Soja voor veevoer is géén restproduct van soja voor humane consumptie
3 mei 2021 |
Kim Bakker
Redacteur
Foto: Gerard Stolk, via Flickr CC BY-NC 2.0

Sojaschroot dat verwerkt wordt in veevoer is een overblijfsel van productie van soja voor menselijke consumptie, beweert Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik (CDA) op Twitter. Dat blijkt onjuist. 

Bewering 

Sojaschroot is een restproduct van soja geproduceerd voor menselijke consumptie.

Oordeel

Onwaar

Bron van de bewering

Op 14 april publiceerde het Wereld Natuur Fonds (internationaal: WWF) een onderzoeksrapport waarin Nederland naar voren komt als een van de grootste aanjagers van de wereldwijde ontbossing. Reden: de grote vraag naar soja, vooral bestemd voor veevoer. 

Op Twitter reageert CDA-Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik op het artikel van de NOS over dit onderwerp. Zij is sinds 2014 lid van het Europees Parlement en landbouw is een belangrijk onderwerp in haar portefeuille. Volgens haar zijn de beweringen van het WWF over de relatie tussen ontbossing en de Nederlandse veehouderij een voorbeeld van fake news. Nederlandse veehouders maken namelijk gebruik van duurzaam gecertificeerde soja en zouden daarom juist niet bijdragen aan de bomenkap, aldus Schreijer-Pierik. Over dat vraagstuk publiceerden in de afgelopen weken onder andere EenVandaag, de Volkskrant en Resource, het nieuwsmedium van de universiteit van Wageningen.

In deze factcheck staat een ander deel van Schreijer-Pieriks tweet centraal: ”Het sojaschroot maakt slechts klein deel krachtvoer uit en is restproduct humane sojaconsumptie. Rectificatie graag, @NOS.” Nieuwscheckers zocht uit of sojaschroot inderdaad een restproduct is van humane sojaconsumptie. Ook de bewering uit het eerste deel van de zin, ‘’Het sojaschroot maakt slechts klein deel krachtvoer uit’’, komt aan bod. 

Het idee dat soja voor vee een restproduct zou zijn, komt vaker terug, bijvoorbeeld op de Facebookpagina van Boer Bewust, de boerenorganisatie die Schreijer-Pierik citeert in haar tweet. Ook de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) noemt het in hun Factsheet Verantwoorde Soja een ”restproduct van de boon”. In wetenschappelijk onderzoek zijn soortgelijke termen eveneens gebruikelijk, zoals ”by-product” of ”residual product”.

Waarom is dit niet waar?

Om te voldoen aan de wereldwijde vraag naar gewassen, werd er volgens een onlangs verschenen WWF-onderzoeksrapport tussen 2005 en 2017 elk jaar wereldwijd 5 miljoen hectare bos gekapt om plaats te maken voor plantages. Als we kijken naar de gewassen waarvoor die ontbossing plaatsvindt, steekt de sojaplant er met kop en schouders bovenuit. 

Sojabonen
De sojaplant brengt sojabonen voort, die op verschillende manieren verwerkt kunnen worden. De meeste bonen worden gecrusht tot 78,5% sojaschroot, 18,5% olie, 1% hullen (schil) en zo’n 2% restafval, blijkt uit onderzoek van Robert Hoste (Wageningen University & Research). De olie wordt gebruikt als grondstof voor onder andere etenswaren en cosmetica. Het schroot wordt vrijwel geheel verwerkt tot veevoer. 

Daarbij gaat het meestal om het eiwitrijke sojaschroot. Soms worden de hullen (schillen) er doorheen gemengd. Deze zijn minder eiwitrijk, maar bevatten wel veel vezels. De hullen vormen 15% van het totale sojaverbruik in de Nederlandse intensieve veehouderij. De rest komt voor rekening van sojaolie (3%), (getoaste) sojabonen (3%) en sojaschroot (79%), vertelt Hoste.

Hoste: ‘’In totaal bestaat gemiddeld 14% van het krachtvoer voor een Nederlands veedier uit soja. Het precieze percentage verschilt per dier, zo bestaat het voor een varken uit 8% soja, voor  pluimvee 26% en voor een koe 15,5%.’’

Dat komt nagenoeg overeen met het percentage van 15% soja in krachtvoer voor koeien dat genoemd wordt door de NZO, de organisatie waarvan Schreijer-Pierik een infographic meestuurt in haar tweet. Zelf zegt ze er in de tweet over: ‘’Het sojaschroot maakt slechts klein deel krachtvoer uit’’.

Restproduct
Is die gemiddelde 14% soja in krachtvoer een restproduct van soja voor menselijke consumptie te noemen? Nou, nee. Cor Pierik (persvoorlichter landbouw bij het CBS) noemt een restproduct ”een overblijfsel uit een productieproces dat primair gericht is op het produceren van een hoofdproduct”.

In veel gevallen wordt er een bestemming gevonden voor zo’n restproduct. Zo kunnen restproducten uit de tuinbouw (groenafval) bijvoorbeeld worden verbrand om biogas te maken. De connotatie: het is een onvermijdelijke uitkomst van de productie en als het niet gebruikt wordt, wordt het weggegooid. 

De term ”sojaschroot” versterkt dat nog eens. ”Schroot” is een synoniem voor afval, specifiek voor oud ijzer. In het Nederlands is ”schroot” echter ook de gangbare term voor het sojaproduct dat internationaal wordt aangeduid als ”cake” of ”meal”. Het draagt bij aan het beeld van een product dat eigenlijk afval is, maar waar toevallig een oplossing voor is gevonden. Juist heel duurzaam, zou je zeggen.

50/50
Het sojaschroot maakt echter bijna 80% uit van de totale opbrengst van een sojaboon. Het lijkt dan ook onterecht om zo’n groot aandeel te bestempelen als een restproduct van een productieproces dat primair gericht zou zijn op het maken van sojaolie. Maar hoewel de opbrengst in kilo’s nogal verschilt, is de waardeverhouding tussen de twee producten wel 50/50, stelt Schreijer-Pierik. Dat tweet ze als ze gevraagd wordt naar uitleg over haar restproductbewering.

Dat de waardeverhouding gelijk is, beaamt Hoste. ‘’De olie an sich is aanzienlijk meer waard dan het schroot. Maar in de praktijk is de totale waarde van een ton sojabonen ongeveer gelijk verdeeld over de olie en het schroot. Dat komt doordat een sojaboon zo veel meer schroot oplevert dan olie (78,5% tegen 18,5%).’’

De waardeverhouding mag dan wel gelijk zijn, met sojaschroot wordt wereldwijd wel veel meer verdiend dan met sojaolie. De databank van de Food and Agriculture Organization (FAO), de wereldwijde autoriteit op het gebied van voedselproductie, laat zien dat de totale exportwaarde van sojaschroot (”cake” in het Engels) ruim drie keer zo hoog is als de exportwaarde van de olie.

Volgens Patrick Bogaart, onderzoeker Natuurlijk Kapitaal bij het CBS, geven die geldstromen een indicatie van wat de productie drijft. ”Om te bepalen of iets een restproduct is, moet je je afvragen: wat is de belangrijkste reden om die sojaplanten neer te zetten? Is dat de hele boon, de olie of het schroot? Voor menselijke of dierlijke consumptie? Als je ziet dat er in het sojaschroot drie keer zo veel geld omgaat als in de olie, wordt het lastig beargumenteren dat de olie hier het hoofdproduct is en het schroot het restproduct.’’

Pulp
Daar komt nog bij dat de meeste soja voor menselijke consumptie een ander productieproces doorloopt. Daarvoor wordt uitgegaan van de hele sojaboon, zonder scheiding van schroot, olie en hullen. Als je hele bonen verwerkt tot bijvoorbeeld tofu, blijft er pulp over, vertelt Janine Ho van sojaverwerker Natural Oriental Fresh Foods. ‘’De pulp die wij overhouden, wordt elke dag opgehaald en gevoerd aan veedieren. Voor ons is dat ideaal: het is een duurzame manier van afval verwerken die ons geld oplevert in plaats van geld kost’’. 

De pulp is echter maar een fractie van wat er in totaal aan soja wordt verwerkt in veevoer. Het grootste deel is sojaschroot en dat is geen restproduct van de verwerking van hele sojabonen tot producten voor menselijke consumptie.

Waar komt de opvatting dat soja voor vee een restproduct zou zijn dan vandaan? Hoste noemt het een overblijfsel uit vroegere tijden. ‘’Oorspronkelijk werd soja geteeld voor de olie. Pas later werd ontdekt dat het product een ideale eiwitsamenstelling heeft voor jonge en groeiende veedieren.’’ 

Reactie Schreijer-Pierik
Bij navraag laat Schreijer-Pierik weten dat de term ‘’restproduct’’ gangbaar is en veel gebruikt wordt in wetenschappelijke artikelen. Ze geeft aan dat ‘’haar tweet zich duidelijk richt op de situatie in Nederland en de chronologisch afloop van het productieproces, waarbij de soja eerst wordt gewonnen en het schroot en de hullen daarna worden vermalen, en op de gemiddelde 50/50-waardeverhouding.’’ Daarna zegt zij nergens in haar tweets te stellen dat internationale sojaproductie en -invoer niet ook niet door veevoeders gedreven wordt.

Conclusie

Annie Schreijer-Pierik stelt onterecht dat de soja in krachtvoer een restproduct is van soja voor consumptie door mensen. Dat was vroeger wellicht zo, maar inmiddels wordt de sojaproductie grotendeels gedreven door vraag vanuit de intensieve veehouderij.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Op de hoogte blijven van alle factchecks van Nieuwscheckers? Abonneer je dan op onze nieuwsbrief. Daarin houden we je ook op de hoogte van nieuws en onderzoek over desinformatie en factchecking.

3 mei 2021 |
Kim Bakker
Redacteur