Volgens D66 is de flexwet mislukt. Maar dat is wel erg voorbarig
18 februari 2017 Tim Fraanje

D66-Kamerlid Steven van Weyenberg vindt dat minister Asscher moet toegeven dat de flexwet mislukt is. Dat liet hij op Twitter weten, met een grafiekje erbij als bewijs. Maar Van Weyenberg is wel erg opportunistisch.

De flexwet (Wet werk en zekerheid) is niet bij iedereen geliefd. In december vorig jaar voerden aan de SP gelieerde jongeren nog een groepsstriptease uit in de Tweede Kamer om tegen de wet te protesteren.

D66-Kamerlid Steven van Weyenberg is ook niet zo over de wet te spreken. Hij twitterde een grafiekje van het CBS en wil graag dat minister Asscher van Sociale Zaken toegeeft dat zijn wet een slecht idee was.

Grafiekjes en verwijten zijn zelden een goede combinatie, dus zochten we bij Nieuwscheckers uit: kunnen we op basis van deze grafiek de conclusie trekken dat de Wwz mislukt is?

Voordat we beginnen: Van Weyenberg heeft een beetje vals gespeeld met het presenteren van zijn resultaten. Dit merkte een oplettende twitteraar al meteen na het plaatsen van de grafiek op. Het was eerlijker geweest als hij de y-as had laten lopen van 0 tot 100 procent. Dan was de lijn een stuk minder steil.

De daling is bovendien een relatief cijfer: het percentage vaste banen daalt ten opzichte van het percentage flexbanen. Maar er zijn wel degelijk vaste banen bijgekomen: 48 duizend in 2016. Het aantal flexbanen steeg simpelweg nog harder   ?   Bron: UWV arbeidsmarktprognose 2017. Niet alles gaat dus downhill zoals de grafiek van Van de Weyenberg suggereert. Maar wat wil hij er dan precies mee zeggen?

“De trend was dat het aandeel flexbanen steeds groter werd ten koste van het aantal vaste banen. Het doel van de wet Wwz was om die trend te keren”, zegt hij in een reactie. Daarin is de wet inderdaad niet geslaagd en dat toont van Weyenberg aan met zijn grafiek.

Maar de flexwet had nog meer doelen, dertien om precies te zijn, volgens het evaluatieonderzoek [pdf] dat de Vereniging van Arbeidsrechtadvocaten (VAAN) deed naar de wet. Ook Van Weyenberg baseert zich op dat onderzoek. Twee van die doelen zijn gehaald: het is gelukt om rechtsgelijkheid bij ontslag te bevorderen en de ontslagvergoedingen te beperken.

De overige elf doelstellingen, waarvan het bevorderen van vast werk er één was, zijn niet gehaald. Een mager resultaat, maar wel een resultaat. Het is nogal kort door de bocht om de flexwet in zijn geheel af te schrijven, alleen vanwege het niet halen van één specifieke doelstelling.

Geduld

Dat wil ook niet zeggen dat de flexwet tot nu toe een daverend succes is. Integendeel. Maar misschien komt dat nog? Volgens Asscher kunnen we over de uitwerking van de wet nog niet veel zinnigs zeggen. “Dit soort grote hervormingsmaatregelen hebben altijd tijd nodig om tot volle wasdom te komen”, zei hij in een artikel in het Financieele Dagblad.

Ja, ja. Hoe lang moeten we dan nog geduld hebben voordat we de mogen oordelen over de flexwet? Nieuwscheckers ging aan het rekenen.

De maatregelen uit de flexwet zijn pas op 1 juli 2015 officieel ingegaan. Tijdelijke contracten die op of na die datum zijn afgesloten gaan volgens de flexwet na twee jaar automatisch over in een contract voor onbepaalde tijd. Dat is dus in juli 2017. Dan pas zal blijken welk deel van de eerste lichting flexwerkers dat met de nieuwe regels te maken heeft ontslagen wordt en welk deel een vast contract opstrijkt. Dat kan de cijfers nog flink veranderen. Voordat we de wet als mislukt kunnen bestempelen, is het wel zo eerlijk om dat even af te wachten. Van Weyenberg komt wel erg snel met zijn verwijtende grafiekje.