training. Vervolgens kregen de atleten een gedragstest. Hieruit bleek dat de overtrainde atleten impulsievere keuzes maakten bij het kiezen van een beloning en dat deze intensieve training bovendien effect had op hersengebieden die besluitvorming regelen. Hieruit wordt geconcludeerd dat te veel trainen bij deze sporters gelinkt is aan een lagere cognitieve controle.

De onderzoekers beschrijven het als het ‘overtraining syndrome’. Door intense vermoeidheid verminderen de prestaties en kunnen de sporters verleid worden door producten die waarschijnlijk hun prestaties kunnen herstellen. De onderzoekers leggen bovendien verbanden tussen excessief sporten en excessieve mentale arbeid. 

Waarom is dit ongegrond?

Hoewel het onderzoek goed lijkt uitgevoerd, is de conclusie dat je onaardiger wordt door te veel sporten nergens in het onderzoek terug te vinden. Er wordt enkel gesproken over het feit dat deze groep sporters impulsievere beslissingen neemt wanneer zij voor de keuze worden gesteld tussen het nu ontvangen van geld of het ontvangen van meer geld, maar op een later moment. Zij kiezen dan sneller voor het snel ontvangen van minder geld.

Is de link tussen impulsieve beslissingen maken en onaardig zijn één op één te leggen? ‘Absoluut niet, de twee concepten zijn op geen enkele manier aan elkaar gerelateerd’, vertelt corresponderend auteur Mathias Pessiglione aan Nieuwscheckers. ‘Ik ken personen die voortdurend gefocust zijn op toekomstige doelen die erg onbeleefd zijn en de meest vriendelijke personen die juist van het heden genieten.’

Bastien Blain onderschrijft zijn collega en ontkracht de uitspraken van de Nederlandse tijdschriften: ‘In ons onderzoek hebben we niks gezegd over onaardig zijn. Elke extrapolatie over een mogelijk verband tussen overtraining en vriendelijkheid is een speculatie. Er bestaat geen empirisch bewijs op basis waarvan deze stelling te ondersteunen valt.’ Maar hoe komen Libelle en Margriet dan aan deze informatie? ‘Ik vermoed dat dit voortkomt uit het feit dat gedacht wordt dat cognitieve controle veel neigingen regelt, waaronder weerstand bieden aan onmiddellijke verleiding en onbaatzuchtig zijn. Maar van dit laatste is minder bekend in de wetenschappelijke literatuur. We hebben hier geen bewijs voor.’

Volgens dr. Ruby Otter-Drost van het UMC Groningen, expert op het gebied van belasting en belastbaarheid in (top) duursport, gaat het hier om een goed en methodisch zeer net uitgevoerd onderzoek. ‘Het is het eerste onderzoeksresultaat dat iets zegt over de invloed die een substantiële verhoging in trainingsbelasting kan hebben op dit gebied en dit bovendien laat zien aan de hand van hersenactiviteit.’

Ze kan zich echter niet vinden in de weergave door Libelle en Margriet. ‘Op basis van dit onderzoek kun je deze conclusie echt niet trekken. Tijdens mijn eigen onderzoek naar prestaties en herstel van duursporters heb ik wel eens de indruk gehad dat er mogelijk een relatie zou kunnen zijn tussen een uitzonderlijke verhoging in trainingsbelasting en vriendelijkheid, maar ik heb het nooit als factor meegenomen. En dat hebben deze onderzoekers ook niet gedaan. Het is dus een wel erg vrije interpretatie.’

Tot slot bestaat de testgroep uit atleten die al intensieve trainingsprogramma’s volgen. Er wordt in dit onderzoek niks gezegd over amateursporters. Dr. Marc-André Cornier, onderdirecteur van Colorado University’s Anschutz Health en Wellness Center, benoemt dit als aandachtspunt over het onderzoek tegen CNN. Uit een studie die hij zelf heeft gedaan naar normale sporters zou namelijk juist een tegenovergesteld resultaat zijn gekomen. Meer sporten resulteerde bij deze groep juist in het uitstellen van impulsgedrag. Uitspraken naar aanleiding van dit nieuwe onderzoek zullen dus voornamelijk gelden voor professionele atleten, niet voor de gemiddelde Nederlandse sporter die een paar keer per week in de sportschool staat.

Otter-Drost voegt hieraan toe dat de resultaten van een vergelijkbaar onderzoek met minder getrainde proefpersonen onder andere afhangen van iemands trainingsgeschiedenis en het plezier in sport. ‘Mogelijk zijn er vergelijkbare resultaten voor proefpersonen die sporten leuk vinden. Wanneer men weinig affiniteit heeft met sporten, zou het onderzoek wel eens hele andere resultaten kunnen laten zien.’

Conclusie

Kortom, de stelling dat te veel sporten mensen onaardiger zou maken, is onjuist. De onderzoekers zelf stellen dat impulsiviteit niets te maken hoeft te hebben met minder vriendelijk gedrag. Ze hebben onaardigheid helemaal niet onderzocht. Libelle.nl en Welingelichte Kringen, de nieuwssites die als eerste meldden dat sporten je onaardiger maakt, hebben niet gereageerd op herhaalde verzoeken om commentaar.

Bronnen

  • Blain, B., Schmit, C., Aubry, A., Hausswirth, C., Le Meur, Y., & Pessiglione, M. (2019). Neuro-computational Impact of Physical Training Overload on Economic Decision-Making. Current Biology, 129(19), 3289-3297.e4 https://doi.org/10.1016/j.cub.2019.08.054
  • Cornier, M. A., Melanson, E. L., Salzberg, A. K., Bechtell, J. L., & Tregellas, J. R. (2012). The effects of exercise on the neuronal response to food cues. Physiology & behavior, 105(4), 1028-1034. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/22155218
31 oktober 2019 |
Femke van Amerongen
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2019-2020)
Simone van der Lee
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2019-2020)