De dinosaurusgekte barstte los op maandag 22 juni 2009. De meeste Nederlandse media hielden het rustig, met titels in de trant van “Dinosaurussen waren helemaal niet zo zwaar en massief” (Elsevier) of “Dinosauriërs minder massief dan gedacht” (Nu.nl). Alleen Kidsweek bracht het als voorpaginanieuws.

De buitenlandse pers ging daarentegen wel helemaal los. Media gooiden met termen zoals ‘thinosaurus’ (Times Online) of ‘minor-saurus’ (Daily Express). The Register, Fox NewsCBBC, Xinue, the Daily Mail, iedereen leek er aandacht aan te besteden.

Wat was er nou aan de hand? Colorado State University bracht een persbericht uit over een onderzoek met een nieuwe methode om de massa – en daarmee het gewicht – van dinosaurussen te berekenen. Volgens de onderzoekers waren alle modellen die men daarvoor tot nu toe had gebruikt helemaal fout.  Zo zou een brachiosaurus in plaats van 32.000 kilo slechts 16.000 kilo hebben gewogen. Een behoorlijk groot verschil dus, dat het beeld van dino’s op zijn grondvesten deed schudden. Zo’n wetenschappelijke aardschok is een extra reden om de feiten te checken. Toch zette geen enkel medium vraagtekens bij deze berichtgeving. Uiteraard heeft Nieuwscheckers dit wel gedaan.

Persbericht

Laten we maar eens beginnen met het persbericht zelf. Dat ziet er behoorlijk indrukwekkend uit.  Gary Packard en zijn mede-onderzoekers laten weten dat het oorspronkelijke statistische model, gebruikt om dinomassa te meten, niet klopte. Dino’s zouden slechts de helft wegen van wat we tot nu toe dachten. Daardoor komt ook kennis over andere eigenschappen, zoals leefwijzen en voedselpatronen, op losse schroeven te staan.

Gewicht en massa

Even een korte zijsprong hier over het verschil tussen massa en gewicht. Ieder levend wezen bestaat uit een zekere massa. Deze massa geven we aan met een gewicht in kilo’s. Terwijl uw reporter met haar massa van 60 kilo op aarde 60 kilo weegt, zou zij op de maan met dezelfde massa een stuk lichter zijn. In de ruimte zou zij met dezelfde massa zelfs helemaal niks wegen.

In het geval van de dino’s gaat het dus niet om de lengte of hoogte van het skelet (dat staat immers vast), maar om wat daar precies omheen zat. Zaten de organen op elkaar gepropt, op ver uit elkaar? Was er een dikke vetlaag, of juist niet?

Huidige plaatjes van dino’s tonen altijd grote dikkerds die rustig rondbanjeren. Volgens dit onderzoek was dat niet het geval en zouden de dino’s juist heel dun en gespierd moeten zijn. Het vertrouwde plaatje van de ronde, volgevreten brachiosaurus zou dus vervangen moeten worden door dat van een afgetrainde brachiosaurus – denk ongeveer de helft van het beest weg.

Onderzoek

Methodisch gezien zat het onderzoek als volgt in elkaar. De onderzoekers baseerden zich op een toonaangevende lijst uit 1985 met 33 soorten zoogdieren en hun gegevens. Hiervan bepaalden zij de omvang van het opperarmbeen en van het dijbeen. Vervolgens extrapoleerden zij deze gegevens en gebruikten een hoop wiskundige formules en theorieën – een allometrische vergelijking, om precies te zijn – om hier de massa van de dinosaurussen uit te berekenen.

Klinkt behoorlijk indrukwekkend allemaal. Geshockeerd door dit nieuwe beeld van de dino’s – zal Jurassic Park nooit meer hetzelfde zijn? – nam deze reporter de telefoon ter hand en belde wat experts na.

De mening van andere paleontologen

Anne Schulp, paleontoloog bij het Natuurhistorisch Museum Maastricht, vond het allemal niet zo dramatisch:  “Volgens mij is het een hoop gepuzzel met cijfers.” Schulp was het niet eens met de onderzoeksmethode, omdat zoogdieren en dinosaurussen toch echt wel twee verschillende dingen zijn. “Die vallen niet te vergelijken.”

Donald Henderson, paleontoloog bij het toonaangevende Royal Tyrrell Museum in Canada, was dezelfde mening toegedaan als Schulp. Ook hij vond de vergelijking tussen dino’s en zoogdieren niet kunnen: “Dinosaurussen hebben totaal andere lichaamsvormen dan zoogdieren. De staart en nek van bijvoorbeeld de brachiosaurus lijken in de verste verte niet op welk levend zoogdier dan ook.” Daarnaast rust het merendeel van het lichaamsgewicht bij dinosauriërs op de achterpoten. Bij zoogdieren is het gewicht echter gelijk over de voor- en achterpoten verdeeld. Bij olifanten – een belangrijke vergelijkingsfactor in het onderzoek – klopt de verdeling zelfs helemaal niet:  hun gewicht rust voornamelijk op de voorpoten. Toch neemt het onderzoek van Packard deze verschillen niet in acht, aldus Henderson.

Luchtzakken en vogelbotten

Maar Packard laat nog meer dingen buiten beschouwing. Hij bestudeert dino’s die behoren tot de Saurischia, de voorouders van de hedendaagse vogels. Net als vogels hadden ook zij luchtzakken in hun lichamen, en holle botten. Hierdoor zijn de lichamen van dit soort dinosaurussen lichter dan die van zoogdieren en hebben ze een groter volume. Luchtzakken dragen immers bij aan de massa. Denk een grote juten zak, voor de helft gevuld met cadeautjes. Deze zak heeft een bepaald gewicht en een bepaalde massa. Doen we er opgeblazen ballonnen bij, dan nemen het volume en de massa toe, maar het gewicht nauwelijks. De zak is tonnetje rond, maar niet zo zeer zwaarder.

Dino’s bestonden in alle soorten en maten. Zo was er de grote, ronde ankylosaurus, of juist de dunne, magere velociraptor. Henderson zou liever zien dat deze verschillende lichaamstypes ook mee waren genomen in het onderzoek van Packard, en dat de onderzoekers zich niet slechts gericht hadden op de omtrek van verschillende botten. Henderson: “Wat dat betreft was de onderzoeksmethode uiterst kortzichtig.”

Henderson zelf gebruikt een andere methode: hij schat de massa van dino’s aan de hand van hun volume en veronderstelde dichtheid. Dit vindt hij betrouwbaarder dan een vergelijking gebaseerd op zoogdieren. In tegenstelling tot Packard kan Henderson zijn model ook toepassen op levende dieren zoals vogels, reptielen, of olifanten, en een nauwkeurig beeld krijgen. “Ik vind de methode van Packard uiterst kortzichtig. Het geeft absoluut geen representatief beeld van de massa van dinosaurussen.”

Onderzoeksteam: Gary Packard

Een behoorlijk duidelijk oordeel dus. Maar wat vindt de onderzoeker hier zelf van? “De media hebben alles helemaal uit zijn verband gerukt,” zegt Gary Packard van Colorado State University. “Het doel van onze studie was namelijk slechts het toepassen van een statistisch model op bepaalde wiskundige gegevens – en niet per se op dinosaurussen. Wij gebruikten deze slechts als middel om ons punt te maken.”

Packard en zijn collega’s gebruikten dino’s dus om hun model te testen. Het gevestigde onderzoeksmodel klopte in hun ogen absoluut niet – waarop zij dus een verbeterde versie bedachten.

Omdat dit oorspronkelijke onderzoeksmodel de basis was voor een groot deel van het onderzoek in de afgelopen twintig jaar, kon het niet anders dat men bepaalde onderzoeken zou moeten verwerpen.

Waarom stond dit niet zo in het persbericht? “Ik heb wel wat invloed gehad op het persbericht, dus de ophef rondom dit onderzoek staat niet helemaal buiten mij. Maar voornamelijk ben ik toch bang dat de mensen van het Journal of Zoology dinosaurussen een stuk interessanter vonden dan wiskundige vergelijkingen.”

Toch wilde Packard nog toevoegen dat niet alleen zijn onderzoek de mensen heeft misleid. Ook de andere onderzoeken, gebaseerd op de onderzoeksmethode uit 1985 hebben mensen misleid. “Die berekeningen waren niet representatief. Er had een andere methode gebruikt moeten worden.”

Reactie Elsevier

Een hoop gegoochel en gedoe dus, met al deze studies, misinterpretaties, en experts met andere meningen. Maar toch… waarom heeft niemand anders de moeite genomen om wat experts te bellen en om dit verhaal na te trekken?

De redactie van Nu.nl heeft niet op onze email gereageerd, maar namens Elsevier mailde webredacteur Jeroen Langelaar:  “Wij als redactie zijn van mening dat het onderzoek nieuwswaardig is omdat de uitkomsten ervan de ‘feiten’ dan wel aannames met betrekking tot dinosaurussen – zoals die al decennia lang op tafel liggen – tegenspreken. Het zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten. We publiceerden over hún onderzoek en de opvallende uitkomsten daarvan – dát vonden we nieuws.” Het verschil in mening tussen de verschillende paleontologen vond Langelaar in dit geval irrelevant .

Conclusie
Het leek baanbrekend onderzoek met verregaande gevolgen voor het paleontologische vakgebied – uiteindelijk bleek het wel mee te vallen. Gelukkig maar, want Jurassic Park was een van onze favoriete films.

NB: De nieuwschecker werkt als stagiaire bij Natuurwetenschap & Techniek, waar zij dit dinonieuws het eerst onder ogen kreeg en onderzocht. Voor Nieuwscheckers heeft zij dit verder uitgewerkt.