Door de zomertijd stijgt het aantal hartinfarcten met 5 procent, zo meldden RTL Nieuws en andere media  op 24 maart. Aanleiding was een persbericht van de Rijksuniversiteit Groningen waarin hoogleraar Chronobiologie Domien Beersma de overgang naar de zomertijd ‘ongezond’ noemt. Het verband tussen hartaanvallen en zomertijd haalt hij uit Zweeds epidemiologisch onderzoek. Maar zulk onderzoek kan nooit aantonen dat de overgang naar zomertijd de oorzaak is van een stijging in het aantal hartinfarcten, geeft Beersma nu toe.

Ook een van de Zweedse onderzoekers zelf, Imre Janszky, vindt dat er meer onderzoek nodig is. Samen met zijn collega Rickard Ljung vergeleek hij het aantal hartinfarcten in de eerste zeven dagen na de overgang naar zomertijd met het aantal hartinfarcten twee weken ervoor en erna. Kijkend naar gegevens van het aantal hartaanvallen in Zweden sinds 1987 constateerden ze dat er de eerste dagen na de overgang naar de zomertijd 5 procent meer hartinfarcten plaatsvonden. Hun onderzoeksartikel werd eind oktober 2008 gepubliceerd in het prestigieuze New Engeland Journal of Medicine (NEJM). En toen ging het snel.

Te voorzichtige uitspraken
Internationale media berichtten in november massaal dat de zomertijd hartinfarcten veroorzaakte, maar in verschillende blogs leverden wetenschappers kritiek op het artikel. Ze noemden slaapgebrek als verklaring ‘niet waarschijnlijk’ en ‘speculatief’. De Zweedse auteurs mengden zich in de discussie en gaven de kritische bloggers deels gelijk. Janszky: “Er zijn meerdere verklaringen mogelijk, maar we moesten ons van NEJM houden aan strikte limieten voor het aantal woorden en verwijzingen. We werden zelf ook totaal verrast door de massale media-aandacht. Ik zie onze studie helemaal niet als een grote doorbraak. Er is absoluut meer onderzoek nodig.”

Janszky haalde op zijn beurt hard uit naar de journalisten die het nieuws te stellig brachten. “Ik vertel journalisten wat ik de meest waarschijnlijke verklaring vind en zeg er meteen achteraan dat het de eerste studie is, dat er bevestiging nodig is en verder onderzoek. Maar dat laatste gedeelte wordt vaak niet overgenomen. Een journalist vertelde mij dat media niet van te voorzichtige uitspraken houden… Als wetenschappers leven wij van publiek geld, dus we kunnen niet om journalisten heen.”

Andere factoren
In het persbericht van de Groningse chronobioloog Beersma staat letterlijk dat er zo’n vijf procent meer hartaanvallen zullen optreden dan gemiddeld over de rest van het jaar, een stelling die dus niet bewezen is. Dat geeft hij ook toe: “Het blijft denkbaar dat er andere redenen zijn voor de toename die de Zweedse onderzoekers constateerden, redenen die los staan van de ingang van de zomertijd.” Janszky wijst er bovendien nog op dat het onderzoek alleen gebaseerd was op gegevens van het aantal hartinfarcten in Zweden: “In andere landen kunnen weer andere risico’s een rol spelen, of andere factoren zoals het klimaat. Een soortgelijk onderzoek kan in een ander land dus weer heel andere resultaten geven.”

Toch vindt Beersma het ‘erg waarschijnlijk’ dat de waargenomen toename in het aantal hartinfarcten moet worden toegeschreven aan de zomertijd: ”Veel mensen gaan in het weekend later naar bed dan door de week. Dit verschil in slaaptijd wordt ‘social jetlag’ genoemd. Op maandag staat onze biologische klok hierdoor later dan op zondag. Daardoor bereidt het lichaam zich te laat voor op het ontwaken. Dat kost extra inspanning. Het uur dat we missen door de zomertijd maakt die inspanning nog groter. De toename in het aantal hartinfarcten van zondag naar maandag past bij die social jetlag.”

Zeer kwetsbaren
Ook Janszky vermoedt dat er wel degelijk een verband bestaat tussen de zomertijd en hartaanvallen. “Maar dan gaat het om personen die sowieso al een groter risico lopen.” Dit laatste vermoedt ook Arno Hoes, hoogleraar Klinische epidemiologie en Huisartsgeneeskunde bij het Julius Centrum van het UMC Utrecht en voorzitter van de Wetenschappelijke Adviesraad van de Nederlandse Hartstichting. Hij kent de publicatie van Janszky en Ljung: “Het onderzoek is goed uitgevoerd, maar naar mijn mening gaat het vooral om toch al (zeer) kwetsbaren die een probleem krijgen. Dat zouden ze ook kunnen krijgen door een avondje door te zakken of door een strafschoppenserie van een voetbalwedstrijd te bekijken. Kortom: er is een gering effect, maar dat is netto mogelijk niet relevant.”

Hartproblemen na lange reizen
Hoogleraar Huisartsgeneeskunde Chris van Weel van het UMC St Radboud kent de Zweedse publicatie niet, maar ziet een ander bezwaar: “Als het om waarneembare verbanden gaat, moet eenzelfde fenomeen zich ook voordoen bij klokveranderingen als gevolg van reizen, maar mij is niet bekend dat trans-Atlantisch verkeer hartziekten zou veroorzaken. Ook ken ik hartziekten niet als probleem van piloten of stewardessen.”

Beersma verwacht echter dat er inderdaad meer hartinfarcten plaatsvinden na een grote reis. “Er zijn tenslotte veel ouderen die reizen en daaronder zullen zeker kwetsbare personen zijn. Bovendien brengt reizen stress met zich mee. Maar dat impliceert dus al dat een eventuele verhoogde kans na een reis op meerdere manieren te verklaren is. Bovendien kan ik me voorstellen dat ziekenhuizen niet systematisch bijhouden of patiënten die een hartinfarct hebben gehad, net een lange reis gemaakt hebben. Het is dus moeilijk te onderzoeken.”

Dat het lastig te onderzoeken is, beaamt ook Janszky: “Maar het is in elk geval interessant dat uit voorgaande onderzoeken is gebleken dat het langer duurt om ons aan te passen aan de zomertijd dan aan een jetlag van één uur. De verklaring hiervoor is dat de signalen uit de omgeving bij een jetlag corresponderen met de biologische klok. Bij de overgang naar de zomertijd spreken de signalen elkaar tegen.”

Tricky triggers
Terug naar het onderzoek van Janszky en Ljung, want stel dat de zomertijd inderdaad een toename van het aantal hartinfarcten veroorzaakt als gevolg van slaapgebrek. Moeten we dan eigenlijk allemaal vrezen voor een hartinfarct in de week nadat we de klok hebben verzet?

Janszky stelt ons gerust. Hij benadrukt dat het sowieso om effecten op korte termijn gaat. “Dat noemen we triggers. Het is altijd tricky wanneer je het hebt over triggers. Neem bijvoorbeeld fysieke inspanning. Dat is een bekende trigger die het risico op een hartinfarct verhoogt. Maar iemand die jong en gezond is, hoeft absoluut niet te vrezen bij gewone fysieke inspanning. Triggers zijn alleen van belang voor mensen die al een hoger risico lopen.”

Kortom, als u gezond bent, kunt u met een gerust hart gaan slapen. Ook als u net de klok heeft verzet.

Artikel: Janszky I, Ljung R. (2008): ‘Shifts to and from daylight saving time and incidence of myocardial infarction.’ New England Journal of Medicine, 359(18), p. 1966-1968.

Lees 2 reacties