Werking wisseldouche tegen stijve spieren is deels placebo-effect
27 november 2018 Elyse van den Brink
Masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media (2018/2019)

“Stijve spieren na het sporten? Dit simpele douchetrucje helpt”, luidde de kop boven een artikel op de website van Margriet. Toch is dit trucje helemaal niet zo simpel, omdat het fysiologische effect van wisseldouches nog met veel vraagtekens is omgeven. Wel zien sommige onderzoeken bescheiden positieve fysiologische en psychologische effecten. Daarom beoordelen we de bewering als deels onwaar.

Bewering

Een wisseldouche helpt tegen stijve spieren na het sporten

oordeel: deels onwaar

Bron van de bewering

Begin november verscheen op de website van Margriet een artikel over een methode waarmee na het sporten op een makkelijke, maar effectieve manier spierstijfheid tegengegaan kan worden. In het artikel legt de Amerikaanse fitnessmanager Dustin Raymer uit dat afwisselend douchen met koud en warm water spieren sneller laat herstellen na het sporten:

“De bedoeling is dat je het water zo warm mogelijk zet. Je moet het nog net kunnen verdragen. Hier ga je twintig tot dertig seconden onder staan, waarna je hetzelfde doet met koud water.”

Dit zou volgens Raymer de spieren voorzien van vers bloed en voedingsstoffen, wat leidt tot sneller herstel.

Het bericht is overgenomen van de Vlaamse website flair.be en linkt door naar een artikel op de Engelstalige website van Men’s Health.

Wat klopt er niet, en wat wel?

In geen van de drie artikelen over de douchetruc staan onderzoeken genoemd waarop Raymer zijn beweringen baseert. Maar in een e-mail stuurt hij links naar vier wetenschappelijke artikelen, waaronder dit artikel van Juliff et al., die  passief herstel vergeleken met wisseldouches en wisselbaden.

De onderzoekers concluderen dat sportprestaties niet zozeer verbeteren na een wisseldouche of -bad. Wel koelt de huid bij beide methodes sneller af dan bij passief herstel. Dit zorgt voor een placebo-effect: de sporters hebben het idee dat ze sneller herstellen, omdat hun huid sneller afkoelt. Hoewel Juliff et al. geen fysiologische verbeteringen opmerken, stellen ze dat dit psychologische effect een relevante overweging is bij het gebruik van wisseldouches of -baden.

Raymer baseert zijn advies ook op een onderzoek van Versey et al. Hierin worden vier verschillende hydrotherapieën getoetst, waaronder wisselbaden. Conclusie: van deze vier technieken zijn een wisselbad of onderdompeling in enkel koud water het effectiefst.

Volgens Bas van Hooren, sportwetenschapper en promovendus aan de Universiteit van Maastricht, is vaak geen direct onderzoek gedaan naar spierstijfheid, maar wel naar spierpijn en spierschade: “Er is niet altijd een sterk verband tussen die twee dingen. Het kan zijn dat je veel spierpijn hebt, maar weinig spierschade, of andersom. Spierschade is vaak wel gerelateerd aan spierstijfheid.”

Onderzoek wijst volgens Van Hooren in veel gevallen uit dat spierpijn en spierschade sneller herstellen wanneer proefpersonen een wisselbad nemen. “Maar in veel onderzoek wordt ook vooral gekeken naar sportprestaties. Daar zien we conflicterende bevindingen”, zegt hij. Sportprestaties kunnen op verschillende manieren gemeten worden. “Dat zijn vaak simpele dingen, zoals de hoeveelheid kracht die iemand kan leveren in een geïsoleerde setting. Het is lastig dat te generaliseren.”

Daarnaast adviseert Raymer het nemen van een wisseldouche, maar in de meeste wetenschappelijke publicaties staan wisselbaden centraal. “Ik durf niet te zeggen of een bad dezelfde werking heeft als een douche,” vertelt Van Hooren, “of wat het effect is als je bijvoorbeeld alleen een been onder de kraan houdt.”

Ook over de optimale duur van de baden en douches kan Van Hooren nog geen harde uitspraken doen. “In onderzoeken varieert dit van acht tot bijna veertig minuten, dus het is lastig om vast te stellen wat het ideale protocol is.” Dat geldt ook voor de temperatuur. Volgens Van Hooren worden in onderzoeken meestal temperaturen van tussen de 8°C en 15°C en 38°C en 42°C aangehouden. Raymers advies luidt de watertemperatuur zo in te stellen dat het nog net te verdragen is. “Ik kan me voorstellen dat je onder de douche dan toch wel aan die waarden komt”, stelt Van Hooren.

Alhoewel Van Hooren niet met zekerheid kan zeggen dat wisseldouches net zo effectief zijn als wisselbaden, denkt hij wel dat er een kern van waarheid in de bewering van Raymer kan zitten. Zowel op fysiologisch als psychologisch gebied. Hij beaamt in dit laatste opzicht ook de rol van een mogelijk placebo-effect.

“Het is wel de vraag of mensen dit allemaal moeten gaan doen”, zegt Van Hooren. “Een interventie als deze werkt beter wanneer mensen ook het gevoel hebben dat ze beter hersteld zijn. Als mensen zich er niet prettig bij voelen dan zullen ze ook minder goed herstellen. En dan kunnen ze beter een andere methode proberen.”

Conclusie

Hoe effectief wisseldouches zijn tegen spierstijfheid is nog niet in detail onderzocht. De kennis uit het onderzoek naar wisselbaden laat zien dat er een positief fysiologisch kan optreden, waardoor spierpijn en spierschade sneller kunnen herstellen. Of dit effect in dezelfde mate plaatsvindt bij het gebruik van een wisseldouche, is niet zeker. Mogelijk speelt er ook een psychologische factor mee: door een placebo-effect kunnen sporters het idee hebben dat ze sneller herstellen.

Bronnen